Arrêt Nº251703 de Conseil du Contentieux des Etrangers, 26/03/2021

CourtIVe KAMER (Raad voor Vreemdelingengeschillen)
Writing for the CourtVAN CAMP S.
Judgment Date26 mar. 2021
Procedure TypePlein contentieux
Judgement Number251703
RvV X - Pagina 1
nr. 251 703 van 26 maart 2021
in de zaak RvV X / IV
In zake:
X
Gekozen woonplaats:
ten kantore van advocaat C. DESENFANS
Eugène Plaskysquare 92-94/2
1030 BRUSSEL
tegen:
de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen
DE WND. VOORZITTER VAN DE IVe KAMER,
Gezien het verzoekschrift dat X, die verklaart van Somalische nationaliteit te zijn, op 30 november 2020
heeft ingediend tegen de beslissing van de adjunct-commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de
staatlozen van 29 oktober 2020.
Gelet op artikel 51/4 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het
verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
Gezien het administratief dossier.
Gelet op de beschikking van 11 januari 2021 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 19 februari 2021.
Gehoord het verslag van rechter in vreemdelingenzaken S. VAN CAMP.
Gehoord de opmerkingen van de verzoekende partij en haar advocaat J. JANSSENS loco advocaat
C. DESENFANS, en van attaché L. VANDERVOORT, die verschijnt voor de verwerende partij.
WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST:
1. Over de gegevens van de zaak
1.1. Verzoeker, die volgens zijn verklaringen België is binnengekomen op 14 april 2019, diende op 17
april 2019 een verzoek om internationale bescherming in.
1.2. Op 29 oktober 2020 nam de adjunct-commissaris-generaal de beslissing tot weigering van de
vluchtelingenstatus en weigering van de subsidiaire beschermingsstatus. Deze beslissing, die verzoeker
bij aangetekende brief van 30 oktober 2020 ter kennis werd gebracht, is de bestreden beslissing die luidt
als volgt:
Asielaanvraag: 17/04/2019
Overdracht CGVS: 24/12/2019
RvV X - Pagina 2
U werd gehoord op het CGVS op 14 februari 2020 van 13:57 tot 17:44 en op 30 september 2020 van
09:06 tot 12:41, telkens met bijstand van een tolk Somali. Uw advocaat, meester Gyselen, was aanwezig
gedurende beide persoonlijke onderhouden.
A. Feitenrelaas
U beweert over de Somalische nationaliteit te beschikken en geboren te zijn in Gobweyn op 1 april 1990.
Goobweyn is gelegen in Lower Jubba, u woonde hier tot aan uw vertrek in 2018 in de wijk Jareer. U
bezocht geen andere plaatsen in Somalië, u had hier geen behoefte aan nadat u uw gezin had. U behoort
tot de Sheikhaal clan. In 2009 trouwde u met uw echtgenote N.A.I. Samen hebt u vijf kinderen, ze
verblijven bij uw vrouw in Goobweyn. Als beroep had u een klein kraampje aan uw huis, waar u
zoetigheden en andere levensmiddelen verkocht. Op een ochtend kwamen drie leden van Al Shabaab
naar u toe omdat u sigaretten verkocht in uw kleine winkel. U verkocht al sigaretten sinds u begon met de
winkel in uw dorp in 2009. U ontkende tegen Al Shabaab dat u sigaretten verkocht omdat u schrik had.
Ondanks uw ontkenningen bleven ze herhalen dat u sigaretten verkocht. Diezelfde avond werd u uit uw
huis ontvoerd door gewapende mannen van Al Shabaab. U werd geblinddoekt door de Al Shabaab leden.
Ze voerden u naar een plek buiten het dorp en u werd twee weken vastgehouden. U kreeg de ochtend
die volgde op uw ontvoering, van de gemaskerde mannen, de veroordeling tot de doodstraf, ze zouden u
onthoofden. Op een dag tijdens het ochtendgebed slaagde u er in om te ontsnappen terwijl al de rest van
de gevangenen en bewakers aan het bidden waren. U vluchtte te voet tot u aan de weg naar Mogadishu
kwam, waar u een wagen tegenhield. De chauffeur en zijn passagier hebben u meegenomen naar de
hoofdstad Mogadishu. Deze chauffeur reed heel de weg naar Mogadishu omdat u hem een vergoeding
kon beloven eenmaal hij u naar uw tante bracht. U bleef ongeveer een week bij uw tante in Mogadishu,
in de tussentijd kwamen de leden van Al Shabaab u zoeken in uw geboortedorp. In februari 2018 verliet
u Somalië en ging u naar Turkije. Via Griekenland en de Balkan kwam u aan in Nederland. U verbleef 5
maanden in Nederland bij vrienden, en vervolgens kwam u naar België op 14 april 2019. Op 17 april 2019
diende u een verzoek tot internationale bescherming in.
Ter staving van uw verzoek legde u twee kopies van een geboortecertificaat neer.
B. Motivering
Na grondige analyse van het geheel van de gegevens in uw administratief dossier, moet vooreerst worden
vastgesteld dat u géén elementen kenbaar hebt gemaakt waaruit eventuele bijzondere procedurele noden
kunnen blijken, en dat het Commissariaat-generaal evenmin dergelijke noden in uw hoofde heeft kunnen
vaststellen.
Bijgevolg werden er u geen specifieke steunmaatregelen verleend, aangezien er in het kader van
onderhavige procedure redelijkerwijze kan worden aangenomen dat uw rechten gerespecteerd worden
en dat u in de gegeven omstandigheden kunt voldoen aan uw verplichtingen.
Er dient te worden opgemerkt dat u doorheen uw verklaringen niet aannemelijk heeft gemaakt dat u een
persoonlijke vrees voor vervolging zoals bedoeld in de Vluchtelingenconventie heeft of een reëel risico op
het lijden van ernstige schade zoals bepaald in de definitie van subsidiaire bescherming loopt.
Op een verzoeker rust de verplichting om van bij aanvang van de procedure zijn volle medewerking te
verlenen bij het verschaffen van informatie over zijn verzoek om internationale bescherming, waarbij het
aan hem is om de nodige feiten en relevante elementen aan te brengen bij de Commissaris-generaal,
zodat deze kan beslissen over het verzoek om internationale bescherming. De medewerkingsplicht vereist
dus van u dat u correcte verklaringen aflegt en waar mogelijk documenten voorlegt met betrekking tot uw
identiteit, uw nationaliteit, de landen en plaatsen van eerder verblijf, eerdere asielverzoeken, reisroutes
en reisdocumenten. Niettegenstaande u bij de aanvang van uw persoonlijk onderhoud uitdrukkelijk
gewezen werd op de medewerkingsplicht die op uw schouders rust (zie notities persoonlijk onderhoud
d.d. 14 februari 2020 p. 3; notities persoonlijk onderhoud d.d. 30 september 2020 p. 5), blijkt uit het geheel
van de door u afgelegde verklaringen en de door u voorgelegde stukken duidelijk dat u niet heeft voldaan
aan deze plicht tot medewerking.
Er werd immers vastgesteld dat er geen geloof kan worden gehecht aan uw verklaringen over uw verblijf
in Somalië. Dit is nochtans belangrijk voor de inschatting van uw vrees voor vervolging en uw nood aan
subsidiaire bescherming.

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT