Jugement/arrêt, Cour constitutionnelle (Cour d'Arbitrage), 2021-02-11
| Juridiction | Bélgica |
| Court | Verfassungsgerichtshof (Schiedshof),Grondwettelijk Hof (Arbitragehof),Cour constitutionnelle (Cour d'Arbitrage) |
| Judgment Date | 11 février 2021 |
| ECLI | ECLI:BE:GHCC:2021:ARR.022 |
| Docket Number | 22/2021 |
| Link to Original Source | https://juportal.be/content/ECLI:BE:GHCC:2021:ARR.022 |
Rolnummer 7268
Arrest nr. 22/2021
van 11 februari 2021
In zake : het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 15 februari 2019 « betreffende het jeugddelinquentierecht », ingesteld door M.J. en anderen
Het Grondwettelijk Hof
samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en F. Daoût, de rechters J.-P. Moerman, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, T. Giet, R. Leysen, J. Moerman, M. Pâques, Y. Kherbache en T. Detienne, en, overeenkomstig artikel 60bis van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, emeritus voorzitter A. Alen, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van emeritus voorzitter A. Alen
wijst na beraad het volgende arrest
2
I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging
Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 25 oktober 2019 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 28 oktober 2019, is beroep tot gedeeltelijke vernietiging ingesteld van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 15 februari 2019
« betreffende het jeugddelinquentierecht » (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 26 april 2019) door M.J., M.W., I.C., M.P., L.P., S.P., E. V.L., K.M., Y.C., D.C., M.B., T.B., A.D., L.L., L.L., D.L. en C.H, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. P. Verpoorten, advocaat bij de balie te Antwerpen.
Memories en memories van wederantwoord zijn ingediend door :
- de Orde van Vlaamse balies en Christian Vandenbogaerde, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. P. Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie;
- de Vlaamse Regering, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. B. Martel en Mr. K. Caluwaert, advocaten bij de balie te Brussel.
De verzoekende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend.
Bij beschikking van 2 juli 2020 heeft het Hof, na de rechters-verslaggevers Y. Kherbache en M. Pâques te hebben gehoord, beslist dat de zaak in staat van wijzen is, dat geen terechtzitting zal worden gehouden, tenzij een partij binnen zeven dagen na ontvangst van de kennisgeving van die beschikking een verzoek heeft ingediend om te worden gehoord, en dat, behoudens zulk een verzoek, de debatten zullen worden gesloten op 15 juli 2020 en de zaak in beraad zal worden genomen.
Aangezien geen enkel verzoek tot terechtzitting werd ingediend, is de zaak op 15 juli 2020
in beraad genomen.
De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast.
II. In rechte
-A-
Ten aanzien van de ontvankelijkheid
A.1.1 De Vlaamse Regering betwist de ontvankelijkheid van het verzoekschrift. Vermits de verzoekende partijen allen minderjarig zijn op het ogenblik van het indienen van het vernietigingsberoep, zouden zij niet beschikken over de vereiste procesbekwaamheid. Het zou daarenboven niet blijken dat zij in het kader van het onderhavige beroep worden vertegenwoordigd door hun wettelijke vertegenwoordigers.
3
A.1.2. Voorts voert de Vlaamse Regering aan dat het beroep gedeeltelijk niet-ontvankelijk is wegens gebrek aan grieven tegen de bestreden bepalingen en wegens gebrek aan uiteenzetting van de middelen. De verzoekende partijen zouden zich enkel gegriefd voelen door de in het verzoekschrift onderlijnde onderdelen van de bestreden bepalingen en zouden geen grieven aanvoeren tegen de artikelen 15, § 1, vijfde lid, laatste zin, en 20, § 2, van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 15 februari 2019 « betreffende het jeugddelinquentierecht » (hierna :
het bestreden decreet). Het zou daarenboven niet steeds duidelijk zijn in welk opzicht elk van de bestreden bepalingen volgens de verzoekende partijen de aangevoerde referentienormen zou schenden.
A.2.1. De verzoekende partijen betwisten dat de minderjarigheid een volledige en absolute handelingsonbekwaamheid zou inhouden. Zij zijn van oordeel dat een minderjarige een vordering in rechte kan instellen wanneer hij daarbij een direct belang heeft. Dat belang wordt niet betwist, nu het bestreden decreet het recht op vrijheid van de minderjarige in het gedrang brengt. De verzoekende partijen wijzen daarbij ook op de aanstelling van een jeugdadvocaat om hun belangen te verdedigen, hetgeen hen in de mogelijkheid heeft gesteld om onderhavig beroep in te dienen. Een dergelijk beroep van minderjarigen afwijzen wegens procesonbekwaamheid, niettegenstaande hun duidelijk belang, zou afbreuk doen aan hun recht op toegang tot de rechter.
A.2.2. Wat de exceptie inzake het gebrek aan grieven en het gebrek aan uiteenzetting van middelen betreft, stellen de verzoekers dat het Hof dit mee zal onderzoeken bij de beoordeling ten gronde.
A.3. De Orde van Vlaamse balies en Christian Vandenbogaerde (hierna : de tussenkomende partijen)
benadrukken dat het statuut van de minderjarige een beschermingsstatuut ten voordele van het betrokken kind is, dat niet tegen hem mag worden gebruikt. Vanwege de eigenheid van het jeugdrecht, wordt er in deze materie uitgegaan van de principiële procesbekwaamheid van de betrokkene. Aldus wordt de minderjarige in de wet van 8 april 1965 « betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade » (hierna : de wet van 8 april 1965), en thans ook in het bestreden decreet betreffende het jeugddelinquentierecht, erkend als zelfstandige procespartij die zelf zijn rechtsmiddelen kan uitputten zonder enige bijstand van zijn wettelijke vertegenwoordiger.
Ook het Hof van Cassatie heeft reeds geoordeeld dat het recht om verzet, hoger beroep of een voorziening in cassatie in te stellen, aan de minderjarige persoonlijk toebehoort en niet door zijn vertegenwoordiger mag worden uitgeoefend. In ieder geval wordt de procesbekwaamheid van de minderjarige aanvaard in aangelegenheden met een strikt persoonlijk karakter, hetgeen te dezen klaarblijkelijk het geval is. In de aangelegenheden waarin het de rechten betreft die de persoon van de minderjarige aanbelangen, dient dan ook te worden aanvaard dat de minderjarige zelf een beroep tot vernietiging kan indienen tegen een wet of decreet dat die rechten vormgeeft.
A.4.1. Wat het gebrek aan ontvankelijkheid bij ontstentenis van procesbekwaamheid betreft, antwoordt de Vlaamse Regering dat een minderjarige in het kader van een procedure inzake jeugdbescherming weliswaar als zelfstandige procespartij kan optreden en dus over een eigen procesbekwaamheid beschikt. De onderhavige vernietigingsprocedure kan evenwel niet als een dergelijke procedure worden beschouwd. Voorts zou de aanstelling van de raadsman van de verzoekende partijen als hun advocaat niet tot gevolg hebben dat de betrokken minderjarigen over een eigen procesbekwaamheid beschikken om zelfstandig bij het Hof een vernietigingsberoep in te stellen. De door de verzoekers aangehaalde rechtspraak van de Raad van State, waarin wordt aanvaard dat een minderjarige die het vereiste onderscheidingsvermogen heeft alleen de geschillen mag voeren over handelingen die « strikt persoonlijke rechten » betreffen, zou niet per analogie van toepassing zijn. Gelet op de werking erga omnes van een vernietigingsarrest van het Hof, heeft een vernietigingsberoep per definitie immers geen « strikt persoonlijk » karakter. De verzoekende partijen geven bovendien geen enkele toelichting inzake hun persoonlijke situatie en de wijze waarop de bestreden bepalingen die situatie zouden kunnen beïnvloeden.
A.4.2. De Vlaamse Regering voert voorts de gedeeltelijke niet-ontvankelijkheid van de memorie van antwoord aan. De verzoekende partijen citeren in hun memorie veelvuldig uit de Engelstalige gids bij de artikelen 5
en 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, dit zonder vertaling, noch toelichting hoe de geciteerde passages moeten worden toegepast op het onderhavige vernietigingsberoep. Zij miskennen aldus de in artikel 62 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 bedoelde voorschriften inzake het gebruik van talen voor het Hof, evenals de rechten van verdediging en het contradictoire karakter van de rechtspleging. De bedoelde passages dienen dan ook uit de debatten te worden geweerd. Minstens is de in de memorie van antwoord opgenomen toelichting van de middelen in die mate onontvankelijk, bij gebrek aan uiteenzetting van de middelen.
4
Ten gronde
1. Ten aanzien van het optreden van de jeugdrechter of de jeugdrechtbank en de behandeling van de zaak
a) Ten aanzien van het verschijnen van de minderjarige verdachte of delictpleger en het recht op bijstand van een advocaat
A.5. De verzoekende partijen vorderen de vernietiging van artikel 15 van het bestreden decreet.
In een eerste onderdeel voeren de verzoekende partijen de schending aan van de rechten van verdediging van de minderjarige, zoals onder meer gewaarborgd bij artikel 22bis, tweede en vijfde lid, van de Grondwet, in zoverre uit de bestreden bepaling zou voortvloeien dat de minderjarige die niet zelf verschijnt, geen recht heeft op bijstand van of vertegenwoordiging door een advocaat.
In een tweede onderdeel voeren zij de schending aan van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en met artikel 40, lid 2, b), iv), van het Verdrag inzake de rechten van het kind. In zoverre uit de bestreden bepaling voortvloeit dat de minderjarige gedwongen kan worden gehoord, zou afbreuk worden gedaan aan het zwijgrecht van de minderjarige.
A.6. De tussenkomende partijen ondersteunen de argumentatie van de verzoekende partijen wat het voormelde middel betreft.
A.7.1. De Vlaamse Regering betwist de ontvankelijkheid van het eerste onderdeel van het middel, in zoverre de verzoekende partijen louter een schending aanvoeren van het algemeen rechtsbeginsel van de rechten van verdediging. Het Hof vermag niet rechtstreeks te toetsen aan dat rechtsbeginsel, dat op geen enkele wijze in verband wordt gebracht met het...
Pour continuer la lecture
Commencez GratuitementDébloquez l'accès complet avec un essai gratuit de 7 jours
Transformez votre recherche juridique avec vLex
-
Accès complet à la plus grande collection de jurisprudence de common law sur une seule plateforme
-
Générez des résumés de cas avec l’IA qui mettent en évidence les enjeux juridiques clés
-
Fonctionnalités de recherche avancées avec des options de filtrage et de tri précises
-
Contenu juridique complet avec des documents provenant de plus de 100 juridictions
-
Fiable pour 2 millions de professionnels, y compris les plus grands cabinets du monde
-
Accédez à la recherche assistée par l’IA avec Vincent AI : requêtes en langage naturel avec citations vérifiées
Débloquez l'accès complet avec un essai gratuit de 7 jours
Transformez votre recherche juridique avec vLex
-
Accès complet à la plus grande collection de jurisprudence de common law sur une seule plateforme
-
Générez des résumés de cas avec l’IA qui mettent en évidence les enjeux juridiques clés
-
Fonctionnalités de recherche avancées avec des options de filtrage et de tri précises
-
Contenu juridique complet avec des documents provenant de plus de 100 juridictions
-
Fiable pour 2 millions de professionnels, y compris les plus grands cabinets du monde
-
Accédez à la recherche assistée par l’IA avec Vincent AI : requêtes en langage naturel avec citations vérifiées
Débloquez l'accès complet avec un essai gratuit de 7 jours
Transformez votre recherche juridique avec vLex
-
Accès complet à la plus grande collection de jurisprudence de common law sur une seule plateforme
-
Générez des résumés de cas avec l’IA qui mettent en évidence les enjeux juridiques clés
-
Fonctionnalités de recherche avancées avec des options de filtrage et de tri précises
-
Contenu juridique complet avec des documents provenant de plus de 100 juridictions
-
Fiable pour 2 millions de professionnels, y compris les plus grands cabinets du monde
-
Accédez à la recherche assistée par l’IA avec Vincent AI : requêtes en langage naturel avec citations vérifiées
Débloquez l'accès complet avec un essai gratuit de 7 jours
Transformez votre recherche juridique avec vLex
-
Accès complet à la plus grande collection de jurisprudence de common law sur une seule plateforme
-
Générez des résumés de cas avec l’IA qui mettent en évidence les enjeux juridiques clés
-
Fonctionnalités de recherche avancées avec des options de filtrage et de tri précises
-
Contenu juridique complet avec des documents provenant de plus de 100 juridictions
-
Fiable pour 2 millions de professionnels, y compris les plus grands cabinets du monde
-
Accédez à la recherche assistée par l’IA avec Vincent AI : requêtes en langage naturel avec citations vérifiées
Débloquez l'accès complet avec un essai gratuit de 7 jours
Transformez votre recherche juridique avec vLex
-
Accès complet à la plus grande collection de jurisprudence de common law sur une seule plateforme
-
Générez des résumés de cas avec l’IA qui mettent en évidence les enjeux juridiques clés
-
Fonctionnalités de recherche avancées avec des options de filtrage et de tri précises
-
Contenu juridique complet avec des documents provenant de plus de 100 juridictions
-
Fiable pour 2 millions de professionnels, y compris les plus grands cabinets du monde
-
Accédez à la recherche assistée par l’IA avec Vincent AI : requêtes en langage naturel avec citations vérifiées