Omzendbrief Toetreding van de bestaansminimumtrekkers tot de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen., de 31 mai 1995

Artikel M. (Om technische redenen wordt deze omzendbrief onderverdeeld in de volgende fictieve artikelen : art. M1 - M5)

Art. M1. 1. Voorwaarden waaraan men moet voldoen om voor een PWA te werken

Er worden drie cumulatieve voorwaarden gesteld :

  1. het bestaansminimum genieten krachtens de wet van 7 augustus 1974;

    de PWA-wetgeving is dus niet van toepassing op degenen die alleen de maatschappelijke dienstverlening toegekend op basis van de wet van 8 juli 1976 genieten;

  2. volledig werkloos zijn;

  3. ingeschreven staan als werkzoekende.

    Art. M2. 2. Werken voor een PWA gebeurt op vrijwillige basis

    De bestaansminimumtrekker is volledig vrij om zich bij een PWA te laten inschrijven. Het is dus een persoonlijke keuze. Dat aspect lijkt essentieel en moet als dusdanig worden gerespecteerd. Het betekent dat de inschrijving alleen gebeurt op uitdrukkelijk verzoek van de belanghebbende die vrij blijft om niet meer in te gaan op een werkvoorstel.

    Daaruit volgt dat het OCMW. een bestaansminimumtrekker niet kan dwingen voor een PWA te werken en de toekenning of het behoud van het bestaansminimum niet kan laten afhangen van de inschrijving in een PWA.

    Het feit dat men weigert in het kader van een PWA te werken, mag in geen geval worden beschouwd als een niet-bereidheid tot tewerkstelling, in de zin van artikel 6 van de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op een bestaansminimum.

    Art. M3. 3. Rol van het OCMW

    De Koning heeft het OCMW. een nieuwe taak toevertrouwd : de PWA-cheques innen en de bestaansminimumtrekker de aanvullende uitkering waarop hij recht heeft, betalen. Bij die rol van het OCMW. dienen de drie volgende punten te worden belicht :

  4. Het OCMW. dat territoriaal bevoegd is om de PWA-cheques te ontvangen, blijft bevoegd om de belanghebbende zijn aanvullende uitkering te betalen.

    Het bepalen van de territoriale bevoegdheid van het OCMW. gebeurt op het ogenblik dat de belanghebbende PWA-cheques afgeeft. Die territoriale bevoegdheid wordt bepaald volgens de algemene regels betreffende het bestaansminimum, d.w.z. krachtens de regels vastgesteld in artikel 1, 1°, of artikel 2, van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn of in artikel 57bis van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de OCMW.'s (cf. artikel 1 van het koninklijk besluit van 30 oktober 1974 houdende algemeen reglement betreffende het bestaansminimum, gewijzigd bij het koninklijk...

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT