Arrêt Nº251895 de Conseil du Contentieux des Etrangers, 30/03/2021

CourtIIde KAMER (Raad voor Vreemdelingengeschillen)
Writing for the CourtCAMU J.
Judgment Date30 mar. 2021
Procedure TypeAnnulation
Judgement Number251895
X - Pagina 1
nr. 251 895 van 30 maart 2021
in de zaak RvV X / II
In zake:
X
Gekozen woonplaats:
ten kantore van advocaat D. GEENS
Lange Lozanastraat 24
2018 ANTWERPEN
tegen:
de Belgische staat, vertegenwoordigd door de Staatssecretaris voor Asiel en
Migratie.
DE VOORZITTER VAN DE IIde KAMER,
Gezien het verzoekschrift dat X, die verklaart van Salvadoraanse nationaliteit te zijn, op 11 januari 2021
heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging en de nietigverklaring te vorderen van de
beslissing van de gemachtigde van de Staatssecretaris voor Asiel en Migratie van 14 december 2020 tot
afgifte van een bevel om het grondgebied te verlaten - verzoeker om internationale bescherming.
Gezien titel Ibis, hoofdstuk 2, afdeling IV, onderafdeling 2, van de wet van 15 december 1980
betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van
vreemdelingen.
Gelet op de beschikking van 8 februari 2021, waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 16 maart 2021.
Gehoord het verslag van kamervoorzitter J. CAMU.
Gehoord de opmerkingen van advocaat M. KIW AKANA, die loco advocaat D. GEENS verschijnt voor de
verzoekende partij en van advocaat M. DUBOIS, die verschijnt voor de verwerende partij.
WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST:
1. Nuttige feiten ter beoordeling van de zaak
Op 14 december 2020 neemt de gemachtigde van de bevoegde staatssecretaris (hierna: de
gemachtigde) een bevel om het grondgebied te verlaten verzoeker om internationale bescherming ten
aanzien van de verzoekende partij.
Dit is de bestreden beslissing en deze is als volgt gemotiveerd:
BEVEL OM HET GRONDGEBIED TE VERLATEN - VERZOEKER OM INTERNATIONALE
BESCHERMING
In uitvoering van artikel 52/3, §1 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het
grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen,
wordt aan mevrouw,
X - Pagina 2
naam : P. G.
voornaam : M. B.
geboortedatum : 16.07.1981
geboorteplaats : Cuscatlan
nationaliteit : El Salvador
het bevel gegeven om het grondgebied van België te verlaten, evenals het grondgebied van de staten
die het Schengenacquis ten volle toepassen, tenzij hij (zij) beschikt over de documenten die vereist zijn
om er zich naar toe te begeven.
REDEN VAN DE BESLISSING :
Op 27/03/2020 werd door de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen een
negatieve beslissing inzake het verzoek om internationale bescherming genomen en op 10/11/2020
werd door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen het beroep tegen deze beslissing verworpen met
toepassing van artikel 39/2, § 1,1°, van de wet van 15 december 1980.
Betrokkene bevindt zich in het geval van artikel 7, eerste lid, 2° van de wet van 15 december 1980
betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van
vreemdelingen : hij verblijft langer in het Rijk dan de overeenkomstig artikel 6 van deze wet bepaalde
termijn of slaagt er niet in het bewijs te leveren dat deze termijn niet overschreden werd, inderdaad,
betrokkene kwam het land binnen op 13/08/2019 en verblijft nog steeds op het grondgebied, zodat zijn
(haar) regelmatig verblijf van 90 dagen overschreden is.
In uitvoering van artikel 7, eerste lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het
grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, wordt aan de betrokkene
bevel gegeven het grondgebied te verlaten binnen 30 (dertig) dagen.”
2. Over de rechtspleging
Artikel 39/72, § 1 samengelezen met artikel 39/81, eerste lid van de wet van 15 december 1980
betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van
vreemdelingen (hierna: de vreemdelingenwet) schrijft voor dat de verwerende partij binnen acht dagen
na de kennisgeving van het beroep, het administratief dossier indient waarbij ze een nota met
opmerkingen kan voegen.
De verwerende partij heeft geen nota ingediend en geen administratief dossier.
Artikel 39/59, § 1, eerste lid van de vreemdelingenwet bepaalt dat wanneer de verwerende partij het
administratief dossier niet binnen de vastgestelde termijn toestuurt, de door de verzoekende partij
vermelde feiten als bewezen worden geacht tenzij deze feiten kennelijk onjuist zijn.
3. Onderzoek van het beroep
3.1. In een enig middel voert de verzoekende partij de schending aan van artikel 3 van het Europees
Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het EVRM), van artikel
74/13 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de
vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (hierna: de vreemdelingenwet), van het
zorgvuldigheidsbeginsel en van de artikelen 1, 2, en 3 van de wet betreffende de uitdrukkelijke
motivering van de bestuurshandelingen van 29 juli 1991.
De verzoekende partij licht haar enig middel toe als volgt:
1. Artikel 74/13 Vreemdelingenwet voorziet dat bij het nemen van een beslissing tot verwijdering de
minister of zijn gemachtigde rekening houdt met het hoger belang van het kind, het gezins- en
familieleven en de gezondheidstoestand van de betrokken onderdaan van een derde land. Dit artikel

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT