17 DECEMBER 2002. - Koninklijk besluit houdende vaststelling van het reglement van de bemiddelings- en arbitragedienst van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas

 
GRATIS UITTREKSEL

ALBERT II, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, inzonderheid op artikel 15/17, ingevoegd bij de wet van 29 april 1999 en vervangen bij de wet van 16 juli 2001, en op artikel 20/1, § 2, ingevoegd bij de wet van 29 april 1999;

Gelet op de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, inzonderheid op de artikelen 25, § 3, 28 en 30, § 2;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 4 december 2002;

Gelet op het advies nr. 32.403/1 van de Raad van State, gegeven op 2 juli 2002;

Op voorstel van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas van 11 juli 2002;

Op de voordracht van de Vice-Eerste Minister en Minister van Mobiliteit en Vervoer en de Staatssecretaris voor Energie en Duurzame Ontwikkeling,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

TITEL I. - Algemeen

HOOFDSTUK I. - Definities en toepassingsgebied

Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

  1. "elektriciteitswet" : de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt;

  2. "gaswet" : de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen;

  3. "verzoekende partij" : elke natuurlijke of rechtspersoon die verzoekt om een bemiddeling door de bemiddelings- en arbitragedienst;

  4. "wederpartij" : elke natuurlijke of rechtspersoon tegen wie de verzoekende partij een bemiddelingsprocedure inleidt;

  5. "eiser" : elke natuurlijke of rechtspersoon die verzoekt om een arbitrage door de bemiddelings- en arbitragedienst;

  6. "verweerder" : elke natuurlijke of rechtspersoon tegen wie de eiser een arbitrageprocedure wenst op te starten;

  7. "bemiddelaar" : de natuurlijke persoon aangeduid overeenkomstig artikel 17 belast met de taken, zoals omschreven in dit besluit;

  8. "minister" : de federale Minister bevoegd voor Energie;

  9. "Commissie" : de Commissie voor Regulering van de Elektriciteit en het Gas, opgericht door artikel 23 van de elektriciteitswet;

  10. "directie voor marktcontentieux" : de directie van de Commissie, bedoeld in artikel 25, § 1, 1°, van de elektriciteitswet;

  11. "directeur" : het lid van het directiecomité van de Commissie dat de directie voor marktcontentieux leidt;

  12. "bemiddelings- en arbitragedienst" : de dienst bedoeld in artikel 28 van de elektriciteitswet en artikel 15/17 van de gaswet;

  13. "scheidsgerecht" : de arbitrale rechtbank samengesteld overeenkomstig artikel 37;

  14. "arbiter" : de natuurlijke persoon aangeduid overeenkomstig artikel 37, belast met de taken, omschreven in dit besluit;

  15. "secretariaat" : het secretariaat van de bemiddelings- en arbitragedienst;

  16. "korps van verslaggevers" : het korps bedoeld in artikel 9;

  17. "verslaggever" : het lid van het korps van verslaggevers aangeduid overeenkomstig artikel 11;

  18. "Geschillenkamer" : het orgaan bedoeld in artikel 29 van de elektriciteitswet;

  19. "lijst van deskundigen" : de lijst van deskundigen die kunnen optreden als bemiddelaar of arbiter, opgesteld door de minister in uitvoering van artikel 28 van de elektriciteitswet;

  20. "elektriciteitsonderneming" : de netbeheerder, een neteigenaar, een producent, een distributeur of een tussenpersoon, bedoeld in artikel 2 van de elektriciteitswet;

  21. "gasonderneming": elke natuurlijke of rechtspersoon, bedoeld in artikel 1, 5°, van de gaswet.

    Art. 2. Dit besluit is van toepassing op de bemiddelings- en arbitrageprocedures die worden ingeleid bij de bemiddelings- en arbitragedienst en op voorwaarde dat die procedures een aangelegenheid betreffen waarvoor deze laatste dienst bevoegd is.

    Art. 3. De regels van elke bemiddelings- en arbitrageprocedure ingeleid bij de bemiddelings- en arbitragedienst zijn exclusief van Belgisch recht.

    Art. 4. Onverminderd de bepalingen van openbare orde vervat in het zesde deel van het Gerechtelijk Wetboek, regelen de partijen bij een arbitrageprocedure in onderling akkoord de aangelegenheden betreffende deze procedure die dit besluit niet regelt. Bij ontstentenis van dergelijk akkoord, regelt het scheidsgerecht deze aangelegenheden of regelt de directeur ze indien het scheidsgerecht nog niet is samengesteld en dit overeenkomstig de bepalingen van suppletief recht vervat in het zesde deel van het Gerechtelijk Wetboek.

    Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de bemiddelingsprocedure.

    HOOFDSTUK II. - Kennisgevingen en termijnen

    Art. 5. De kennisgevingen of mededelingen bedoeld in dit besluit geschieden door afgifte tegen ontvangstbewijs, per aangetekende brief of per drager. Deze kennisgevingen of mededelingen kunnen eveneens per telefax of per elektronische briefwisseling geschieden, voorzover de bestemmeling hiervan een ontvangstbewijs levert.

    Deze kennisgevingen of mededelingen worden verstuurd aan het laatst bekende adres van de bestemmeling. De partijen melden iedere adreswijziging onmiddellijk aan de bemiddelaar of aan de arbiter(s), aan de andere partijen en aan het secretariaat.

    Art. 6. De termijnen zoals voorzien in dit besluit worden berekend overeenkomstig de artikelen 52 tot en met 54 van het Gerechtelijk Wetboek.

    Behoudens tegenbewijs, wordt de dag van ontvangst op de volgende manier berekend :

  22. documenten bezorgd per drager worden geacht te zijn ontvangen de dag van ontvangst zoals vermeld op het ontvangstbewijs;

  23. documenten verstuurd per aangetekende brief worden geacht te zijn ontvangen de derde werkdag na de dag van verzending;

  24. telefaxen en elektronische berichten worden geacht te zijn ontvangen de eerste werkdag na de dag van verzending.

    De datum van ontvangst van het verzoek door het secretariaat wordt beschouwd als de datum van de inleiding van de bemiddelings- of de arbitrageprocedure.

    Art. 7. Op verzoek van één van de partijen, kan de directeur de termijnen bepaald in de artikelen 30, 37 en 43 vóór hun vervaldag verlengen of verkorten.

    Op verzoek van het scheidsgerecht, kan de directeur de termijnen bepaald in de artikelen 48 en 52 vóór hun vervaldag verlengen. De directeur kan deze termijnen vóór hun vervaldag verkorten op verzoek van de partijen samen en na het scheidsgerecht en, behalve indien het scheidsgerecht met toepassing van artikel 10, § 1, eerste lid, beslist heeft van het verslag af te zien, de verslaggever hierin te hebben gehoord.

    Elk verzoek en elke beslissing tot verlenging of verkorting van een termijn dient gemotiveerd te zijn.

    HOOFDSTUK III. - Het secretariaat

    Art. 8. § 1. Het secretariaat bestaat uit :

  25. de directeur die aan het hoofd ervan staat;

  26. één of meerdere personeelsleden van de directie voor marktcontentieux daartoe aangeduid door de Commissie.

    § 2. Het secretariaat heeft als taak de administratieve ondersteuning van de bemiddelings- of arbitrageprocedure. Op verzoek van een partij, de bemiddelaar of het scheidsgerecht zorgt het secretariaat inzonderheid voor de vertalingen en de tolken.

    Het secretariaat staat de directeur bij, inzonderheid door het voorbereiden van de beslissingen die de directeur op grond van dit besluit dient te nemen. De directeur motiveert deze beslissingen.

    HOOFDSTUK IV. - Het korps van verslaggevers

    Art. 9. § 1. De bemiddelings- en arbitragedienst beschikt over een korps van verslaggevers.

    § 2. De leden van het korps van verslaggevers worden aangeworven door het directiecomité van de Commissie op basis van hun deskundigheid.

    Zij worden aangeworven en tewerkgesteld krachtens arbeidsovereenkomsten beheerst door de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.

    § 3. De verslaggevers mogen geen enkele functie of activiteit uitoefenen, al dan niet bezoldigd, ten dienste van een elektriciteitsonderneming of van een gasonderneming.

    Het verbod bepaald in het eerste lid blijft van kracht gedurende zes maanden na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst van de verslaggever. Ter compensatie van dit verbod kan de arbeidsovereenkomst een vergoeding toekennen die niet hoger mag zijn dan de helft van de brutobezoldiging van de verslaggever voor de zes maanden voorafgaand aan de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst.

    De verslaggevers mogen geen aandelen, of andere met aandelen gelijk te stellen waardepapieren door elektriciteitsondernemingen (andere dan zelfopwekkers) of gasondernemingen bezitten, noch financiële instrumenten die toelaten om dergelijke aandelen of waardepapieren te verwerven of over te dragen, of die aanleiding geven tot een betaling in contanten welke hoofdzakelijk afhankelijk is van de evolutie van de waarde van dergelijke aandelen of waardepapieren.

    § 4. De verslaggevers gedragen zich in alle omstandigheden onpartijdig en onafhankelijk. Zij kunnen geen enkel uitdrukkelijk bevel vragen noch ontvangen betreffende de behandeling van de geschillen, ingediend bij de bemiddelings- en arbitragedienst.

    Art. 10. § 1. De verslaggevers hebben tot taak een schriftelijk, met redenen omkleed verslag op te stellen in elke bemiddelingsprocedure waarin de bemiddelaar een schriftelijk verzoek daartoe richt aan het secretariaat.

    Zij hebben eveneens tot taak een schriftelijk, met redenen omkleed verslag op te stellen in elke arbitrageprocedure tenzij het scheidsgerecht, op gezamenlijk verzoek van de partijen en ten laatste bij het opstellen van de akte van opdracht bedoeld in artikel 48, beslist hiervan af te zien. In voorkomend geval, maakt het scheidsgerecht zijn beslissing, samen met de akte van opdracht, over aan het secretariaat binnen de termijn bedoeld in artikel 48, § 2.

    § 2. In het verslag bedoeld in § 1 onderzoekt de verslaggever in feite en in rechte alle rechtskwesties die de bemiddelings- of arbitrageprocedure oproept. Inzonderheid onderzoekt hij de ontvankelijkheid van het geschil en de gegrondheid van de vorderingen in de arbitrageprocedure.

    Te dien einde kan de verslaggever aan de Commissie en aan de partijen alle dienstige gegevens en documenten vragen.

    Het verslag is niet bindend voor de bemiddelaar...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT