Bijzondere machtenbesluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering nr. 2020/013 betreffende de steun tot vergoeding van de ondernemingen getroffen door de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, de 7 avril 2020

HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

  1. minister: de minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bevoegd voor Economie;

  2. onderneming: de entiteit bedoeld in artikel 1 van de bijlage bij de Aanbeveling van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen, met uitzondering van de publieke ondernemingen, de ondernemingen die opdrachten van openbaar nut vervullen, de ondernemingen waarvan het maatschappelijk doel geen economisch en commercieel karakter heeft en de ondernemingen waarvan de financiering van publieke oorsprong 50% overstijgt;

  3. begunstigde: de natuurlijke of rechtspersoon die steun aanvraagt of ontvangt;

  4. het ministerieel besluit van 23 maart 2020: het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 24 maart 2020 en het ministerieel besluit van 3 april 2020;

  5. verordening: de verordening (EU) nr. 1407/2013 van de commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie L352 van 24 december 2013;

  6. BEW: Brussel Economie en Werkgelegenheid van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel.

    Art. 2. De minister verleent steun aan de ondernemingen die getroffen zijn door de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, onder de in de verordening bedoelde voorwaarden.

    HOOFDSTUK 2. - Nadere regels van de steun

    Art. 3. De begunstigde:

  7. telt minder dan 50 werknemers in voltijds equivalenten;

  8. oefent een activiteit opgenomen in bijlage uit, zoals ingeschreven onder de btw-activiteiten in de Kruispuntbank van Ondernemingen op 18 maart 2020;

  9. beschikt over een vestigingseenheid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, oefent er een economische activiteit uit en beschikt er over menselijke middelen en goederen die specifiek voor hem bestemd zijn.

    Art. 4. De steun bestaat uit een eenmalige premie van 4.000 euro voor de handelszaken, winkels en inrichtingen die gesloten zijn op grond van artikel 1, § 1, van het ministerieel besluit van 23 maart 2020. De premie wordt ook toegekend aan hotels en restaurants waarvan de activiteiten overeenkomstig artikel 1, § 5, van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 zijn beperkt.

    De ondernemingen bedoeld in het eerste lid hebben recht op een premie per actieve vestigingseenheid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zoals ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen, voor een maximum van vijf vestigingseenheden.

    Art. 5. Is uitgesloten van de steun of desgevallend gehouden tot de terugbetaling ervan, de begunstigde die:

  10. een sanctie wordt opgelegd op grond van artikel 10 van het ministerieel besluit van 23 maart 2020, of elke andere regelgeving die het vervangt of waardoor het wordt vervangen;

  11. de voorafgaande aangifte- en registratieplicht bedoeld in artikel 4 van de ordonnantie van 8 mei 2014 betreffende het toeristische logies niet naleeft;

  12. niet alle toepasselijke verplichtingen op het gebied van het milieu-, sociaal en arbeidsrecht naleeft;

  13. in staat van faillissement of van vereffening verkeert, zijn werkzaamheden heeft gestaakt, een gerechtelijke reorganisatie ondergaat, of aangifte heeft gedaan van zijn faillissement, voor hem een procedure van vereffening of gerechtelijke reorganisatie aanhangig is, of hij in een vergelijkbare toestand verkeert ingevolge een soortgelijke procedure die bestaat in andere nationale reglementeringen;

  14. opzettelijk onjuiste inlichtingen verstrekt;

  15. zich in een van de gevallen bevindt als bedoeld in artikel 3, § 1, eerste lid, van de ordonnantie van 8 oktober 2015 houdende algemene regels betreffende de inhouding, de terugvordering en de niet-vereffening van subsidies op het vlak van werkgelegenheid en economie, zolang hij de subsidies als bedoeld in voornoemde ordonnantie niet terugbetaalt overeenkomstig de regels bedoeld in haar artikel 4.

    De begunstigde leeft de voorwaarden bepaald in het eerste lid na gedurende een periode van drie jaar vanaf de datum van de toekenning van de steun.

    HOOFDSTUK 3. - Procedure voor de behandeling van de steunaanvraagdossiers en de vereffening van de steun

    Art. 6. De begunstigde dient de steunaanvraag in bij BEW door middel van een formulier dat BEW ter beschikking stelt op zijn website. De begunstigde kan slechts één aanvraag indienen.

    BEW ontvangt de steunaanvraag ten laatste op 1 juni 2020.

    De begunstigde geeft alle andere onder de verordening of andere de-minimisverordeningen vallende steun aan die de onderneming gedurende de twee voorafgaande belastingjaren en het lopende belastingjaar heeft ontvangen.

    Art. 7. De toekenningsbeslissing wordt aan de begunstigde betekend binnen de drie maanden na de ontvangst van de steunaanvraag. De minister kan de beslissingstermijn verlengen indien de...

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI