Besluit van de Waalse Regering houdende uitvoering van het decreet van 3 december 2020 houdende toekenning van subsidies voor bepaalde investeringen inzake sportinfrastructuur en tot opheffing van het decreet van 9 juli 2015 houdende toekenning van subsidies voor bepaalde investeringen inzake sportinfrastructuur, van February 23, 2021

 
GRATIS UITTREKSEL

HOOFDSTUK I. - Algemeen

Artikel 1. Dit besluit regelt, overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet, een materie bedoeld in artikel 127 ervan.

Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

  1. de Minister: de Minister bevoegd voor sportinfrastructuur;

  2. de Administratie: de Directie Sportinfrastructuur van het Departement Lokale Infrastructuur van de Waalse Overheidsdienst, Mobiliteit en Infrastructuur

  3. het decreet van 3 december 2020 : het decreet van 3 december 2020 houdende toekenning van subsidies voor bepaalde investeringen inzake sportinfrastructuur en tot opheffing van het decreet van 25 februari 1999 houdende toekenning van subsidies voor bepaalde investeringen inzake sportinfrastructuur;

  4. de wijksportinfrastructuur: elke openluchtsportinfrastructuur, met uitzondering van niet-sportieve spelmodules, die gratis ter beschikking van de gebruikers wordt gesteld en voor iedereen toegankelijk is, en waarvoor een door een plaatselijke overheidsinstantie gevalideerd en gecontroleerd sociaal animatieprogramma voor de bewoners van de wijk bestaat, en waarvan de uitvoering door een gebruikersraad wordt verzekerd.

    Art. 3. § 1. De in artikel 2, § 2, 1°, van het decreet van 3 december 2020 bedoelde investeringen zijn:

  5. de bouw, uitbreiding, renovatie en aankoop van de volgende sportinfrastructuur:

    1. de openluchtsportvelden, met inbegrip van openluchtsportinfrastructuur die aan de in artikel 2, 4°, bedoelde voorwaarden niet voldoet;

    2. de zwembaden;

    3. de sportzalen;

    4. de wijksportinfrastructuur;

  6. de bouw, uitbreiding, renovatie en aankoop van gebouwen die noodzakelijk zijn voor het gebruik van de in 1° bedoelde infrastructuur, teneinde deze functioneel te maken:

    1. de kleedkamers alsook de desbetreffende sanitaire installaties en voorzieningen;

    2. de materiaalruimtes;

    3. de technische en administratieve lokalen;

    4. de vergader-, les- en perszalen;

    5. de medische en sportlokalen, met inbegrip van de lokalen bestemd voor dopingbestrijding;

    6. de lokalen gewijd aan topsporters;

    7. het onthaal en de balie voor ticketverkoop;

    8. de conciërgedienst;

    9. de cafetaria;

    10. de tribunes en staanplaatsen;

    11. de uitrusting en apparatuur voor de beveiliging van de infrastructuur;

  7. de bouw, uitbreiding en renovatie van de directe omgeving die strikt noodzakelijk zijn voor het goede gebruik van de in 1° en 2° bedoelde infrastructuur :

    1. de toegangen;

    2. de parkeerterreinen;

    3. de verlichting :

    4. de omheiningen;

  8. de aankoop van de eerste sportuitrusting en van het onderhoudsmateriaal die noodzakelijk zijn voor de werking van de onder de punten 1° en 2° bedoelde infrastructuur;

  9. de realisatie van technische installaties in verband met veiligheid, informatie en toegankelijkheid van de gebruikers.

    § 2. De investeringen bedoeld in § 1, 1°, 2° en 5°, zijn bestemd voor de beoefening van sport. In geval van gemengd gebruik van de infrastructuur waarvoor subsidie wordt aangevraagd, wordt bij de vaststelling van het subsidiebedrag rekening gehouden met de werkelijke bezettingsgraad van de infrastructuur voor sportbeoefening, die niet lager mag zijn dan vijfenzeventig procent.

    Art. 4. § 1. De in artikel 3, 4°, c), van het decreet van 3 december 2020 bedoelde gebruikersraad heeft tot taak advies uit te brengen aan de inrichtende macht over de organisatie en de ontwikkeling van het activiteitenprogramma van de schoolsportinfrastructuur.

    Naast de infrastructuurbeheerder wordt de gebruikersraad vertegenwoordigd door één vertegenwoordiger per sportgroep die gebruik maakt van de schoolsportinfrastructuur.

    De gebruikersraad komt ten minste tweemaal per jaar bijeen, zodra de werken waarvoor de subsidie is verleend, zijn voltooid.

    De notulen van de door de gebruikersraad uitgebrachte adviezen worden binnen dertig dagen na de vergadering aan de Administratie toegezonden. In deze notulen moet het gebruik van de schoolinfrastructuur door sportgroepen buiten de schooluren worden vermeld voor een periode van ten minste vijftien jaar vanaf de datum van toekenning van de subsidie.

    § 2. De in artikel 2, 4°, bedoelde gebruikersraad heeft tot taak advies uit te brengen aan de begunstigde van de subsidie over het sociaal animatieprogramma bestemd voor de inwoners van de wijk.

    Hij bestaat uit vertegenwoordigers van de wijk die door de buurtbewoners zijn aangewezen, vertegenwoordigers van de plaatselijke overheidsinstantie die het sociaal animatieprogramma heeft gevalideerd en uit de infrastructuurbeheerder.

    De gebruikersraad komt ten minste tweemaal per jaar bijeen, zodra de werken waarvoor de subsidie is verleend, zijn voltooid.

    De Minister bepaalt de modaliteiten voor de aanwijzing van de vertegenwoordigers van de wijk.

    De notulen van de door de gebruikersraad uitgebrachte adviezen worden binnen dertig dagen na de vergadering aan de Administratie toegezonden. In deze notulen moet het gebruik van de infrastructuur onder de in artikel 2, 4°, bedoelde voorwaarden worden vermeld voor een periode van ten minste vijftien jaar vanaf de datum van toekenning van de subsidie.

    Art. 5. De prioriteringscriteria bedoeld in de artikelen 8, § 1, en 9, § 1, van het decreet van 3 december 2020 zijn :

  10. de mate van urgentie met betrekking tot sport-, veiligheids- of gezondheidsnormen;

  11. de volledigheid van het regionale territoriale netwerk;

  12. de aanduiding van het project als prioriteit voor de betrokken sportfederatie(s).

    Deze criteria worden elk kwartaal geanalyseerd voor elk dossier dat ter goedkeuring aan de Minister wordt voorgelegd, indien de beschikbare begrotingsmiddelen dit vereisen.

    Art. 6. In ieder stadium van de procedure vastgesteld bij het decreet van 3 december 2020 worden de aanvragen en dossiers elektronisch bij de Administratie ingediend.

    HOOFDSTUK II. - Subsidiëringsmodaliteiten

    Afdeling 1. - Indiening van de subsidieaanvraag

    Art. 7. De subsidieaanvraag ter beoordeling van de ontvankelijkheid van het dossier wordt bij de Administratie ingediend aan de hand van het standaardformulier en de bijlagen, bestaande uit de volgende documenten:

  13. de beslissing van het besluitvormingsorgaan van de aanvrager van de subsidie;

  14. de standaardbijlagen in verband met de naleving van de ontvankelijkheidscriteria, vermeld in artikel 6 van het decreet 3 december 2020;

  15. de eigendomsakte of het gebruiksrecht of, in voorkomend geval, het principieel akkoord van de eigenaar over een toekomstig gebruiksrecht voor de site waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft, waarin minstens de inhoud en de modaliteiten van dat toekomstig gebruiksrecht worden gepreciseerd;

  16. foto's van de installaties of de site waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.

    De aanvragers bedoeld in artikel 3, 2° en 3°, van het decreet van 3 december 2020 verstrekken eveneens een afschrift van hun in het Belgisch Staatsblad gepubliceerde statuten en van hun laatste wijzigingen.

    De aanvragers bedoeld in artikel 3, 4°, van het decreet van 3 december 2020 bezorgen eveneens de ontwerpsamenstelling van de gebruikersraad en een ontwerpplan voor de bezetting van de sportinfrastructuur buiten de schooluren.

    Voor de in artikel 3, 1°, d), bedoelde infrastructuur verstrekken de aanvragers ook de ontwerpsamenstelling van de gebruikersraad en het ontwerp van het sociaal animatieprogramma.

    § 2. De Minister bepaalt de inhoud van het standaardformulier, de bijlagen ervan en de termijn waarbinnen de subsidieaanvragen moeten worden ingediend, onverminderd artikel 6, § 3, van het decreet van 3 december 2020.

    Art. 8. Binnen twee maanden na ontvangst van de subsidieaanvraag stelt de Administratie de aanvrager in kennis van haar beslissing inzake ontvankelijkheid of niet-ontvankelijkheid.

    Art. 9. Overeenkomstig artikel 7, § 2, van het decreet van 3 december 2020 wordt het beroep bij aangetekend schrijven bij de Minister ingediend.

    Het beroep omvat de in artikel 7 bedoelde subsidieaanvraag, de beslissing van niet-ontvankelijkheid van de Administratie en de eventuele kopie van de individuele klacht die bij de Ombudsman van het Waalse Gewest is ingediend.

    De Minister beslist uiterlijk binnen twee maanden na de datum van ontvangst van het beroep.

    Indien de beslissing niet binnen de bovengenoemde termijnen wordt meegedeeld, wordt de subsidieaanvraag ontvankelijk geacht.

    Afdeling 2. - Voorontwerpdossier

    Art. 10. Overeenkomstig artikel 2, § 2, 2°, b), van het decreet van 3 december 2020 wordt het voorontwerpdossier ingediend bij de Administratie binnen achttien maanden na de kennisgeving van...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT