Arrêt Nº251245 de Conseil du Contentieux des Etrangers, 19/03/2021

CourtIVe KAMER (Raad voor Vreemdelingengeschillen)
Writing for the CourtVAN CAMP S.
Judgment Date19 mar. 2021
Procedure TypePlein contentieux
Judgement Number251245
RvV X - Pagina 1
nr. 251 245 van 19 maart 2021
in de zaak RvV X / IV
In zake:
X
Gekozen woonplaats:
ten kantore van advocaat A. LOOBUYCK
Langestraat 46/1
8000 BRUGGE
tegen:
de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen
DE WND. VOORZITTER VAN DE IVe KAMER,
Gezien het verzoekschrift dat X, die verklaart van Somalische nationaliteit te zijn, op 7 december 2020
heeft ingediend tegen de beslissing van de adjunct-commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de
staatlozen van 3 november 2020.
Gelet op artikel 51/4 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het
verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
Gezien het administratief dossier.
Gelet op de beschikking van 11 januari 2021 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 19 februari 2021.
Gehoord het verslag van rechter in vreemdelingenzaken S. VAN CAMP.
Gehoord de opmerkingen van de verzoekende partij en haar advocaat M. KALIN loco advocaat
A. LOOBUYCK, en van attaché L. VANDERVOORT, die verschijnt voor de verwerende partij.
WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST:
1. Over de gegevens van de zaak
1.1. Verzoekster, die volgens haar verklaringen België is binnengekomen op 16 juni 2019, diende op 20
juni 2019 een verzoek om internationale bescherming in.
1.2. Op 3 november 2020 nam de adjunct-commissaris-generaal de beslissing tot weigering van de
vluchtelingenstatus en weigering van de subsidiaire beschermingsstatus. Deze beslissing, die verzoekster
bij aangetekende brief van 5 november 2020 ter kennis werd gebracht, is de bestreden beslissing die luidt
als volgt:
Asielaanvraag: 20/06/2019
Overdracht CGVS: 25/02/2020
RvV X - Pagina 2
Op 26 juni 2020 had u een eerste persoonlijk onderhoud op het Commissariaat-generaal voor de
Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) van 10u07 tot 14u10 (CGVS 1). Op 6 oktober 2020 had u een
tweede persoonlijk onderhoud op het CGVS van 14u00 tot 16u45 (CGVS 2). Beide keren werd u
bijgestaan door een tolk die het Somalisch machtig is. Uw advocaat, meester Loobuyck, werd de eerste
keer vertegenwoordigd door meester Tshibangu-Kadima, die aanwezig was voor de volledige duur van
het persoonlijk onderhoud. Meester Loobuyck liet zich de tweede keer vertegenwoordigen door meester
Kakiese Lowambuy, die eveneens voor de volledige duur van het persoonlijk onderhoud aanwezig was.
A. Feitenrelaas
Volgens uw verklaringen bent u een Somalisch staatsburger van de Murursade-clan. Uw vader behoorde
eveneens tot de Murursade-clan, terwijl uw moeder tot de Madiban, een minderheidsclan, behoort. U bent
geboren op 18 maart 1993 in het dorp Bargaan in de provincie Galgaduud. Uw vader overleed in een
auto-ongeval toen u vijf jaar was. Na zijn dood nam zijn familie u onder dwang mee naar Mogadishu, waar
u opgroeide bij uw oudere halfzus N. en haar man M. en hun gezin. Uw moeder bleef in Bargaan wonen.
Toen u opgroeide begon uw schoonbroer M. u te misbruiken. Hij verkrachtte u keer op keer en dreigde u
te doden als u het aan iemand zou vertellen. In 2011 overleed uw zus N. Tijdens uw eerste jaar op de
universiteit, in 2013, leerde u A. S. A. kennen, een jongen uit een welgestelde familie met wie u een relatie
aanging. In 2015 vroeg hij om uw hand. Hoewel uw schoonbroer M. niet akkoord was - hij vond dat u hem
toebehoorde - stemde de rest van uw familie wel in. U trouwde met A. S. A., maar die merkte dat u geen
maagd meer was. Na enkele dagen huwelijk bracht hij u daarom terug naar uw familie. Zowel A. S. A. als
uw eigen familie vonden dat uw eer geschonden was. Uw halfbroer deed u daarom ook stoppen met uw
studies. Na deze gebeurtenis schoor uw familie uw haren af. Ook werd u gedurende vijf maanden
regelmatig geslagen door uw halfbroer A.
Aan deze mishandeling kwam een einde toen uw schoonbroer M. voorstelde met u te trouwen om uw eer
te redden. Uw familie ging akkoord, zeker omdat M. hen geld had gegeven en omdat u voor hun moeder
en voor de kinderen van M. en N. zorgde. U vroeg om het huwelijk nog uit te stellen.
In 2017 leerde u S. O. A. kennen op een trouwfeest. Jullie wisselden telefoonnummers uit en begonnen
een geheime liefdesrelatie. Enkel uw tante was op de hoogte en liet u afspreken met S. in haar huis. Op
3 november 2017 vroeg S. om uw hand. Uw familie weigerde zijn aanzoek omdat ze zeiden dat S. tot de
Jarrer-clan behoort, een minderheidsclan. Tegen u had S. gezegd dat hij tot de sil’ce gorgate behoorde,
een subclan van de machtige Hawiye. U wilde toch met hem trouwen, en vluchtte op 25 januari 2018 met
S. naar een huis in de buurt van de luchthaven van Mogadishu. Tien dagen later kreeg S. een telefoontje
met het bericht dat zijn broer vermoord werd en waarin S. zelf ook bedreigd werd. S. vluchtte meteen weg.
U ging hem daarna zoeken bij zijn familie in Afgoye. U verbleef bij hen, hoewel zij uw familie ervan
verdachten S.’s broer te hebben vermoord omwille van uw verboden relatie met S. Uw familie kwam te
weten waar u zich bevond, en nam u op 10 maart 2018 onder dwang terug mee naar hun huis in
Mogadishu. Eenmaal terug thuis werd u geslagen. Ze verweten u uw schoonbroer M. te hebben bedrogen.
Tijdens uw afwezigheid had uw familie het door hen geregelde huwelijk tussen u en M. voltrokken.
Niet veel later ontdekte u dat u zwanger was. In de vijfde maand van uw zwangerschap vertelde u hierover
aan uw familie. U zei ook aan M. dat het niet zijn kind was. M. beweerde van wel en sloeg u. U werd thuis
opgesloten. Op 20 oktober 2018 beviel u van uw zoon, A. S. O. Niet veel later nam u contact op met de
familie van S. om hen in te lichten over de geboorte. U vertelde hen dat A. S.’s zoon was, maar dat ook
uw schoonbroer M. aanspraak maakte op het vaderschap. Hierop zetten S.’s familie een
bemiddelingsproces in gang om het vaderschap te bepalen. Uiteindelijk kwamen beide families begin april
2019 samen in uw tantes huis. Bij deze gelegenheid vertelde u aan iedereen over het misbruik door M.
en eveneens dat S. de vader van uw kind was. Het gesprek ontaardde in ruzie en de situatie escaleerde
bijna toen M. een pistool bovenhaalde. Uw tante kon de situatie kalmeren en besloot dat u niet terug kon
keren naar het huis van M. zolang de ruzie niet opgelost was. U verbleef nog een zestal weken bij uw
tante. In die periode werd u meermaals bedreigd door M. omdat u zijn eer zou hebben geschonden.
Uw tante en haar dochter hielpen u bij het regelen van uw vertrek. Op 23 mei 2019 vertrok u op legale
wijze, gebruik makend van uw eigen paspoort met een visum voor Turkije, uit Somalië. Na een reis van
enkele weken kwam u op 16 juni 2019 in België aan. Op 20 juni 2019 diende u een verzoek om
internationale bescherming in.

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT