1 JULI 2011. - Wet betreffende de beveiliging en de bescherming van de kritieke infrastructuren (1)

 
GRATIS UITTREKSEL

ALBERT II, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2. Deze wet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van de Richtlijn 2008/114/EG van de Raad van 8 december 2008 inzake de identificatie van Europese kritieke infrastructuren, de aanmerking van infrastructuren als Europese kritieke infrastructuren en de beoordeling van de noodzaak de bescherming van dergelijke infrastructuren te verbeteren.

De ADCC, zoals gedefinieerd in artikel 3, 1°, wordt aangeduid als nationaal contactpunt voor de bescherming van Europese kritieke infrastructuren, hierna « EPCIP-contactpunt » genoemd, voor het geheel van de sectoren en deelsectoren, voor België in haar relatie met de Europese Commissie en de Lidstaten van de Europese Unie.

Art. 3. Voor de toepassing van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan wordt verstaan onder :

  1. « ADCC » : Algemene Directie Crisiscentrum van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, belast met de bijzondere bescherming van goederen en personen en met de nationale coördinatie op het vlak van openbare orde;

  2. « OCAD » : Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse ingesteld door de wet van 10 juli 2006 betreffende de analyse van de dreiging;

  3. « sectorale overheid » :

    1. voor de sector vervoer : de Minister bevoegd voor Vervoer of, bij delegatie door deze, een leidend personeelslid van zijn administratie;

    2. voor de sector energie : de Minister bevoegd voor Energie of, bij delegatie door deze, een leidend personeelslid van zijn administratie;

    3. voor de sector financiën : de Minister bevoegd voor Financiën of, bij delegatie door deze, een leidend personeelslid van zijn administratie;

    4. voor de sector elektronische communicatie : de minister bevoegd voor Elektronische Communicatie of, bij delegatie door deze, een leidend personeelslid van zijn administratie of een lid van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie;

  4. « kritieke infrastructuur » : installatie, systeem of een deel daarvan, van federaal belang, dat van essentieel belang is voor het behoud van vitale maatschappelijke functies, de gezondheid, de veiligheid, de beveiliging, de economische welvaart of het maatschappelijk welzijn, en waarvan de verstoring van de werking of de vernietiging een aanzienlijke weerslag zou hebben doordat die functies ontregeld zouden raken;

  5. « nationale kritieke infrastructuur » : kritieke infrastructuur op het Belgisch grondgebied waarvan de verstoring van de werking of de vernietiging een aanzienlijke weerslag in het land zou hebben;

  6. « Europese kritieke infrastructuur » : de nationale kritieke infrastructuur waarvan de verstoring van de werking of de vernietiging een aanzienlijke weerslag in ten minste twee lidstaten van de Europese Unie zou hebben;

  7. « andere punten van federaal belang » : de plaatsen die niet zijn aangeduid als kritieke infrastructuur, maar die van bijzonder belang zijn voor de openbare orde, voor de bijzondere bescherming van personen en goederen, voor het beheer van noodsituaties of voor de militaire belangen en die het nemen van beschermingsmaatregelen door de ADCC zouden kunnen noodzaken;

  8. « punten van lokaal belang » : de plaatsen die geen kritieke infrastructuren noch andere punten van federaal belang zijn, maar die van bijzonder belang zijn voor de uitvoering van de opdrachten van bestuurlijke politie op lokaal niveau en die het nemen van beschermingsmaatregelen door de burgemeester zouden kunnen noodzaken;

  9. « elektronische communicatie » : de elektronische communicatie bedoeld bij de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie;

  10. « exploitant » : iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de investeringen in of voor de dagelijkse werking van een nationale of Europese kritieke infrastructuur;

  11. « politiediensten » : de politiediensten bedoeld bij de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus;

  12. « CIC » : communicatie- en informatiecentrum, zoals bedoeld bij de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus.

    HOOFDSTUK 2

    Beveiliging en bescherming van de kritieke infrastructuren

    Afdeling 1. - Toepassingsgebied

    Art. 4. § 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op de vervoersector en de energiesector wat de beveiliging en de bescherming van de nationale en de Europese kritieke infrastructuren betreft.

    Het is echter niet van toepassing op de nucleaire installaties bedoeld bij de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle, met uitzondering van de elementen van een nucleaire installatie bestemd voor de industriële productie van elektriciteit die dienen voor de transmissie van de elektriciteit.

    § 2. De sector Energie bestaat uit de volgende deelsectoren :

  13. elektriciteit, samengesteld uit infrastructuren en voorzieningen voor elektriciteitsproductie en -transmissie, met het oog op elektriciteitsvoorziening;

  14. olie, samengesteld uit aardolieproductie, -raffinage, -behandeling, -opslag en -transmissie via pijpleidingen;

  15. gas, samengesteld uit gasproductie, -raffinage, -behandeling, -opslag en -transmissie via pijpleidingen en terminals voor vloeibaar aardgas.

    De sector Vervoer bestaat uit de volgende deelsectoren :

  16. wegvervoer;

  17. spoorvervoer;

  18. luchtvervoer;

  19. vervoer over de binnenwateren;

  20. lange omvaart en short sea shipping en havens.

    § 3. In afwijking van § 1, eerste lid, is dit hoofdstuk niet van toepassing op de deelsector van het luchtvervoer.

    Onverminderd artikel 2, tweede lid, neemt de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de nodige maatregelen, met inbegrip van de opheffing, de aanvulling, de wijziging of de vervanging van wetsbepalingen, om de omzetting te verzekeren van de Richtlijn 2008/114/EG van de Raad van 8 december 2008 inzake de identificatie van Europese kritieke infrastructuren, de aanmerking van infrastructuren als Europese kritieke infrastructuren en de beoordeling van de noodzaak de bescherming van dergelijke infrastructuren te verbeteren wat het luchtvervoer betreft.

    § 4. Dit hoofdstuk is van toepassing op de financiële sector en op de sector elektronische communicatie wat de beveiliging en de bescherming van de nationale kritieke infrastructuren betreft.

    Afdeling 2

    Identificatie en aanduiding van de kritieke infrastructuren

    Art. 5. § 1. De sectorale overheid identificeert, voor de sector die onder haar bevoegdheid valt, de nationale en de Europese kritieke infrastructuren.

    Ze gaat over tot deze identificatie na raadpleging van de gewesten voor de potentiële kritieke infrastructuren die onder hun bevoegdheden vallen en, indien ze dit nuttig acht, van de vertegenwoordigers van de sector en van de exploitanten van potentiële kritieke infrastructuren.

    § 2. De te volgen procedure voor de identificatie van de nationale en de Europese kritieke infrastructuren wordt vastgesteld in bijlage.

    Art. 6. § 1. De sectorale overheid bepaalt de sectorale criteria waaraan de nationale kritieke infrastructuren moeten beantwoorden rekening houdend met de bijzondere eigenschappen van de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT