Vonnis/arrest, Grondwettelijk Hof (Arbitragehof), 2024-04-11

JurisdictionBélgica
Judgment Date11 avril 2024
ECLIECLI:BE:GHCC:2024:ARR.041
Link to Original Sourcehttps://juportal.be/content/ECLI:BE:GHCC:2024:ARR.041
Docket Number41/2024
CourtGrondwettelijk Hof (Arbitragehof)
Grondwettelijk Hof Arrest nr. 41/2024 van 11 april 2024 Rolnummer : 7958 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 2 van het koninklijk besluit van 27 juni 1974 « tot vaststelling op 1 april 1972 van de schalen verbonden aan de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel van de rijksonderwijsinrichtingen, van de personeelsleden van de algemene sturingsdienst van de scholen en de psycho-medisch-sociale centra, van de personeelsleden van de Algemene Inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen, van het personeel van de Algemene Inspectiedienst van het correspondentieonderwijs en van het gesubsidieerd lager onderwijs en van de gradenschalen van het personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Staat », geldig verklaard bij artikel 3 van het decreet van 13 december 2012 « tot geldigverklaring van diverse bepalingen die van toepassing zijn op het personeel van het onderwijs ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap », gesteld door de Franstalige Rechtbank van eerste aanleg te Brussel Het Grondwettelijk Hof samengesteld uit rechter Thierry Giet, waarnemend voorzitter, voorzitter Luc Lavrysen, en de rechters Joséphine Moerman, Sabine de Bethune, Emmanuelle Bribosia, Willem Verrijdt en Kattrin Jadin, bijgestaan door griffier Frank Meersschaut, onder voorzitterschap van rechter Thierry Giet wijst na beraad het volgende arrest I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging Bij vonnis van 22 december 2022, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 24 maart 2023, heeft de Franstalige Rechtbank van eerste aanleg te Brussel de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schendt artikel 2 van het koninklijk besluit van 27 juni 1974 waarbij op 1 april 1972 worden vastgelegd de schalen verbonden aan de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch personeel bij de rijksonderwijsinrichtingen, van de personeelsleden van de algemene sturingsdienst van de scholen en de psycho-medisch-sociale centra, aan de ambten van de leden van de inspectiedienst, belast met het toezicht op deze inrichtingen en aan de ambten van de leden van 2 de inspectiedienst van het correspondentieonderwijs en van het gesubsidieerd lager onderwijs, en de schalen verbonden aan de graden van het personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Staat, geldig verklaard bij artikel 3 van het decreet van 13 december 2012 tot geldigverklaring van diverse bepalingen die van toepassing zijn op het personeel van het onderwijs ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zoverre het voorziet in een hogere weddeschaal voor inspecteurs die benoemd of aangewezen zijn in de functie van inspecteur voor de algemene vakken in het secundair onderwijs van de hogere graad en in het niet-universitair hoger onderwijs die houder zijn van een universitair diploma, in vergelijking met de andere categorieën van inspecteurs die tijdelijk zijn aangewezen of definitief zijn benoemd in de functie van inspecteur in het gewone en/of gespecialiseerde basisonderwijs en houder zijn van ‘ een masterdiploma in de onderwijswetenschappen of een masterdiploma in de psychopedagogie, of een licentiaatsdiploma in de onderwijswetenschappen, of een licentiaatsdiploma in de voortgezette onderwijswetenschappen en -technieken, of een licentiaatsdiploma in de psychopedagogische wetenschappen, of een licentiaatsdiploma in de psychopedagogie, of een licentiaatsdiploma inzake opleidingsbeleid en psychopedagogie, of een licentiaatsdiploma inzake opleidingsbeleid en -praktijk ’ ? ». Memories en memories van antwoord zijn ingediend door : - Sophie Gracz, Isabelle Procureur en Mercedes Vercouter, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. Nathalie Fortemps, advocate bij de balie te Brussel; - de Franse Gemeenschap, vertegenwoordigd door haar Regering, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. Marc Nihoul, advocaat bij de balie van Waals-Brabant. Bij beschikking van 14 februari 2024 heeft het Hof, na de rechters-verslaggeefsters Emmanuelle Bribosia en Joséphine Moerman te hebben gehoord, beslist dat de zaak in staat van wijzen was, dat geen terechtzitting zou worden gehouden, tenzij een partij binnen zeven dagen na ontvangst van de kennisgeving van die beschikking een verzoek om te worden gehoord, zou hebben ingediend, en dat, behoudens zulk een verzoek, de debatten na die termijn zouden worden gesloten en de zaak in beraad zou worden genomen. Aangezien geen enkel verzoek tot terechtzitting werd ingediend, is de zaak in beraad genomen. De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. De feiten en de rechtspleging in het bodemgeschil De aan het verwijzende rechtscollege voorgelegde zaak betreft de weddeschalen die van toepassing zijn op de inspecteurs die door de Franse Gemeenschap tijdelijk zijn aangesteld of vastbenoemd zijn in ambten van inspecteur in het gewoon en/of gespecialiseerd basisonderwijs en die houder zijn van een « een masterdiploma in de onderwijswetenschappen of een masterdiploma in de psychopedagogie, van een licentiaatsdiploma in de onderwijswetenschappen, van een licentiaatsdiploma in de voortgezette onderwijswetenschappen en -technieken, van een licentiaatsdiploma in de psychopedagogische wetenschappen, van een licentiaatsdiploma in de 3 psychopedagogie, van een licentiaatsdiploma inzake opleidingsbeleid en psychopedagogie, of van een licentiaatsdiploma inzake opleidingsbeleid en -praktijk » (hierna : het masterdiploma in de onderwijswetenschappen of het daarmee gelijkwaardige diploma). Negentien inspecteurs betwisten die schalen voor de Franstalige Rechtbank van eerste aanleg te Brussel en vorderen dat de Franse Gemeenschap ertoe wordt veroordeeld hun het verschil te betalen tussen de wedde die zij op die basis hebben ontvangen en de wedde die zij zouden hebben ontvangen op basis van schaal 475, die wordt toegekend aan de inspecteurs van algemene vakken in het secundair onderwijs van de hogere graad en in het niet-universitair...

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT