Huishoudelijk reglement van het controleorgaan op de politionele informatie, van 27 november 2018

 
GRATIS UITTREKSEL

HOOFDSTUK 1. - Inleiding en definities

Artikel 1. Onderhavig huishoudelijk reglement (hierna afgekort als `HR') wordt genomen ter uitvoering van artikel 233 § 1 GBW en moet samen gelezen worden met volgende niet exhaustieve regelgeving:

- de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (Algemene Verordening Gegevensbescherming, hierna `AVG');

- de richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977 /JBZ van de Raad (hierna `richtlijn justipol');

- de Wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens (BS, 5 september 2018);

- de Wet van 5 augustus 1992 op het politieambt.

Onderhavig HR heeft als doelstelling de werking en de nadere regels te bepalen volgens dewelke het Controleorgaan op de politionele informatie, haar leden en personeelsleden hun opdrachten en bevoegdheden uitoefenen die hen zijn toegekend overeenkomstig de in het eerste lid vermelde wetskrachtige akten en vult deze verder aan.

Art. 2. Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

  1. " het controleorgaan op de politionele informatie ": het controleorgaan op de politionele informatie in de zin van artikel 71, titel 7 van de GBW en artikel 44/6 van de WPA, hierna ook afgekort als "COC";

  2. " het directiecomité ": de drie leden, waaronder de voorzitter, van het Controleorgaan op de politionele informatie in de zin van artikel 231, 1e lid GBW, hierna afgekort als DIRCOM

  3. " de Voorzitter ": de Voorzitter van het Controleorgaan op de politionele informatie;

  4. "lid van het orgaan": één van de drie leden van het Controleorgaan in de zin van artikel 231, 1° GBW;

  5. De plenaire vergadering: de vergadering met alle leden en personeelsleden van het COC;

  6. "de personeelsleden": de leden van de dienst onderzoeken en de leden van het secretariaat.

  7. "de dienst onderzoeken": de dienst onderzoeken in de zin van artikel 231 § 4, 1e lid GBW, hierna afgekort als "DOSE"

  8. "het secretariaat": de leden van het secretariaat in de zin van artikel 235 GBW;

  9. "GBW" : de Wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens (BS, 5 september 2018).

  10. "WPA": de Wet van 5 augustus 1992 op het politieambt.

    HOOFDSTUK 2. - Structuur en werking van het COC

    Afdeling 1. - De voorzitter, het DIRCOM, de leden van het Controleorgaan en de plenaire vergadering van het COC

    Art. 3. De leden van het Orgaan treden in functie van zodra zij de eed hebben afgelegd conform artikel 231 § 3 GBW.

    Zij dragen de titel van "raadsheer" of "lid-raadsheer".

    Art. 4. De voorzitter is conform artikel 233 § 1 GBW belast met het dagelijks beheer van het COC. Hij leidt het secretariaat en de DOSE en ziet toe op de dagelijkse goede werking van het COC.

    In geval van verhindering worden de taken van de voorzitter, conform artikel 233 § 2 GBW, waargenomen, in die respectievelijke volgorde, door het lid van het Orgaan dat als parketmagistraat werd aangewezen, "eerste plaatsvervangend voorzitter" genoemd en het lid dat als deskundige werd aangewezen, "tweede plaatsvervangend voorzitter" genoemd.

    Dit geldt eveneens voor alle taken en functies voorzien door huidig HR.

    Art. 5. Het DIRCOM komt in besloten vergadering samen in beginsel één maal per week, en telkens het zulks noodzakelijk acht voor de vervulling van zijn taken.

    Een personeelslid kan de vergaderingen geheel of gedeeltelijk bijwonen mits akkoord van het DIRCOM. Tijdens die vergaderingen kunnen ook derden worden uitgenodigd en gehoord.

    De voorzitter bepaalt de dagorde van de vergadering. Elk lid kan de dagorde aanvullen en een spoedvergadering van het DIRCOM vragen als hij dat nodig acht. Elk lid voert het woord in de landstaal van zijn keuze. Om geldig te kunnen vergaderen dienen minstens twee leden aanwezig te zijn. De voorzitter zit de vergadering van het DIRCOM voor, opent de vergadering, leidt de debatten en sluit ze wanneer de dagorde is afgehandeld. Tijdens de vergaderingen kan de voorzitter worden bijgestaan door één van de leden van het DIRCOM of van het secretariaat, die de verslaggeving verzorgt. De vergadering kan ook op elektronische wijze gehouden worden.

    Een beknopt proces-verbaal van de beslissingen van de vergadering van het DIRCOM wordt opgesteld en goedgekeurd op een volgende vergadering. Er wordt in geval van stemming geen melding gemaakt van de redenen waarom in de ene of de andere richting werd gestemd en de processen-verbaal worden zo veel als mogelijk geanonimiseerd. Het DIRCOM kan zijn beslissingen ook op elektronische wijze nemen.

    Art. 6. Het DIRCOM neemt alle beslissingen die onder zijn taken en bevoegdheden ressorteren in beginsel bij consensus. Indien geen consensus kan worden bereikt, worden de beslissingen genomen bij gewone meerderheid van twee leden. Bij staking van stemmen, in geval van aanwezigheid van slechts twee leden, is de stem van het oudste lid doorslaggevend.

    Art. 7. De voorzitter is gemachtigd om de volgende handelingen te verrichten:

  11. de eedaflegging van de leden van de DOSE conform artikel 231 § 6 GBW en de leden van het secretariaat;

  12. het uitoefenen van specifieke taken als beheerder van de geldmiddelen van het COC, zoals bepaald in 17 van dit HR.

    Art. 8. Sommige beslissingen van dagelijks bestuur inzake personeel, middelen, en onderzoeksopdrachten kunnen worden genomen door één of meer leden van het DIRCOM dat specifiek met deze taak worden belast door het DIRCOM. In dergelijk geval brengen zij verslag uit aan de voorzitter en het DIRCOM over de uitoefening van de hun toegekende bevoegdheden.

    Art. 9. De leden van het DIRCOM hebben de verplichting het vertrouwen dat het Orgaan in hen stelt ongeschonden te houden in alle daden die zij stellen zowel in hun privé, als in hun beroepsleven. Bij twijfel omtrent de verenigbaarheid van een van hun activiteiten met deze gedragsregel, dienen zij zulks ter kennis te brengen aan de voorzitter, die het DIRCOM zal vatten opdat deze laatste ter zake een beslissing kan nemen. Zij eerbiedigen te allen tijde de onafhankelijkheid en de waardigheid van hun ambt.

    Het is de leden van het DIRCOM conform artikel 233 § 2 GBW verboden deel te nemen aan een beraadslaging of beslissing waarbij zij een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben of waarbij hun bloed - of aanverwanten tot en met de vierde graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben. Bij twijfel omtrent de toepassing van dit verbod brengen zij zulks ter kennis van het DIRCOM dat ter zake een beslissing neemt. Indien een lid het voorwerp uitmaakt van een belangenconflict, dient hij het DIRCOM hiervan op de hoogte te brengen. De leden informeren onmiddellijk de voorzitter omtrent misdrijven waarvan zij kennis krijgen in het kader van de uitoefening van hun opdrachten.

    Art. 10. In geval van afwezigheid van meer dan twee dagen verwittigen de voorzitter en de leden het secretariaat van het COC. De afwezigheid van de voorzitter van meer dan één dag wordt ter kennis gebracht van zijn plaatsvervanger voorzien in artikel 4, 2e lid.

    De leden beschikken over 30 werkdagen jaarlijkse vakantie, alsmede de in artikel 51 bedoelde dagen. Er kunnen geen vakantiedagen worden meegenomen die werden verworven in één of meerdere voorgaande betrekkingen of tewerkstellingen bij een andere werkgever en die aldaar niet werden opgenomen voorafgaand aan de tewerkstelling bij het COC.

    Het DIRCOM regelt de verloven van de leden en de personeelsleden rekening houdende met de noden van de dienst. Er wordt gezorgd voor de continuïteit van de dienst bij de spreiding van de verlof- en afwezigheidsperiodes.

    Art. 11. In geval de voorzitter zijn mandaat vrijwillig wenst te beëindigen, moet hij zijn verzoek per aangetekende brief toezenden aan de Voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers.

    Een lid dat zijn mandaat vrijwillig wenst te beëindigen, moet zijn verzoek tegelijkertijd per aangetekende brief toezenden aan de Voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en aan de voorzitter van het COC.

    De leden kunnen van de Kamer van Volksvertegenwoordigers de toestemming krijgen hun vroeger ambt als eretitel te blijven dragen.

    Art. 12. § 1. Conform artikel 324 § 1, 1e lid GBW genieten de leden van het DIRCOM hetzelfde statuut als de raadsheren van het Rekenhof. De wedderegeling van de raadsheren van het Rekenhof, vervat in de wet van 21 maart 1964 betreffende de wedden van de leden van het Rekenhof, zoals gewijzigd bij de wetten van 14 maart 1975 en 5 augustus 1992, is van toepassing op de leden van het DIRCOM. Hun reeds verworven geldelijke anciënniteit wordt in aanmerking genomen en zij hebben ook recht op de tussentijdse verhogingen in dit barema.

    § 2. De leden van het DIRCOM hebben, onder dezelfde voorwaarden als de ambtenaren van de Kamer van Volksvertegenwoordigers recht op:

    - vakantiegeld;

    - een eindejaarstoelage

    - kinderbijslag;

    - een schooltoelage;

    - de haard - en standplaatsvergoeding;

    - de terugbetaling van de reiskosten;

    - de toepassing van de maatregelen van sociale programmatie

    § 3. Eventuele nadere statutaire bepalingen kunnen worden opgenomen in de interne dienstnota's goedgekeurd door het DIRCOM en onderworpen aan de controle van het Rekenhof.

    Afdeling 2. - De personeelsleden van het COC

    Art. 13. De leden van de DOSE treden in functie van zodra zij de eed hebben afgelegd conform artikel 231 § 6 GBW.

    De leden van het secretariaat treden in functie van...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT