Jugement/arrêt, Conseil d'État, 2016-10-28

JurisdictionBélgica
Judgment Date28 octobre 2016
ECLIECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.236.325
Link to Original Sourcehttps://juportal.be/content/ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.236.325
Docket NumberA. 219058/VI-20769
CourtConseil d'État
ARBEIDSHOF ANTWERPEN Afdeling Hasselt Arrest 27 februari 2014 VE, wonende te met als raadsman mr. GODELAINE Philippe, advocaat te TESSENDERLO tegen RVA, met maatschappelijke zetel te met als raadsman mr. KNAEPS Bart, advocaat te HASSELT Het hoger beroep is gericht tegen het vonnis van 14 mei 2013 van de arbeidsrechtbank Hasselt Het arbeidshof past de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken toe. Advocaat-generaal Stefaan D'HALLEWEYN gaf namens het openbaar ministerie mondeling advies op 23 januari 2014. ONTVANKELIJKHEID VAN HET HOGER BEROEP Het hoger beroep werd naar tijd en vorm regelmatig ingesteld, de toelaatbaarheid ervan wordt niet betwist en het hoger beroep dient dan ook ontvankelijk te worden verklaard. Gehoord partijen in de voordracht van hun conclusies en in de ontwikkeling van hun middelen ter openbare terechtzitting van 23 januari 2014. PROCESVERLOOP - ANTECEDENTEN Bij administratieve beslissing C29 van 6 december 2012 van de RVA, genomen in toepassing van de artikelen 30-38, 44, 45, 59octies, 71, 106, 139, 142, 144, 155, 169 en 175 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering en in toepassing van artikel 21 van het ministerieel besluit van 26 november 1991 houdende de toepassingsregels van de werkloosheidsreglementering, besliste de directeur van het werkloosheidsbureau Hasselt om: - EV uit te sluiten van het recht op werkloosheidsuitkeringen voor de periode van 13 maart 2006 tot en met 31 mei 2010; - de uitkeringen die hij onrechtmatig ontving voor de periode van 13 maart 2006 tot en met 31 mei 2010 terug te vorderen; - EV uit te sluiten van het recht op uitkeringen vanaf 10 december 2012 gedurende een periode van tweeënvijftig weken omdat hij opzettelijk gebruik maakte van onjuiste stukken teneinde uitkeringen te verkrijgen waarop hij geen recht had. De directeur van het werkloosheidsbureau van de RVA Hasselt nam deze beslissing op grond van feiten die hij als volgt omschrijft: " * Wat betreft de uitsluiting op grond van de artikelen 30-38 en artikel 59octies van het voormeld koninklijk besluit: Artikel 30 vermeldt: om toegelaten te worden tot het recht op werkloosheidsuitkeringen moet de voltijdse werknemer een wachttijd doorlopen hebben en, afhankelijk van de leeftijd, voldoende arbeidsdagen kunnen bewijzen. U deed een aanvraag om tijdelijke werkloosheid vanaf 13.03.2006. Bij uw aanvraag diende u het formulier C3.2 in van uw tewerkstelling bij VV P BVBA te.... Uit een controle-onderzoek is gebleken dat de documenten, afgeleverd door deze firma, onjuist zijn. De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid heeft namelijk de aangiften op uw naam, voor de onderneming VV P BVBA geschrapt. Alle documenten, afgeleverd door de VV P BVBA zijn onjuist. U heeft op basis van onjuiste documenten, door uzelf ondertekend en ingediend, uitkeringen aangevraagd en ontvangen waarop u geen recht had. U was zich bewust van de fictieve tewerkstelling waardoor u bewust heeft meegewerkt aan oplichting van de sociale zekerheid. U kan om deze reden geen uitkeringen ontvangen voor de periode van 13.03.2006 tot en met 31.05.2010. * Wat de terugvordering betreft: Elk onrechtmatig ontvangen som dient te worden terugbetaald (artikel 169, eerste lid van voormeld koninklijk besluit). Bijgevolg moeten de uitkeringen die u voor de periode van 13.03.2006 tot en met 31.05.2010 heeft genoten, worden teruggevorderd. Daar het gewone uitkeringsstelsel bij werkloosheid voorziet dat uitkeringen worden toegekend voor iedere dag van de week behalve de zondag, zullen de uitkeringen die u ontving voor de zaterdagen die volgen op de voormelde arbeidsdagen eveneens geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd (toepassing van artikel 21 van het ministerieel besluit van 26.11.1991 houdende de toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering). De uitkeringen worden teruggevorderd met dien verstande dat het recht van de RvA om de terugbetaling van onverschuldigd betaalde uitkeringen te bevelen na vijf jaar verjaart. Deze verjaringstermijn gaat in de eerste dag van het kalenderkwartaal dat volgt op dat waarin de uitbetaling werd gedaan (artikel 7 § 13, 2° en 3° lid van de Besluitwet van 28.12.1944). Het totale bedrag dat u moet terugbetalen, de berekening en de wijze waarop u kan terugbetalen, worden u hierbij betekend. * Wat betreft de vaststelling dat u met bedrieglijk inzicht handelde: U handelde met bedrieglijk inzicht. Dat wordt bewezen door het feit dat u een onjuist document C3.2 indiende teneinde te kwader trouw uitkeringen te kunnen ontvangen waarop u geen recht heeft. De werkloze die gehandeld heeft met bedrieglijk inzicht, kan strafrechtelijk worden vervolgd (artikel 175, 1°, e van voormeld koninklijk besluit). * Wat betreft de administratieve sanctie op grond van artikel 155 van het voormeld koninklijk besluit: U maakte opzettelijk gebruik van onjuiste stukken teneinde uitkeringen te verkrijgen waarop u geen recht hebt. De werkloze die onverschuldigde uitkeringen heeft of kan ontvangen omdat hij te kwader trouw gebruik maakte van onjuiste stukken teneinde uitkeringen te verkrijgen waarop hij geen recht heeft, kan worden uitgesloten van het genot van de uitkeringen gedurende ten minste 27 weken en ten hoogste 52 weken (artikel 155, eerste lid). De directeur kan zich beperken tot het geven van een verwittiging of de uitsluitingsbeslissing voorzien van een geheel of gedeeltelijk uitstel indien in de voorafgaande twee jaar geen gebeurtenis heeft plaatsgevonden die aanleiding heeft gegeven tot de toepassing van een sanctie op grond van artikel 153, 154 of 155 (artikel 157 bis, §§ 2 en 3). In uw geval werd de duur van de uitsluiting bepaald op 52 weken. Dit betreft een sanctie in verhouding tot de ernst van de inbreuk en gewettigd gezien het frauduleuze karakter. Om dezelfde reden(en) beperk ik mij niet tot het geven van een verwittiging (art. 157bis, § 1, lid 1) en voorzie ik de uitsluitingsbeslissing niet van een geheel of gedeeltelijk uitstel (art. 157 bis, § 2, lid 1)". Met terugvorderingsbeslissing C31 van 6 december 2012, genomen in uitvoering van de beslissing C29 werd een bedrag van 26.800,31 EUR teruggevorderd aan werkloosheidsuitkeringen voor de periode van 1...

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT