Arrêt Nº252015 de Conseil du Contentieux des Etrangers, 31/03/2021

CourtIIde KAMER (Raad voor Vreemdelingengeschillen)
Writing for the CourtDE GROOTE C.
Judgment Date31 mar. 2021
Procedure TypeAnnulation
Judgement Number252015
RvV X Pagina 1
nr. 252 015 van 31 maart 2021
in de zaak RvV X / II
In zake:
1. X
2. X
3. X
4. X
5. X
Gekozen woonplaats:
ten kantore van advocaat B. VRIJENS
Kortrijksesteenweg 641
9000 GENT
tegen:
de Belgische staat, vertegenwoordigd door de minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, en van Asiel en Migratie, thans de Staatssecretaris voor Asiel en
Migratie.
DE WND. VOORZITTER VAN DE IIde KAMER,
Gezien het verzoekschrift dat X, X, X, X en X, die allen verklaren van Albanese nationaliteit te zijn op de
eerste verzoeker na, die verklaart van Griekse nationaliteit te zijn, op 1 juli 2020 hebben ingediend om
de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van de gemachtigde van de minister van Sociale
Zaken en Volksgezondheid, en van Asiel en Migratie van 7 november 2019 waarbij een einde wordt
gesteld aan het recht op verblijf en van de vier beslissingen van de gemachtigde van de minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid, en van Asiel en Migratie van 20 mei 2020 waarbij wordt besloten
om geen gevolg te geven aan een aanvraag tot verblijf als familielid van een burger van de Unie.
Gezien titel I bis, hoofdstuk 2, afdeling IV, onderafdeling 2, van de wet van 15 december 1980
betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van
vreemdelingen.
Gezien de beschikking houdende de vaststelling van het rolrecht van 8 juli 2020 met refertenummer X
Gezien de nota met opmerkingen en het administratief dossier.
Gelet op de beschikking van 23 november 2020, waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 4 januari
2021.
Gehoord het verslag van rechter in vreemdelingenzaken C. DE GROOTE.
Gehoord de opmerkingen van advocaat A. HAEGEMAN, die loco advocaat B. VRIJENS verschijnt voor
de verzoekende partijen en van advocaat L. RAUX, die loco advocaat D. MATRAY & DE WILDE
verschijnt voor de verwerende partij.
WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST:
RvV X Pagina 2
1. Nuttige feiten ter beoordeling van de zaak
Op 15 december 2016 diende de eerste verzoeker een aanvraag in voor een verklaring tot inschrijving
als Unieburger in de hoedanigheid van zelfstandige. Hij legde een Grieks paspoort voor. Na een
negatieve woonstcontrole wordt deze aanvraag geweigerd.
De eerste verzoeker diende op 8 februari 2017 nogmaals een aanvraag in voor een verklaring tot
inschrijving als Unieburger in de hoedanigheid van werknemer. Hij legde een Grieks paspoort voor. Na
een negatieve woonstcontrole wordt ook deze aanvraag geweigerd.
Op 24 oktober 2018 diende de eerste verzoeker andermaal een aanvraag in voor een verklaring tot
inschrijving als Unieburger in de hoedanigheid van zelfstandige. Hij legde ditmaal een Griekse
identiteitskaart voor.
Op 27 december 2018 wordt de eerste verzoeker in het bezit gesteld van een E-kaart.
Op 6 augustus 2019 heeft de verweerder het volgend schrijven opgesteld:
“(…)
Onze Dienst heeft kennis genomen van het feit dat u op basis van een vals identiteitsdocument een
verblijfsrecht heeft verkregen in België.
In het kader van een fraudeonderzoek naar het behoud van dit verblijfsrecht op basis van artikel 74/20 §
2 van de wet van 15.12.80 waarin staat : Ҥ Behoudens bijzondere bepalingen van de wet, kan de
minister of zijn gemachtigde de machtiging tot toelating tot verblijf, toegekend of erkend krachtens deze
wet, intrekken wanneer de aanvrager voor het verkrijgen van de machtiging of voor de erkenning van
deze toelating, valse of misleidende informatie of valse of vervalste documenten heeft gebruikt, of
fraude heeft gepleegd of andere onwettige middelen heeft gebruikt die hebben bijgedragen tot het
verkrijgen van het verblijf. Wanneer de minister of zijn gemachtigde een dergelijke beslissing overweegt
te nemen, houdt hij rekening met de aard en de hechtheid van de gezinsband van de betrokkene, met
de duur van zijn verblijf in het Rijk alsmede met het bestaan van familiebanden of culturele of sociale
banden met zijn land van herkomst.” Staat het u vrij alle documenten en elementen aan te brengen
waarvan u vindt dat de Dienst Vreemdelingenzaken kennis moet hebben alvorens haar beslissing te
nemen.
(…)
Dit schrijven wordt op 7 augustus 2019 aangetekend verstuurd naar de eerste verzoeker.
Op 7 november 2019 neemt de gemachtigde van de toenmalig bevoegde minister (hierna: de
gemachtigde) een beslissing tot intrekking van het verblijf van de eerste verzoeker.
Het betreft de eerste bestreden beslissing. Zij is als volgt gemotiveerd:
(…)
De persoon bij uw diensten gekend onder zijn alias:
E., B. (…)
geboren te E. (…) op (…).1976
adres : (…)
nationaliteit: Griekenland
Mevrouw, Mijnheer de burgemeester,
Artikel 74/20 §2. Behoudens bijzondere bepalingen van de wet, kan de minister of zijn gemachtigde de
machtiging of toelating tot verblijf, toegekend of erkend krachtens deze wet, intrekken wanneer de
aanvrager, voor het verkrijgen van deze machtiging of voor de erkenning van deze toelating, valse of
misleidende informatie of valse of vervalste documenten heeft gebruikt, of fraude heeft gepleegd of
andere onwettige middelen heeft gebruikt die hebben bijgedragen tot het verkrijgen van het verblijf.
Wanneer de minister of zijn gemachtigde een dergelijke beslissing overweegt te nemen, houdt hij
rekening met de aard en de hechtheid van de gezinsband van de betrokkene, met de duur van zijn
verblijf in het Rijk alsmede met het bestaan van familiebanden of culturele of sociale banden met zijn
land van herkomst.

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT