Arrêt Nº251906 de Conseil du Contentieux des Etrangers, 30/03/2021

CourtIIde KAMER (Raad voor Vreemdelingengeschillen)
Writing for the CourtCAMU J.
Judgment Date30 mar. 2021
Procedure TypeAnnulation
Judgement Number251906
X - Pagina 1
nr. 251 906 van 30 maart 2021
in de zaak RvV X / II
In zake:
X
Gekozen woonplaats:
ten kantore van advocaat B. VRIJENS
Kortrijksesteenweg 641
9000 GENT
tegen:
de Belgische staat, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en
Migratie.
DE VOORZITTER VAN DE IIde KAMER,
Gezien het verzoekschrift dat X, die verklaart van Marokkaanse nationaliteit te zijn, op
11 december 2020 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van de
gemachtigde van de staatssecretaris voor Asiel en Migratie van 6 november 2020 tot weigering van
verblijf van meer dan drie maanden met bevel om het grondgebied te verlaten.
Gezien titel Ibis, hoofdstuk 2, afdeling IV, onderafdeling 2, van de wet van 15 december 1980
betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van
vreemdelingen.
Gezien de beschikking houdende de vaststelling van het rolrecht van 16 december 2020 met
refertenummer X
Gezien de nota met opmerkingen en het administratief dossier.
Gelet op de beschikking van 8 februari 2021, waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 16 maart 2021.
Gehoord het verslag van kamervoorzitter J. CAMU.
Gehoord de opmerkingen van advocaat M. KIWAKANA, die loco advocaat B. VRIJENS verschijnt voor
de verzoekende partij en van advocaat L. RAUX, die loco advocaten D. MATRAY en A. DE WILDE
verschijnt voor de verwerende partij.
WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST:
1. Nuttige feiten ter beoordeling van de zaak
Op 5 november 2019 dient de verzoekende partij een aanvraag in voor een verblijfskaart van een
familielid van een burger van de Europese Unie, in functie van haar Belgische moeder.
Op 19 december 2019 beslist de gemachtigde van de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
en van Asiel en Migratie (hierna: de gemachtigde) tot weigering van verblijf van meer dan drie maanden
zonder bevel om het grondgebied te verlaten.
X - Pagina 2
De verzoekende partij stelde beroep in bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (hierna: de Raad)
tegen deze beslissing en de Raad vernietigde de beslissing van 19 december 2019 bij arrest nr. 236
014 van 26 mei 2020.
Op 6 november 2020 beslist de gemachtigde van de bevoegde staatssecretaris (hierna: de
gemachtigde) opnieuw tot weigering van verblijf van meer dan drie maanden zonder bevel om het
grondgebied te verlaten (bijlage 20) ten aanzien van de verzoekende partij.
Dit is de bestreden beslissing, en ze is als volgt gemotiveerd:
In uitvoering van artikel 52, §4, 5de lid van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de
toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, wordt de
aanvraag voor een verklaring van inschrijving of van een verblijfskaart van een familielid van een burger
van de Unie of van een identiteitskaart voor vreemdelingen1, die op 5.11.2019 werd ingediend door:
Naam: E. B.
Voorna(a)m(en): Y.
Nationaliteit: Marokko
Geboortedatum: 01.07.1984
Geboorteplaats: Cassablanca
Identificatienummer in het Rijksregister: 084070133986
Verblijvende te/verklaart te verblijven te: (…)
om de volgende reden geweigerd:
Betrokkene heeft een aanvraag tot verblijf als familielid van een burger van de Unie ingediend, in functie
van zijn moeder B., T. (51.00.02 218-17).
Er werd reeds eerder een beslissing genomen betreffende deze aanvraag op 19.12.2019. Deze
beslissing werd echter vernietigd door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen op 26.05.2020,
vandaar dat heden een nieuwe beslissing dient te worden genomen.
Het verblijfsrecht dient geweigerd te worden aan betrokkene op basis van artikel 43, §1, 2° van de wet
van 15.12.1980 dat stelt dat het verblijf en de binnenkomst, geweigerd kan worden om redenen van
openbare orde of nationale veiligheid. Om redenen van openbare orde en door het persoonlijk gedrag
van betrokkene is zijn verblijf ongewenst.
Betrokkene werd veroordeeld omwille van volgende feiten:
- Onopzettelijke slagen en verwondingen op 23.12.2008 door de politierechtbank van Gent tot een
geldboete van 50 € x 5.5, met uitstel gedurende 1 jaar
- Verdovende middelen: verkoop/het te koop stellen zonder vergunning een daad van deelneming
zijnde aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging, verdovende middelen: bezit
zonder vergunning op 26.02.2014 door de correctionele rechtbank van Gent tot een gevangenisstraf van
4 jaar, met uitstel van 5 jaar voor 2 jaar en een geldboete van 2000 € x 6, met uitstel van 3 jaar voor
1000 € x 6 alsook een bijzondere verbeurdverklaring
- Intoxicatie aan het stuur: adem- of bloedanalyse tussen 05 mg/l en 1.2 g/l (herhaling) door de
politierechtbank van Gent op 10.03.2017, tot een geldboete van 400 € x 6 met uitstel van 1 jaar voor
250 € x 6, verlies van recht tot sturen voor 6 maanden van alle categorieën met examen, met uitstel 1
jaar voor 3 maanden
- Inbreuk inzake rijbewijzen door de politierechtbank van Gent op 19.05.2017, bij verstek tot een
geldboeter van 200 € x 6 en verlies van het recht van sturen gedurende 45 dagen
-Verdovende middelen: verkoop/het te koop stellen zonder vergunning, verdovende middelen: bezit
zonder vergunning door de correctionele rechtbank van Gent op 30.06.2017 tot een gevangenisstraf van
3 jaar en een geldboete van 1000 € x 6 en een bijzondere verbeurdverklaring
- Verdovende middelen: verkoop/het te koop stellen: aflevering zonder vergunning (meermaals) en
verdovende middelen: bezit: aanschaffing/aankoop zonder vergunning: vervoer voor rekening van een
persoon zonder vergunning (meermaals) op 3.04.2019 tot een gevangenisstraf van 3 jaar met
probatieuitstel 5 jaar voor 2 jaar en een bijzondere verbeurdverklaring.

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT