Arrêt Nº278701 de Conseil du Contentieux des Etrangers, 13/10/2022

CourtConseil du Contentieux des Etrangers (France)
Writing for the CourtVAN CAMP S.
Judgment Date13 octobre 2022
Procedure TypePlein contentieux
Judgement Number278701
RvV X - Pagina 1 van 38
nr. 278 701 van 13 oktober 2022
in de zaak RvV X / XI
In zake:
X
Gekozen woonplaats:
ten kantore van advocaat E. VERSTRAETEN
Martelarenplein 20E
3000 LEUVEN
tegen:
de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen
DE RAAD VOOR VREEMDELINGENBETWISTINGEN, XIde KAMER,
Gezien het verzoekschrift dat X, die verklaart van Afghaanse nationaliteit te zijn, op 29 maart 2022 heeft
ingediend tegen de beslissing van de adjunct-commissaris van 3 maart 2022.
Gelet op artikel 51/4 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het
verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
Gezien de nota met opmerkingen en het administratief dossier.
Gelet op de beschikking van 5 augustus 2022 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 7 september
2022.
Gehoord het verslag van rechter in vreemdelingenzaken S. VAN CAMP.
Gehoord de opmerkingen van de verzoekende partij en haar advocaat A. HAEGEMAN, loco advocaat
E. VERSTRAETEN, en van attaché H. NUYTS, die verschijnt voor de verwerende partij.
WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST:
1. Over de gegevens van de zaak
1.1. Verzoeker, die volgens zijn verklaringen België is binnengekomen op 20 mei 2014, diende op 21 mei
2014 een verzoek om internationale bescherming in. Verzoekers vingerafdrukken werden genomen in
Hongarije op 29 april 2014 (Eurodac). Op 18 juni 2014 werd de beslissing genomen tot weigering van
verblijf met bevel om het grondgebied te verlaten (bijlage 26quater), omdat Hongarije verantwoordelijk
was voor het onderzoek van het verzoek om internationale bescherming.
1.2. Op 6 november 2019 diende verzoeker een tweede verzoek om internationale bescherming in. Hij
verklaarde België opnieuw te zijn binnengekomen op 4 november 2019. Verzoekers vingerafdrukken
werden genomen in Duitsland op 30 oktober 2014 (Eurodac). Op 14 mei 2020 werd de beslissing
genomen tot weigering van verblijf met bevel om het grondgebied te verlaten (bijlage 26quater).
RvV X - Pagina 2 van 38
1.3. Op 21 januari 2021 werd het dossier overgemaakt aan het Commissariaat-generaal voor de
vluchtelingen en de staatlozen (hierna: het Commissariaat-generaal).
1.4. Op 4 februari 2021 besliste de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen (hierna:
de commissaris-generaal) dat het verzoek ontvankelijk was.
1.5. Op 3 maart 2022 nam de adjunct-commissaris de beslissing tot weigering van de vluchtelingenstatus
en weigering van de subsidiaire beschermingsstatus. Deze beslissing, die verzoeker bij aangetekende
zending van 4 maart 2022 ter kennis werd gebracht, is de bestreden beslissing die luidt als volgt:
Asielaanvraag: 06/11/2019
Overdracht CGVS: 21/01/2021
U werd op 30 maart 2021 gehoord op het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen
(CGVS) van 14.00 uur tot 17.05 uur. U werd hierbij bijgestaan door een tolk Pashtu alsook door uw
advocate, Meester Verstraeten, die gedurende het ganse onderhoud aanwezig was.
A. Feitenrelaas
U verklaart de Afghaanse nationaliteit te bezitten en bent geboren in het dorp Belawoot (district Zazi
Aryoub, provincie Paktia). U groeide er op bij uw gezin. Uw vader was landbouwer en veehandelaar. U
heeft één oudere broer (S. M.), twee jongere broers (F. M. en H. M.) en één jongere zus (Ha.). Gezien
Belawoot dicht bij Pakistan lag, staken jullie af en toe de grens over wanneer iemand van jullie familie een
medische behandeling nodig had. U heeft verder twee ooms die in Kabul wonen. Zelf bent u gehuwd met
een dame genaamd R. B.; samen hebben jullie twee dochters en één zoon. U heeft nooit school
gelopen in Afghanistan en uw voornaamste bezigheid was het helpen van uw vader met de gewassen en
het vee.
Zo’n 10 jaar geleden werd uw huis gebombardeerd door een drone. Ten gevolge van deze aanval kwam
uw vader om het leven en verdween uw oudere broer S. van de aardbodem. Sindsdien hebben jullie nooit
meer iets van hem mogen vernemen. Eén van uw jongere broers, F. (CG (…); OV (…)), verliet in de
periode daarna het land en trok naar België, waar hij op 2 januari 2013 een verzoek om internationale
bescherming indiende. Het CGVS kende hem op 19 maart 2013 de subsidiaire beschermingsstatus toe.
Uzelf bleef met de overgebleven gezinsleden in Belawoot wonen.
Later, ongeveer twee maanden voor uw eigen vertrek naar België, sprak u met uw vriend en
mededorpeling A., die bij de NAVO tewerkgesteld was. Hij vertelde u dat daar een vacature was, dat deze
functie goed betaalde en dat hij u daarmee kon helpen indien u geïnteresseerd was. Het ging om
chauffeurswerk bij de firma Wali Nur, die in onderaanneming transporten uitvoerde voor de NAVO. U ging
in op A.’s voorstel, waarop jullie zich samen naar het hoofdkantoor van Wali Nur begaven in Kabul. Daar
aangekomen, werd u door een persoon genaamd Nurgol effectief tewerkgesteld voor de job in kwestie,
maar aangezien u op dat moment geen rijbewijs bezat, stelde men u voor om eerst een rijbewijs te gaan
aanvragen in Gardez (provinciecentrum van Paktia) en dan terug te komen naar de hoofdzetel, hetgeen
u ook effectief deed. Gedurende uw eerste weken bestond uw job enkel uit taken zoals eten bereiden,
thee zetten en schoonmaken. Overnachten deed u steeds op de hoofdzetel in Kabul. Op het moment dat
u 10 dagen in dienst was bij Wali Nur, werd er op uw adres in Belawoot een dreigbrief van de taliban
afgeleverd, waarin stond dat u 10 dagen had om te stoppen met uw job. Zo niet, dan zouden zij
u vermoorden. Na 10 of 12 dagen ontving u een tweede talibanbrief waarin hetzelfde dreigement
geschreven stond.
Pas 22 dagen na uw aanmelding, oftewel 8 dagen na de tweede dreigbrief, mocht u een eerste maal op
de baan als chauffeur. U werd toen naar de Amerikaanse legerbasis van Bagram gebracht, waar er grote
vrachtwagens met brandstof klaarstonden. Elke truck bevatte zo’n 15.000 à 20.000 liter. Uw werk bestond
eruit om één van die brandstoftankers te besturen en ermee naar een andere Amerikaanse basis in
Kandahar te rijden. Dit gebeurde in een konvooi van 25 à 30 andere trucks onder begeleiding van
beveiligingsescortes aan de voor- en achterkant van het konvooi. Onderweg op uw route, net voorbij
Maydan-Shahr (provincie Wardak) in de regio Salar, werd het gehele konvooi plots aangevallen door de
taliban, die met een soort raketten alle brandstoftankers aanviel. Verschillende vrachtwagens, waaronder
ook de uwe, vatten vuur, waarop u uit het vehikel sprong en u zich gedurende 4 à 5 uur ging verstoppen
in een put langs de weg. In die tijdspanne vochten de beveiligingsagenten terug tegen de taliban en riepen
zij het Afghaanse Nationale Leger op, dat even later ter plekke kwam. Hoewel u ongedeerd bleef, kwamen
RvV X - Pagina 3 van 38
er tijdens dit gevecht zo’n 25 à 30 personen om het leven. Na afloop werd u onder begeleiding van het
leger terug naar Kabul gebracht. U verbleef er vervolgens in het huis van uw oom. Uw moeder kwam toen
eenmaal op bezoek om u in te lichten over de dreigbrieven. Daarnaast is de taliban in deze periode twee
of drie keer langsgekomen aan uw huis in Belawoot om u te zoeken, waarop uw moeder steeds
antwoordde dat zij niet wist waar u was.
Na één maand in Kabul te hebben verbleven, besefte dat u daar niet meer veilig was en verliet u
Afghanistan. Met behulp van een smokkelaar reisde u via Pakistan, Iran, Turkije, Griekenland, Macedonië,
Hongarije, Oostenrijk, Italië en Frankrijk naar België. Uw reis duurde in totaal 4 à 5 maanden. Op 21 mei
2014, één dag na aankomst in België, wendde u zich tot de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) en diende
u er een eerste verzoek om internationale bescherming in. Aangezien na onderzoek in de Eurodac-
databank bleek dat uw vingerafdrukken reeds genomen werden in Hongarije en dat u daar reeds een
asielaanvraag had ingediend, ontving u een bevel om het Belgisch grondgebied te verlaten en werd u op
23 juli 2014 effectief gerepatrieerd naar Hongarije. Uw verzoek om internationale bescherming werd er
geweigerd. Na tweeëneenhalve maand in Hongarije te hebben verbleven, reisde u naar Duitsland waar u
lange tijd hebt gewoond in een opvangcentrum en in een sociale woning van de overheid. Ook in Duitsland
werd uw asielaanvraag afgesloten met een weigeringsbeslissing.
Op 4 november 2019 reisde u opnieuw naar België en diezelfde dag nog diende u een tweede verzoek
om internationale bescherming in. Treffers in de Eurodac-databank leidden tot de vaststelling dat uw
vingerafdrukken in Duitsland geregistreerd staan en u ook aldaar een asielaanvraag ingediend had.
Hoewel de Duitse autoriteiten akkoord gingen met een terugnameverzoek, ging uw repatriëring niet door
en werd België te langen leste verantwoordelijk geacht voor uw beschermingsverzoek. U werd in het kader
van deze tweede asielaanvraag tweemaal gehoord op de zetel van de DVZ.
Ter staving van uw verklaringen diende u de volgende documenten in: uw taskara (kopie), een
Belgisch ziekenhuisdocument d.d. 25/09/2020 (kopie), een medisch getuigschrift bestemd voor de Dienst
Humanitaire Regularisaties van de DVZ (kopie) en een attest van verblijfsverandering van de Stad Gent
(origineel).
B. Motivering
Na grondige analyse van het geheel van de gegevens in uw administratief dossier, moet vooreerst
worden vastgesteld dat er onvoldoende concrete elementen voorhanden zijn waaruit een bijzondere
procedurele nood in uw hoofde kan worden afgeleid die het nemen van bepaalde specifieke
steunmaatregelen rechtvaardigt.
Zo bevat de vragenlijst "bijzondere procedurele noden" d.d. 19 januari 2021 geen elementen waaruit kan
blijken dat u eventuele bijzondere procedurele noden kenbaar maakte ten overstaan van de Dienst
Vreemdelingenzaken. Ook het CGVS kon geen bijzondere procedurele noden vaststellen. De post-
traumatische stress en de chronische hoofd- en maagpijn waarvan sprake in het attest van een arts alsook
het door hem ingevulde medische getuigschrift, zijn niet van die aard dat ze u niet in staat zouden stellen
om deel te nemen aan onderhavige procedure. Tijdens het persoonlijk onderhoud op het CGVS bleek dat
u zeer capabel was om te antwoorden op de vragen en niet gehinderd werd door traumatische ervaringen
of een ernstige aandoening. Daarnaast werd er tijdens het onderhoud herhaaldelijk gepeild naar en
rekening gehouden met uw huidige gezondheidstoestand, en werd onder meer de mogelijkheid aangestipt
om op elk moment pauze te vragen. Verder maakte uzelf, noch uw advocaat, melding van een specifieke
toestand die een normale deelname aan de procedure zou verhinderen.
Gelet op wat voorafgaat kan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze worden aangenomen dat uw
rechten in het kader van onderhavige procedure gerespecteerd worden evenals dat u kunt voldoen aan
uw verplichtingen.
Verder wordt door het CGVS vastgesteld dat op basis van uw verklaringen niet kan worden besloten tot
het bestaan van een persoonlijke vrees voor vervolging zoals bedoeld in de Vluchtelingenconventie van
Genève of een reëel risico op het lijden van ernstige schade zoals bepaald in de definitie van subsidiaire
bescherming.
Uit uw verklaringen komt naar voren dat u in Afghanistan als chauffeur gewerkt heeft voor een
onderaanneming van de NAVO, dat de taliban tijdens uw dienst uw konvooi aangevallen heeft en dat u
twee dreigbrieven ontvangen heeft (CGVS p.16). U verklaart tevens dat u in het geval van een terugkeer

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT