Jugement/arrêt, Cour constitutionnelle (Cour d'Arbitrage), 2025-06-12

JurisdictionBélgica
Judgment Date12 juin 2025
ECLIECLI:BE:GHCC:2025:ARR.087
CourtCour constitutionnelle (Cour d'Arbitrage),Grondwettelijk Hof (Arbitragehof),Verfassungsgerichtshof (Schiedshof)
Docket Number87/2025
Link to Original Sourcehttps://juportal.be/content/ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.087

Grondwettelijk Hof
Arrest nr. 87/2025
van 12 juni 2025
Rolnummer : 8290
In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 62 en 67 van de wet van 18 januari 2024 « om justitie menselijker, sneller en straffer te maken III », ingesteld door de nv « Derby ».
Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters Pierre Nihoul en Luc Lavrysen, en de rechters Thierry Giet, Joséphine Moerman, Michel Pâques, Danny Pieters en Kattrin Jadin, bijgestaan door griffier Frank Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter Pierre Nihoul,
wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging
Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 25 juli 2024 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 26 juli 2024, heeft de nv « Derby », bijgestaan en vertegenwoordigd door mr. Pierre Joassart, advocaat bij de balie te Brussel, beroep tot vernietiging ingesteld van de artikelen 62 en 67 van de wet van 18 januari 2024 « om justitie menselijker, sneller en straffer te maken III » (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 26 januari 2024).
De Ministerraad, bijgestaan en vertegenwoordigd door mr. Philippe Schaffner en mr. Sébastien Kaisergruber, advocaten bij de balie te Brussel, heeft een memorie ingediend, de verzoekende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de Ministerraad heeft ook een memorie van wederantwoord ingediend.
Bij beschikking van 30 april 2025 heeft het Hof, na de rechters-verslaggevers Kattrin Jadin en Danny Pieters te hebben gehoord, beslist dat de zaak in staat van wijzen was, dat geen terechtzitting zou worden gehouden, tenzij een partij binnen zeven dagen na ontvangst van de kennisgeving van die beschikking een verzoek om te worden gehoord, zou hebben ingediend, en dat, behoudens zulk een verzoek, de debatten na die termijn zouden worden gesloten en de zaak in beraad zou worden genomen.
2
Aangezien geen enkel verzoek tot terechtzitting werd ingediend, is de zaak in beraad genomen.
De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast.
II. In rechte
-A-
Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het beroep
A.1.1. De verzoekende partij doet gelden dat zij een belang heeft bij het vorderen van de vernietiging van de artikelen 62 en 67 van de wet van 18 januari 2024 « om justitie menselijker, sneller en straffer te maken III »
(hierna : de wet van 18 januari 2024). Zij zet uiteen dat haar activiteiten zowel de organisatie als het aannemen van weddenschappen betreffen en dat zij haar activiteiten tegelijkertijd in fysieke inrichtingen (kansspelinrichtingen klasse IV) en via instrumenten van de informatiemaatschappij uitoefent. Zij legt de vergunning F1 en verschillende vergunningen F2 voor waarvan zij houder is. Zij voert aan dat de bestreden bepalingen haar situatie rechtstreeks en ongunstig raken, aangezien zij erin voorzien dat de inbreuken op de koninklijke besluiten die zijn genomen ter uitvoering van de wet van 7 mei 1999 « op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers » (hierna : de wet van 7 mei 1999)
voortaan het voorwerp kunnen uitmaken van administratieve sancties (artikel 15/3, § 1, van de wet van 7 mei 1999, zoals gewijzigd bij artikel 62 van de wet van 18 januari 2024) of van strafrechtelijke sancties (artikel 64 van de wet van 7 mei 1999, zoals gewijzigd bij artikel 67 van de wet van 18 januari 2024). Zij voegt eraan toe dat, zelfs indien de artikelen 15/3 en 64 van de wet van 7 mei 1999 opnieuw werden gewijzigd bij de wet van 7 mei 2024
« tot wijziging van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers en houdende diverse bepalingen inzake de kansspelen » (hierna : de wet van 7 mei 2024), zij een belang behoudt bij het beroep, aangezien de bestreden bepalingen op haar betrekking hadden tijdens de periode waarin ze uitwerking hebben gehad.
A.1.2. De Ministerraad betwist de ontvankelijkheid van het beroep.
Ten eerste doet de Ministerraad gelden dat de verzoekende partij geen belang heeft bij het beroep, aangezien de bestreden bepalingen maar tussen 5 februari 2024 (datum van de inwerkingtreding ervan) en 1 juni 2024 (datum van inwerkingtreding van de artikelen 6 en 23 van de wet van 7 mei 2024) van kracht zijn geweest. Volgens hem toont de verzoekende partij niet aan dat zij administratief en/of strafrechtelijk zou worden of zou kunnen worden vervolgd wegens feiten die tijdens die periode zijn gepleegd. In ondergeschikte orde is de Ministerraad van mening dat de ontvankelijkheid van het thans onderzochte beroep enkel zou moeten worden onderzocht indien de verzoekende partij een beroep zou instellen tegen de desbetreffende bepalingen van de wet van 7 mei 2024 en indien dat beroep door het Hof zou worden ingewilligd.
Ten tweede voert de Ministerraad aan dat de situatie van de verzoekende partij niet lijkt te worden geraakt door de bestreden bepalingen, aangezien die het vroegere recht maar zeer marginaal wijzigen. Hij voegt eraan toe dat de verzoekende partij de bestreden bepalingen hoe dan ook niet op ontvankelijke wijze kan betwisten met betrekking tot de passages die reeds in de vroegere wetgeving bestonden.
Ten derde betwist de Ministerraad de ontvankelijkheid van het beroep, om de in A.4.1, A.8.1, A.12.1 en A.15.1 vermelde redenen.
A.1.3. De verzoekende partij antwoordt eerst dat zij, tijdens de periode van 5 februari 2024 tot 1 juni 2024, kansspelinrichtingen klasse IV heeft geëxploiteerd en sportweddenschappen heeft georganiseerd, waaronder weddenschappen op paardenwedrennen. Het risico strafrechtelijk te worden vervolgd wegens eventuele inbreuken die zij tijdens die periode zou hebben begaan, bevestigt volgens haar dat zij een belang heeft bij het beroep.
Bovendien beweert zij een beroep tot vernietiging te hebben ingesteld tegen de bepalingen van de nieuwe wet.
3
Zij antwoordt vervolgens dat het de bestreden bepalingen zijn die, voor de eerste keer, voorzien in strafrechtelijke sancties in geval van schending van alle reglementaire bepalingen die ter uitvoering van de betrokken wetsbepalingen zijn genomen. Vervolgens voert zij aan dat zij een belang heeft bij het beroep, ook al bestonden sommige bepalingen reeds voordien, aangezien het de bestreden bepalingen zijn die van toepassing zijn voor de periode van 5 februari 2024 tot 1 juni 2024. Ten slotte vestigt zij de aandacht op verschillende koninklijke besluiten die zijn genomen op grond van de artikelen 43/2/1 of 43/4 van de wet van 7 mei 1999 en waarvan de schending voortaan strafrechtelijk wordt bestraft.
A.1.4. De Ministerraad repliceert dat in de memorie van antwoord nieuwe grieven worden opgeworpen om het belang bij het beroep te verantwoorden en dat die uiteenzettingen onontvankelijk zijn. Hij is eveneens van mening dat het door de verzoekende partij aangevoerde risico van strafvervolging hypothetisch is.
Ten aanzien van de middelen
Wat betreft het eerste middel
A.2. De verzoekende partij leidt een eerste middel af uit de schending, door de artikelen 62 en 67 van de wet van 18 januari 2024, van de artikelen 12, tweede lid, en 14 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 7 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens. Het eerste middel bestaat uit drie onderdelen.
Eerste onderdeel
A.3. In het eerste onderdeel doet de verzoekende partij gelden dat de bestreden bepalingen het formele wettigheidsbeginsel in strafzaken schenden. Verwijzend naar de rechtspraak van het Hof, beklemtoont zij dat, krachtens dat beginsel, een delegatie aan de Koning enkel wordt aanvaard voor zover de machtiging voldoende nauwkeurig is omschreven en betrekking heeft op de tenuitvoerlegging van maatregelen waarvan de essentiële elementen vooraf door de wetgever zijn bepaald. Volgens haar is dat beginsel niet alleen van toepassing met betrekking tot de in artikel 64 van de wet van 7 mei 1999 bedoelde strafrechtelijke sancties, maar ook met betrekking tot de in artikel 15/3 van de wet van 7 mei 1999 bedoelde administratieve geldboetes, aangezien die laatste een bestraffend karakter hebben.
Ten eerste merkt de verzoekende partij op dat, wat de maximumbedragen van de inzet, het verlies en de winst betreft, artikel 8, vijfde lid, van de wet van 7 mei 1999 de Koning ertoe machtigt voor de kansspelinrichtingen klasse I de elementen te bepalen die door de wetgever zijn vastgesteld voor de kansspelinrichtingen van de klassen II, III en IV. Volgens haar volgt daaruit dat het niet de wetgever is die de essentiële elementen van het strafbaar gestelde gedrag bepaalt met betrekking tot de kansspelinrichtingen klasse I.
Ten tweede, na artikel 43/2, § 1, van de wet van 7 mei 1999 te hebben aangehaald, voert de verzoekende partij aan dat die bepaling het formele wettigheidsbeginsel niet in acht neemt. Zij doet gelden dat de essentiële elementen waren vervat in de paragrafen 2 en 3 van die bepaling, maar dat die zijn vernietigd bij het arrest van het Hof nr. 177/2021 van 9 december 2021 (ECLI:BE:GHCC:2021:ARR.177). Volgens haar volgt daaruit dat de actuele versie van die bepaling niet langer de essentiële elementen van de inbreuk bevat.
Ten derde merkt de verzoekende partij op dat artikel 61, tweede lid, van de wet van 7 mei 1999 de Koning ertoe machtigt de nadere regels betreffende de reclame voor kansspelen te bepalen. Volgens haar stelt die wetsbepaling de essentiële elementen van de inbreuk niet vast.
A.4.1. De Ministerraad betwist de ontvankelijkheid van de drie grieven die door de verzoekende partij zijn uiteengezet.
Wat de eerste grief betreft, doet de Ministerraad gelden dat de verzoekende partij niet rechtstreeks wordt geraakt door het feit dat het toepassingsgebied van de sancties wordt uitgebreid tot de koninklijke besluiten die zijn genomen op grond van artikel 8, vijfde lid, van de wet van 7 mei 1999, aangezien de verzoekende partij geen...

Pour continuer la lecture

Commencez Gratuitement

Débloquez l'accès complet avec un essai gratuit de 7 jours

Transformez votre recherche juridique avec vLex

  • Accès complet à la plus grande collection de jurisprudence de common law sur une seule plateforme

  • Générez des résumés de cas avec l’IA qui mettent en évidence les enjeux juridiques clés

  • Fonctionnalités de recherche avancées avec des options de filtrage et de tri précises

  • Contenu juridique complet avec des documents provenant de plus de 100 juridictions

  • Fiable pour 2 millions de professionnels, y compris les plus grands cabinets du monde

  • Accédez à la recherche assistée par l’IA avec Vincent AI : requêtes en langage naturel avec citations vérifiées

vLex

Débloquez l'accès complet avec un essai gratuit de 7 jours

Transformez votre recherche juridique avec vLex

  • Accès complet à la plus grande collection de jurisprudence de common law sur une seule plateforme

  • Générez des résumés de cas avec l’IA qui mettent en évidence les enjeux juridiques clés

  • Fonctionnalités de recherche avancées avec des options de filtrage et de tri précises

  • Contenu juridique complet avec des documents provenant de plus de 100 juridictions

  • Fiable pour 2 millions de professionnels, y compris les plus grands cabinets du monde

  • Accédez à la recherche assistée par l’IA avec Vincent AI : requêtes en langage naturel avec citations vérifiées

vLex

Débloquez l'accès complet avec un essai gratuit de 7 jours

Transformez votre recherche juridique avec vLex

  • Accès complet à la plus grande collection de jurisprudence de common law sur une seule plateforme

  • Générez des résumés de cas avec l’IA qui mettent en évidence les enjeux juridiques clés

  • Fonctionnalités de recherche avancées avec des options de filtrage et de tri précises

  • Contenu juridique complet avec des documents provenant de plus de 100 juridictions

  • Fiable pour 2 millions de professionnels, y compris les plus grands cabinets du monde

  • Accédez à la recherche assistée par l’IA avec Vincent AI : requêtes en langage naturel avec citations vérifiées

vLex

Débloquez l'accès complet avec un essai gratuit de 7 jours

Transformez votre recherche juridique avec vLex

  • Accès complet à la plus grande collection de jurisprudence de common law sur une seule plateforme

  • Générez des résumés de cas avec l’IA qui mettent en évidence les enjeux juridiques clés

  • Fonctionnalités de recherche avancées avec des options de filtrage et de tri précises

  • Contenu juridique complet avec des documents provenant de plus de 100 juridictions

  • Fiable pour 2 millions de professionnels, y compris les plus grands cabinets du monde

  • Accédez à la recherche assistée par l’IA avec Vincent AI : requêtes en langage naturel avec citations vérifiées

vLex

Débloquez l'accès complet avec un essai gratuit de 7 jours

Transformez votre recherche juridique avec vLex

  • Accès complet à la plus grande collection de jurisprudence de common law sur une seule plateforme

  • Générez des résumés de cas avec l’IA qui mettent en évidence les enjeux juridiques clés

  • Fonctionnalités de recherche avancées avec des options de filtrage et de tri précises

  • Contenu juridique complet avec des documents provenant de plus de 100 juridictions

  • Fiable pour 2 millions de professionnels, y compris les plus grands cabinets du monde

  • Accédez à la recherche assistée par l’IA avec Vincent AI : requêtes en langage naturel avec citations vérifiées

vLex

Débloquez l'accès complet avec un essai gratuit de 7 jours

Transformez votre recherche juridique avec vLex

  • Accès complet à la plus grande collection de jurisprudence de common law sur une seule plateforme

  • Générez des résumés de cas avec l’IA qui mettent en évidence les enjeux juridiques clés

  • Fonctionnalités de recherche avancées avec des options de filtrage et de tri précises

  • Contenu juridique complet avec des documents provenant de plus de 100 juridictions

  • Fiable pour 2 millions de professionnels, y compris les plus grands cabinets du monde

  • Accédez à la recherche assistée par l’IA avec Vincent AI : requêtes en langage naturel avec citations vérifiées

vLex

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT