Arrêt Nº251136 de Conseil du Contentieux des Etrangers, 17/03/2021

CourtIVe KAMER (Raad voor Vreemdelingengeschillen)
Writing for the CourtDE SMET A.
Judgment Date17 mar. 2021
Procedure TypePlein contentieux
Judgement Number251136
RvV X - Pagina 1
nr.
251 136
van
17 maart
2021
in de zaak RvV X / IV
In
zake:
X
X
X
ten kantore van advocaat E
.
Interleuvenlaan 62
3001 HEVERLEE
tegen:
de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen
DE WND. VOORZITTER VAN DE IVE KAMER,
Gezien het verzoekschrift dat X, X en X, die verklaren van Venezolaanse nationaliteit te zijn, op
6 juli 2020 hebben ingediend tegen de beslissingen van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen
en de staatlozen van 27 mei 2020.
Gelet op artikel 51/4 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het
verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
Gezien de administratieve dossiers.
Gelet op de beschikking van 13 januari 2021 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op
17 februari 2021.
Gehoord het verslag van rechter in vreemdelingenzaken A. DE SMET.
Gehoord de opmerkingen van de verzoekende partijen en hun advocaat M. KIWAKANA loco advocaat
E. VANGOIDSENHOVEN en van attaché S. SNEYERS, die verschijnt voor de verwerende partij.
WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST:
1. Over de gegevens van de zaak
1.1. Verzoekers, die verklaren van Venezolaanse nationaliteit te zijn, zijn volgens hun verklaringen
België binnengekomen op 29 mei 2019 en hebben een verzoek om internationale bescherming
ingediend op 29 mei 2019.
1.2. Nadat vragenlijsten werden ingevuld en ondertekend, werden de dossiers van verzoekers door de
Dienst Vreemdelingenzaken op 7 juni 2019 overgemaakt aan het Commissariaat-generaal voor de
vluchtelingen en de staatlozen. Op het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen
werd X. (eerste verzoeker) gehoord op 27 juni 2019 en op 29 januari 2020, X (verzoekster) op 27 juni
2019 en X. (tweede verzoeker) op 18 juni 2019.
RvV X - Pagina 2
1.3. Op 27 mei 2020 nam de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen de
beslissingen tot weigering van de vluchtelingenstatus en weigering van de subsidiaire
beschermingsstatus. Deze beslissingen werden op 2 juni 2020 aangetekend naar verzoekers
verzonden.
1.3.1. De bestreden beslissing ten aanzien van D. G. A. M. J. (eerste verzoeker) luidt als volgt:
A. Feitenrelaas
Volgens uw verklaringen bent u afkomstig van Caracas en heeft u de Venezolaanse nationaliteit. U bent
gehuwd met Ma.(…) C.(…) V.(…) S.(…) (O.V. (...)) met wie u een zoontje, L.(...) C.(...), heeft. Jullie
woonden in Caracas samen met uw schoonmoeder I.(...) C.(...) S.(...) P.(...) (O.V. (…)) en uw
schoonbroer Mi.(...) A.(...) V.(...) S.(...) (O.V. (...)). U ging vaak naar betogingen tegen het regime samen
met I.(...), Mi.(...) A.(...) en R.(...) P.(...), de zoon van de ex-partner van I.(...). Op 21 mei 2017 gingen
I.(...), Mi.(...) A.(...) en R.(...) naar een betoging. Ze werden in het nauw gedreven en I.(...) kreeg een
pistool tegen het hoofd maar ze wist te ontsnappen. Later werd R.(...) meegenomen in een
bestelwagen. Op 22 mei 2017 werd zijn levenloze lichaam teruggevonden. Op 20 juni 2017 verliet I.(...)
Venezuela samen met haar moeder Mar.(...) D.(...) P.(...) d.(...) G.(...) (O.V. (...)). Ze reisden samen naar
België waar zij op 14 september 2017 een verzoek om internationale bescherming indienden. I.(...)
verkreeg de vluchtelingenstatus op 30 november 2018. Het verzoek om internationale bescherming van
haar moeder werd geweigerd op 30 november 2018. Deze beoordeling werd door de Raad voor
Vreemdelingenbetwistingen bevestigd op 21 januari 2020. Eén of twee maanden na de dood van R.(...)
begonnen jullie dreigtelefoons te krijgen van paramilitairen die op zoek waren naar Mi.(...) A.(...), die
intussen naar zijn peter in Barquisimeto was verhuisd, omdat hij had deelgenomen aan demonstraties
tegen de regering.
Op 25 maart 2019 verlieten u, uw echtgenote en uw zoontje jullie appartement in Caracas toen vier
paramilitairen trachtten om jullie zoontje uit uw armen te trekken. De paramilitairen zeiden dat ze wisten
wie jullie waren en dat ze jullie zoontje gingen vermoorden indien jullie Mi.(...) A.(...) niet aan hen gaven.
Jullie wisten te ontsnappen naar het huis van uw moeder en contacteerden Mi.(...) A.(...) om samen het
land te verlaten. Jullie vertrokken met het vliegtuig naar de Dominicaanse Republiek, verbleven daar
ongeveer twee maanden en reisden naar België waar jullie bij jullie aankomst in de luchthaven van in
Zaventem op 29 mei 2019 een verzoek om internationale bescherming indienden. Op 23 augustus 2019
werd er ingebroken bij uw ouders. Enkel de gsm van uw vader werd gestolen.
Bij een eventuele terugkeer naar Venezuela vreest u dat uw zoontje en Mi.(...) A.(...) ontvoerd of gedood
zouden worden. U vreest verder de algemene economische en veiligheidssituatie in Venezuela. Ter
staving van uw verzoek legde u volgende documenten neer: uw origineel paspoort; de geboorteakte van
uw zoon L.(...) C.(...); facturen van uw telefoonrekening en internetaansluiting; drie videofragmenten van
rennende mensen op straat; vijf foto's van familieleden; tien foto’s van paramilitairen op straat en van
betogingen; de verblijfsdocumenten van uw schoonmoeder I.(...) in België; een artikel over E.(...) A.(...)
en een screenshot van zijn twitteraccount; informatie over jullie vliegtuigreis; en enkele nieuwsartikelen
over de algemene situatie in Venezuela.
B. Motivering
Na grondige analyse van het geheel van de gegevens in uw administratief dossier, moet vooreerst
worden vastgesteld dat u géén elementen kenbaar hebt gemaakt waaruit eventuele bijzondere
procedurele noden kunnen blijken, en dat het Commissariaat-generaal evenmin dergelijke noden in uw
hoofde heeft kunnen vaststellen. Bijgevolg werden er u geen specifieke steunmaatregelen verleend,
aangezien er in het kader van onderhavige procedure redelijkerwijze kan worden aangenomen dat uw
rechten gerespecteerd worden en dat u in de gegeven omstandigheden kunt voldoen aan uw
verplichtingen.
Er dient opgemerkt te worden dat u uw verzoek om internationale bescherming integraal steunt op de
motieven die werden aangehaald door uw schoonmoeder I.(...) C.(...) S.(...) P.(...) (O.V. (...)). In het
kader van haar verzoek om internationale bescherming werd de vluchtelingenstatus die haar op 30
november 2018 werd toegekend ingetrokken omdat er niet langer geloof gehecht kon worden aan de
door haar aangehaalde vluchtmotieven. De in dit verband genomen beslissing luidt als volgt:
RvV X - Pagina 3
"In casu diende uw vluchtelingenstatus opnieuw te worden overwogen nadat uw zoon, uw dochter en
haar partner in België een verzoek om internationale bescherming indienden. Verschillende elementen
in hun verklaringen wezen erop dat u en uw familie trachtten de asielinstanties te misleiden en dat u
geen gronde vrees koestert voor vervolging in de zin van de Vluchtelingenconventie of een reëel risico
loopt op ernstige schade zoals bepaald in de definitie van subsidiaire bescherming. Tal van
tegenstrijdigheden en bevreemdende elementen ondermijnen immers de geloofwaardigheid van de door
jullie ingeroepen vervolgingsfeiten op fundamentele wijze.
Vooreerst dient opgemerkt dat er twijfels rijzen bij uw daadwerkelijke politieke engagement in het
voorjaar van 2017. Zo is het bevreemdend dat u slechts enkele foto’s kon neerleggen van uw deelname
aan betogingen in 2012 of 2013 maar er niet in slaagde ook maar één meer recente foto te bemachtigen
waaruit blijkt dat u ook hierna nog deelnam aan demonstraties tegen het Venezolaanse regime. Uw
verklaring hiervoor, dat u met name wel nog foto’s heeft op een oude gsm maar niet zeker bent of u
deze nog kan bemachtigen (CGVS 1, p. 9), is weinig overtuigend. Dit plaatst vraagtekens bij uw
daadwerkelijke engagement in de periode voor uw vertrek uit Venezuela.
Daarnaast dient opgemerkt dat jullie allen verschillende verklaringen aflegden betreffende de
gebeurtenissen tijdens de laatste protestactie waaraan jullie deelgenomen zouden hebben en het
overlijden van R.(...) dat hierop volgde. Tijdens uw eerste persoonlijk onderhoud op het Commissariaat-
generaal beweerde u dat u op 20 mei 2017 samen met R.(...) op een betoging aanwezig was, dat jullie
in het nauw werden gedreven en u een pistool tegen het hoofd kreeg maar dat R.(...) tussenkwam en
hierdoor meegenomen werd (CGVS 1, p. 7, 18). Mi.(...) A.(...) bleef tijdens deze betoging binnen (CGVS
1, p. 8 en 14). Op 21 of 22 mei zagen jullie R.(...)’s lichaam in het mortuarium (CGVS 1, p. 14). U legde
een overlijdensakte neer waaruit, gelet op de moeilijke leesbaarheid ervan, zou blijken dat hij door een
kogel om het leven kwam.
Uw zoon Mi.(...) A.(...) beschreef dit incident op een andere wijze. Volgens hem werd u tijdens uw
laatste betoging een gebouw in gedreven en werd uw telefoon stuk gemaakt. Hij wist echter niets over
een wapen dat tegen uw hoofd werd geplaatst of R.(...) die tussenkwam (CGVS Mi.(...) A.(...), p. 12). Hij
beweerde bovendien dat hij, in tegenstelling tot uw verklaringen, zelf aanwezig was tijdens deze
betoging (CGVS Mi.(...) A.(...), p. 12). Bovendien verklaarde hij dat R.(...) niet meegenomen werd tijdens
een betoging maar twee en een halve week na de laatste betoging waaraan jullie deelgenomen hadden,
toen hij op 26 of 27 mei 2017 aan het kaarten en iets aan het drinken was met vrienden (CGVS Mi.(...)
A.(...), p. 9). Jullie werden hiervan op de hoogte gebracht door de vader van R.(...) die jullie opbelde met
de vraag of jullie hem hadden gezien (CGVS Mi.(...) A.(...), p. 9). Dit is op zich reeds bijzonder
onwaarschijnlijk aangezien uw zoon beweerde dat R.(...) meegenomen werd in het bijzijn van zijn
vrienden en aldus logischerwijs aangenomen kan worden dat zijn vrienden R.(...)’s vader op de hoogte
zouden hebben gesteld van de ontvoering. Tot slot gaf uw zoon aan dat R.(...) doodgeslagen werd,
nergens vermeldde hij dat R.(...) stierf door een kogel (CGVS Mi.(...) A.(...), p. 10).
Uw dochter Ma.(…) verklaarde voorts dat u een pistool tegen het hoofd kreeg (CGVS Ma.(...), p. 8) en
dat dit alles gebeurde in het bijzijn van Mi.(...) A.(...), die tegen haar vertelde dat hij alles persoonlijk
gezien had (CGVS Ma.(...), p. 9, 12). Ze wijzigde later haar verklaring en stelde dat Mi.(...) A.(...) toch
niet aanwezig was tijdens de betoging omdat hij slechts een stuk van de dag deelnam (CGVS Ma.(...),
p. 26). Nog later veranderde ze opnieuw haar versie van de feiten en verklaarde ze dat Mi.(...) A.(...) die
dag helemaal niet deelnam aan de protestactie (CGVS Ma.(...), p. 27). Uw dochter zweeg bovendien
over een tussenkomende R.(...) wanneer haar gevraagd werd of iemand tussenkwam toen u een pistool
tegen het hoofd kreeg (CGVS Ma.(...), p. 20). Ze beweerde verder dat u toen u het appartement
binnenkwam niet wist dat R.(...) meegenomen was (CGVS Ma.(...), p. 28) en dat R.(...) niet die dag zelf
verdween maar een dag of enkele dagen later meegenomen werd toen hij alleen op een plein was
(CGVS Ma.(...), p. 9, 13, 23 en 28).
M.(...) verklaarde voorts dat Mi.(...) A.(...) aanwezig was tijdens de demonstratie waarbij u een pistool
tegen het hoofd kreeg (CGVS M.(...) 1, p. 3) en dat R.(...) dagen later pas werd meegenomen, om een
dag later, op 22 mei 2017, dood teruggevonden te worden (CGVS M.(...) 1, p. 3). Nochtans had u reeds
op de dag van de betoging aan M.(...) gezegd dat R.(...) meegenomen was (CGVS 2, p. 7).
Tijdens uw tweede onderhoud geconfronteerd met deze talrijke tegenstrijdigheden construeerde u een
versie die tegenstrijdig is aan zowel uw eigen aanvankelijke verklaringen als aan de verklaringen van uw
familieleden: u herhaalde dat R.(...) wel degelijk meegenomen werd op de dag van de betoging die u
ditmaal op 21 mei situeerde, maar u verklaarde, in weerwil van uw eerdere beweringen, dat hij op 24

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT