Arrêt Nº251896 de Conseil du Contentieux des Etrangers, 30/03/2021

CourtIIde KAMER (Raad voor Vreemdelingengeschillen)
Writing for the CourtCAMU J.
Judgment Date30 mar. 2021
Procedure TypeAnnulation
Judgement Number251896
X - Pagina 1
nr. 251 896 van 30 maart 2021
in de zaak RvV X / II
In zake:
X
Gekozen woonplaats:
ten kantore van advocaat V. WAMBO TOMAYUM
Louizalaan 441/13
1050 BRUSSEL
tegen:
de Belgische staat, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en
Migratie.
DE VOORZITTER VAN DE IIde KAMER,
Gezien het verzoekschrift dat X, die verklaart van Ghanese nationaliteit te zijn, op 7 januari 2021 heeft
ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van de gemachtigde van de
staatssecretaris voor Asiel en Migratie van 16 november 2020 waarbij de aanvraag om machtiging tot
verblijf op basis van artikel 9bis van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het
grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen onontvankelijk verklaard
wordt.
Gezien titel Ibis, hoofdstuk 2, afdeling IV, onderafdeling 2, van de wet van 15 december 1980
betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van
vreemdelingen.
Gezien de nota met opmerkingen en het administratief dossier.
Gelet op de beschikking van 8 februari 2021, waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 16 maart 2021.
Gehoord het verslag van kamervoorzitter J. CAMU.
Gehoord de opmerkingen van advocaat R. NTEKEBITITUS, die loco advocaat V. W AMBO TOMAYUM
verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat M. DUBOIS, die verschijnt voor de verwerende
partij.
WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST:
1. Nuttige feiten ter beoordeling van de zaak
Op 3 september 2019 dient de verzoekende partij een aanvraag in om machtiging tot verblijf op grond
van artikel 9bis van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het
verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (hierna: de vreemdelingenwet).
Op 16 november 2020 beslist de gemachtigde van de bevoegde staatssecretaris (hierna: de
gemachtigde) deze aanvraag onontvankelijk te verklaren.
X - Pagina 2
Dit is de bestreden beslissing en deze is als volgt gemotiveerd:
“Onder verwijzing naar de aanvraag om machtiging tot verblijf die op datum van 03.09.2019 werd
ingediend door :
H., A. M. (R.R.: 075051850778)
nationaliteit: Ghana
geboren te Tamale op 18.05.1975
adres: (…)
ook gekend als:
H.,A. M. /X/ 1984.00.00 Ghana Tamale (Ghana)
H.,N. /B/ 1984.00.00 Ghana Tamale Ghana
H.,N. /X/ 1984.01.01 Ghana Tamale Ghana
in toepassing van artikel 9bis van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het
grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, ingevoegd bij artikel 4 van
de wet van 15 september 2006 tot wijziging van de wet van 15 december 1980, deel ik u mee dat dit
verzoek onontvankelijk is.
Reden:
De aangehaalde elementen vormen geen buitengewone omstandigheid waarom de betrokkene de
aanvraag om machtiging tot verblijf niet zou kunnen indienen via de gewone procedure namelijk via de
diplomatieke of consulaire post bevoegd voor de verblijfplaats of de plaats van oponthoud in het
buitenland, in casu Ivoorkust. Voor zijn komst naar België, verbleef betrokkene eerder al in de
Franstalige landen Burkina Faso, Mali, Niger, Libië, Algerije en Marokko. Mijnheer beschikt over een
paspoort geldig van 31.12.2013 tot 30.12.2018. In het paspoort staat dat hij een legaal verblijf had in
Marokko. Vanuit Marokko waar hij sedert 2011 zou verblijven - kwam hij naar Europa met een
Schengen-visum afgeleverd door de Spaanse autoriteiten. Betrokkene kan reizen en verblijven in
verschillende landen en lijkt er de financiële middelen voor te hebben.
Betrokkene wist dat zijn verblijf in België slechts voorlopig werd toegestaan in het kader van de
asielprocedure en dat hij bij een negatieve beslissing het land diende te verlaten. Betrokkene is geen
kandidaat-vluchteling meer. Zijn asielaanvraag werd afgesloten op 06/09/2019 met een weigering van
vluchtelingenstatus en van subsidiaire bescherming door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het
feit dat er een zekere behandelingsperiode is, hindert berokkene niet om zich te richten tot de bevoegde
ambassade teneinde een visum van het type D aan te vragen. Bovendien is de duur van een
asielonderzoek te wijten aan het gedrag en de medewerking van betrokkene zelf. Hij gebruikte een
andere naam en geboortedatum. Betrokkene legde inconsistente en tegenstrijdige verklaringen af
omtrent de landen van verblijf voor hij in België aankwam en omtrent zijn beweerde seksuele
geaardheid. Ook zijn profiel, o.a. een analfabete landbouwer (met 4 facebookprofielen) heeft betrokkene
niet aannemelijk gemaakt. Gezien zijn niet doorleefde verklaringen, de vele tegenstrijdigheden in zijn
asielrelaas en inconsistenties, is zijn beweerde vrees voor vervolging en de verwijzing naar een
schending van artkel 3 van het EVRM indien hij dient terug te keren naar Ghana, niet geloofwaardig.
Van non-refoulement is geen sprake in de beslissingen van de Belgische asielinstanties. Betrokkene
maakt niet concreet waarom artikel 23 van de Belgische Grondwet zou worden geschonden (recht op
een menswaardig leven). Uit geen enkel aangebracht element blijkt dat zijn recht op een menswaardig
leven zou worden aangetast.
Betrokkene roept de duur van zijn asielprocedure (3 jaar en 8 maanden) en zijn integratie (privé leven,
sociaal leven, taalcursussen, beroepsopleidingen, tewerkstelling, economisch onafhankelijk) in als
buitengewone omstandigheden. De elementen van integratie waaronder de opleidingen die hij in België
volgde teneinde een beroep te kunnen uitoefenen en de tewerkstelling gedurende zijn asielprocedure,
kunnen echter niet als buitengewone omstandigheid aanvaard worden, aangezien deze behoren tot de
gegrondheid van de aanvraag en bijgevolg in deze fase niet behandeld worden (RvS 9 december 2009,
nr. 198.769). Zijn tewerkstelling werd alleen toegestaan zolang zijn asielprocedure niet was afgesloten.
Zij had enkel als doel betrokkene de mogelijkheid te geven om tijdens zijn verblijf in zijn eigen behoeften
te kunnen voorzien. Vermits de asielprocedure werd afgesloten vervalt zijn officiële toestemming om
betaalde arbeid te verrichten op het Belgisch grondgebied. De betrokkene moet op zijn minst aantonen

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT