Jugement/arrêt, Cour constitutionnelle (Cour d'Arbitrage), 2025-09-18
| Jurisdiction | Bélgica |
| Judgment Date | 18 septembre 2025 |
| ECLI | ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.118 |
| Court | Cour constitutionnelle (Cour d'Arbitrage),Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) |
| Link to Original Source | https://juportal.be/content/ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.118 |
Grondwettelijk Hof
Arrest nr. 118/2025
van 18 september 2025
Rolnummer : 8302
In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 5, 3° en 4°, en 10 van de wet van 16 juni 2024 « houdende wijziging van de wet van 11 december 1998 tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen », ingesteld door de Algemene Centrale van het Militair Personeel en anderen.
Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit voorzitter Luc Lavrysen, rechter Thierry Giet, waarnemend voorzitter, en de rechters Michel Pâques, Yasmine Kherbache, Danny Pieters, Emmanuelle Bribosia en Magali Plovie, bijgestaan door griffier Nicolas Dupont, onder voorzitterschap van voorzitter Luc Lavrysen,
wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging
Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 19 augustus 2024 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 20 augustus 2024, is beroep tot vernietiging van de artikelen 5, 3° en 4°, en 10 van de wet van 16 juni 2024 « houdende wijziging van de wet van 11 december 1998 tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen » (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 16 juli 2024) ingesteld door de Algemene Centrale van het Militair Personeel, Yves Huwart, Vincent Bordignon, Wilfrid Decru, Wesley Claeys en Carine Flamend, bijgestaan en vertegenwoordigd door mr. Philippe Vande Casteele, advocaat bij de balie van Antwerpen.
De Ministerraad, bijgestaan en vertegenwoordigd door mr. Bart Martel en mr. Sietse Wils, advocaten bij de balie te Brussel, heeft een memorie ingediend, de verzoekende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de Ministerraad heeft ook een memorie van wederantwoord ingediend.
Bij beschikking van 18 juni 2025 heeft het Hof, na de rechters-verslaggevers Yasmine Kherbache en Michel Pâques te hebben gehoord, beslist dat de zaak in staat van
2
wijzen was, dat geen terechtzitting zou worden gehouden, tenzij een partij binnen zeven dagen na ontvangst van de kennisgeving van die beschikking een verzoek om te worden gehoord, zou hebben ingediend, en dat, behoudens zulk een verzoek, de debatten na die termijn zouden worden gesloten en de zaak in beraad zou worden genomen.
Aangezien geen enkel verzoek tot terechtzitting werd ingediend, is de zaak in beraad genomen.
De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast.
II. In rechte
-A-
Ten aanzien van de ontvankelijkheid
Wat het belang van de verzoekende partijen betreft
A.1.1. De eerste verzoekende partij, de Algemene Centrale van het Militair Personeel, doet gelden dat zij bij koninklijk besluit van 17 december 1990 is erkend als vakorganisatie voor de toepassing van de wet van 11 juli 1978 « tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakorganisaties van het militair personeel ».
Zij voert aan dat zij beschikt over een functioneel belang bij de vernietiging van de artikelen 5, 3° en 4°, en 10 van de wet van 16 juni 2024 « houdende wijziging van de wet van 11 december 1998 tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen » (hierna : de wet van 16 juni 2024), in zoverre die wet werd aangenomen zonder naleving van de vereiste van de voorafgaande onderhandeling met de representatieve vakorganisaties. Zij doet gelden dat het recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel zou worden geschonden indien haar de toegang tot het Hof zou worden ontzegd. Zij verzoekt het Hof om over de problematiek een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.
A.1.2. De tweede, derde, vierde en vijfde verzoekende partij treden op in hun hoedanigheid van burger en militair. Zij voeren aan dat zij benadeeld worden als adressaten van de bestreden bepalingen met betrekking tot het veiligheidsadvies. Wat in het bijzonder artikel 5, 4°, van de wet van 16 juni 2024 betreft, voeren zij aan dat die bepaling op retroactieve wijze geheel van toepassing zal zijn op de personeelsleden van Defensie na de gebeurlijke vernietiging van artikel 48 van de wet van 7 april 2023 « houdende wijziging van de wet van 11 december 1998, betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen » (hierna :
de wet van 7 april 2023) die wordt gevorderd in de zaak nr. 8118.
A.1.3. De zesde verzoekende partij voert aan dat zij in haar hoedanigheid van advocaat belang heeft bij de vernietiging van de bestreden bepalingen. Zij verwijst naar het arrest van het Hof nr. 171/2011 van 10 november 2011 (), waarin het Hof bevestigt dat de advocaten belang hebben bij de vernietiging van bepalingen die afbreuk doen aan de uitoefening van het beroep, inzonderheid door hun taak te bemoeilijken in zoverre zij een termijn van acht dagen voor het instellen van een beroep opleggen. Daar zij optreedt als advocaat van elke belanghebbende, en niet enkel van militairen, heeft zij belang bij de vernietiging van alle bestreden bepalingen, met inbegrip van de bepalingen die niet op militairen van toepassing zijn.
A.2.1. De Ministerraad voert aan dat de verzoekende partijen niet beschikken over het rechtens vereiste belang bij de vernietiging van de artikelen 5, 3° en 4°, en 10 van de wet van 16 juni 2024.
Wat de eerste verzoekende partij betreft, voert de Ministerraad aan dat de bestreden bepalingen, in het algemeen, geen afbreuk doen aan de wettelijke voorwaarden volgens welke zij, als vakorganisatie van de militairen, bij de uitvoering en de totstandkoming van de wet van 16 juni 2024 wordt betrokken. De bestreden bepalingen hebben niet tot gevolg dat aan de prerogatieven van de verzoekende partij wordt geraakt. Daarenboven
3
zijn de artikelen 4, § 4, en 11 van de wet van 11 december 1998 « tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen en veiligheidsadviezen » (hierna : wet van 11 december 1998 inzake het Beroepsorgaan), die worden gewijzigd bij de bestreden artikelen 5, 4°, en 10 van de wet van 16 juni 2024, niet van toepassing op de personeelsleden van het ministerie van Defensie en dus niet op militairen. Bijgevolg zijn die bepalingen evenmin van toepassing op de leden van de verzoekende partij.
Wat de tweede tot de vijfde verzoekende partij betreft, die optreden in hun hoedanigheid van militair werkzaam bij het ministerie van Defensie, voert de Ministerraad aan dat zij niet aantonen op welke wijze de bestreden bepalingen hen rechtstreeks en ongunstig in hun rechtssituatie zouden raken. Voorts herhaalt de Ministerraad dat de artikelen 4, § 4, en 11 van de wet van 11 december 1998 inzake het Beroepsorgaan, die worden gewijzigd bij de bestreden artikelen 5, 4°, en 10 van de wet van 16 juni 2024, niet op militairen en dus niet op de tweede tot de vijfde verzoekende partij van toepassing zijn. Bijgevolg kunnen zij geen nadeel van die bepalingen ondervinden.
Wat tot slot de zesde verzoekende partij betreft, die optreedt in haar hoedanigheid van advocaat, voert de Ministerraad aan dat zij evenmin aantoont op welke wijze de bestreden bepalingen haar rechtstreeks en ongunstig in haar rechtssituatie zouden raken. In het bijzonder in zoverre de zesde verzoekende partij als advocaat van militairen optreedt, heeft zij in elk geval geen belang bij het beroep tot vernietiging van de artikelen 5, 4°, en 10
van de wet van 16 juni 2024, die immers niet op militairen van toepassing zijn.
A.2.2. De Ministerraad voert ten slotte aan dat het beroep tot vernietiging enkel ontvankelijk kan zijn in zoverre de bestreden bepalingen op het militair personeel van het ministerie van Defensie betrekking hebben, daar de verzoekende partijen zich enkel door die bepalingen gegriefd achten in zoverre zij op het militair personeel van toepassing zijn.
Wat de ontvankelijkheid van de aangevoerde middelen en grieven betreft
A.3. De Ministerraad voert aan dat de aangevoerde middelen niet ontvankelijk zijn in zoverre ze zijn afgeleid uit de schending van referentienormen waaromtrent de verzoekende partijen niet uiteenzetten in welke zin de bestreden bepalingen die referentienormen zouden schenden.
A.4. De verzoekende partijen antwoorden dat de Ministerraad het belang bij het vernietigingsberoep verwart met het belang bij het middel. Zij doen bovendien gelden dat uit de memorie van de Ministerraad blijkt dat hij hun middelen wel degelijk heeft begrepen.
Ten aanzien van de middelen
Wat het eerste middel betreft
A.5. Het eerste middel is afgeleid uit de schending, door de artikelen 4, §§ 3 en 4, van de wet van 11 december 1998 inzake het Beroepsorgaan, zoals gewijzigd, respectievelijk ingevoegd bij de bestreden artikelen 5, 3° en 4°, van de wet van 16 juni 2024, van de artikelen 10, 11, 13, 22, 23 en 27 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met de artikelen 6, 8, 13 en 14 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, met artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna : het Handvest) en met het beginsel van rechtszekerheid.
A.6.1. In het eerste onderdeel van het eerste middel voeren de verzoekende partijen aan dat artikel 4, § 4, van de wet van 11 december 1998 inzake het Beroepsorgaan, zoals ingevoegd bij het bestreden artikel 5, 4°, van de wet van 16 juni 2024, afbreuk doet aan het recht op toegang tot de rechter, het recht van verdediging en het rechtszekerheidsbeginsel, in zoverre de rechtzoekende een termijn van slechts acht dagen wordt toegekend om een beroep in te dienen bij het Beroepsorgaan wanneer van het veiligheidsadvies niet tijdig kennis is gegeven. Die beroepstermijn is problematisch omdat de rechtzoekende niet weet op welk tijdstip de termijn van 30 dagen om ter zake een beslissing te nemen overeenkomstig artikel 22sexies/3, § 3, (thans artikel 41) van de wet van 11 december 1998 «...
Pour continuer la lecture
Commencez GratuitementDébloquez l'accès complet avec un essai gratuit de 7 jours
Transformez votre recherche juridique avec vLex
-
Accès complet à la plus grande collection de jurisprudence de common law sur une seule plateforme
-
Générez des résumés de cas avec l’IA qui mettent en évidence les enjeux juridiques clés
-
Fonctionnalités de recherche avancées avec des options de filtrage et de tri précises
-
Contenu juridique complet avec des documents provenant de plus de 100 juridictions
-
Fiable pour 2 millions de professionnels, y compris les plus grands cabinets du monde
-
Accédez à la recherche assistée par l’IA avec Vincent AI : requêtes en langage naturel avec citations vérifiées
Débloquez l'accès complet avec un essai gratuit de 7 jours
Transformez votre recherche juridique avec vLex
-
Accès complet à la plus grande collection de jurisprudence de common law sur une seule plateforme
-
Générez des résumés de cas avec l’IA qui mettent en évidence les enjeux juridiques clés
-
Fonctionnalités de recherche avancées avec des options de filtrage et de tri précises
-
Contenu juridique complet avec des documents provenant de plus de 100 juridictions
-
Fiable pour 2 millions de professionnels, y compris les plus grands cabinets du monde
-
Accédez à la recherche assistée par l’IA avec Vincent AI : requêtes en langage naturel avec citations vérifiées
Débloquez l'accès complet avec un essai gratuit de 7 jours
Transformez votre recherche juridique avec vLex
-
Accès complet à la plus grande collection de jurisprudence de common law sur une seule plateforme
-
Générez des résumés de cas avec l’IA qui mettent en évidence les enjeux juridiques clés
-
Fonctionnalités de recherche avancées avec des options de filtrage et de tri précises
-
Contenu juridique complet avec des documents provenant de plus de 100 juridictions
-
Fiable pour 2 millions de professionnels, y compris les plus grands cabinets du monde
-
Accédez à la recherche assistée par l’IA avec Vincent AI : requêtes en langage naturel avec citations vérifiées
Débloquez l'accès complet avec un essai gratuit de 7 jours
Transformez votre recherche juridique avec vLex
-
Accès complet à la plus grande collection de jurisprudence de common law sur une seule plateforme
-
Générez des résumés de cas avec l’IA qui mettent en évidence les enjeux juridiques clés
-
Fonctionnalités de recherche avancées avec des options de filtrage et de tri précises
-
Contenu juridique complet avec des documents provenant de plus de 100 juridictions
-
Fiable pour 2 millions de professionnels, y compris les plus grands cabinets du monde
-
Accédez à la recherche assistée par l’IA avec Vincent AI : requêtes en langage naturel avec citations vérifiées
Débloquez l'accès complet avec un essai gratuit de 7 jours
Transformez votre recherche juridique avec vLex
-
Accès complet à la plus grande collection de jurisprudence de common law sur une seule plateforme
-
Générez des résumés de cas avec l’IA qui mettent en évidence les enjeux juridiques clés
-
Fonctionnalités de recherche avancées avec des options de filtrage et de tri précises
-
Contenu juridique complet avec des documents provenant de plus de 100 juridictions
-
Fiable pour 2 millions de professionnels, y compris les plus grands cabinets du monde
-
Accédez à la recherche assistée par l’IA avec Vincent AI : requêtes en langage naturel avec citations vérifiées