Arrêt Nº249791 de Conseil du Contentieux des Etrangers, 24/02/2021

CourtIVe KAMER (Raad voor Vreemdelingengeschillen)
Writing for the CourtDE SMET A.
Judgment Date24 fév. 2021
Procedure TypePlein contentieux
Judgement Number249791
RvV X - Pagina 1
nr. 249 791 van 24 februari 2021
in de zaak RvV X / IV
In zake:
X
Gekozen woonplaats:
ten kantore van advocaat C. DESENFANS
Eugène Plaskysquare 92-94/2
1030 BRUSSEL
tegen:
de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen
DE WND. VOORZITTER VAN DE IVE KAMER,
Gezien het verzoekschrift dat X, die verklaart van Salvadoraanse nationaliteit te zijn, op 23 april 2020
heeft ingediend tegen de beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de
staatlozen van 25 maart 2020.
Gelet op artikel 51/4 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het
verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
Gezien het administratief dossier.
Gelet op de beschikking van 17 december 2020 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op
27 januari 2021.
Gehoord het verslag van rechter in vreemdelingenzaken A. DE SMET.
Gehoord de opmerkingen van de verzoekende partij en haar advocaat J. JANSSENS loco advocaat C.
DESENFANS en van attaché S. DUPONT, die verschijnt voor de verwerende partij.
WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST:
1. Over de gegevens van de zaak
1.1. Verzoekster, die verklaart van Salvadoraanse nationaliteit te zijn, is volgens haar verklaringen
België binnengekomen op 27 februari 2019 en heeft er zich vluchteling verklaard op 8 maart 2019.
1.2. Nadat een vragenlijst werd ingevuld en ondertekend, werd het dossier van verzoekster door de
Dienst Vreemdelingenzaken op 12 augustus 2019 overgemaakt aan het Commissariaat-generaal voor
de vluchtelingen en de staatlozen. Op het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en de
staatlozen werd verzoekster op 23 oktober 2019 en op 13 februari 2020 gehoord.
1.3. Op 25 maart 2020 nam de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen de
beslissing tot weigering van de vluchtelingenstatus en weigering van de subsidiaire beschermingsstatus.
Deze beslissing werd op 1 april 2020 aangetekend verzonden.
RvV X - Pagina 2
De bestreden beslissing luidt als volgt:
A. Feitenrelaas
U, P.(…) G.(…) S.(…) C.(…), verklaart de Salvadoraanse nationaliteit te bezitten. U bent geboren in
San Salvador op (…) 1968 en zou daar ook heel uw leven hebben gewoond. U verklaart dat uw zoon
vanaf 2013 naar het militair college ‘G.(…) T.(…) R.(…)’ zou zijn gegaan. Daar zou hij in 2016 slagen
hebben gekregen van een sergeant die er lesgaf. U zou hiertegen klacht hebben neergelegd bij het
Openbaar Ministerie. In een krantenartikel, dat u ook neerlegt, zou deze klacht, zonder uw toestemming,
zijn weergegeven. Volgens u zouden de bendes sinds dat moment op de hoogte zijn geweest van het
feit dat uw zoon naar de militaire school zou zijn gegaan.
De sergeant die u aanklaagde zou uit zijn functie ontheven zijn in de jaren 2016-2017-2018. In de jaren
na 2016 zou u noch uw zoon of familie problemen hebben gekend omwille van dit feit.
Op een bepaalde dag, op 26 december 2018, toen u de verjaardag van uw dochter zou vieren, kwam u
thuis met uw zoon en zag twee mannen aan de deur staan. U was reeds gewaarschuwd dat ze daar
zouden staan door uw ex-schoonzus. U zou uw zoon naar binnen hebben gedaan en een twintigtal
minuten met hen hebben gepraat. Een van hen zou een tatoeage met de letters MS hebben gehad. Ze
zouden gezegd hebben dat uw zoon moest meegaan of dat ze hem anders sowieso zouden
meenemen. Na hun vertrek zou uw zoon steevast op een andere plaats zou gaan slapen zijn.
De volgende dagen zouden deze bendeleden nog zijn langs geweest, maar na de jaarwisseling zouden
ze niet meer aan uw deur zijn geweest. U vreesde echter voor het leven van uw zoon, daar ‘bendeleden
iemand niet meer gerust laten eens ze deze in het vizier hebben’.
Nadat u uw paspoort en dat van uw zoon had vernieuwd en alle voorbereidingen voor uw vlu cht had
genomen, verliet u uiteindelijk het land op 26 februari 2019. Via een tussenstop in de Verenigde Staten
reisde u naar België, waar u op 8 maart 2019 een verzoek om internationale bescherming indiende.
Ter staving van uw verzoek om internationale bescherming, legde u volgende documenten neer : een
paspoort, het paspoort van uw zoon, uw identiteitskaart, uw geboorteakte, kaart van het college T.(…)
R.(…), , document Openbaar Ministerie, rapport onderzoek mishandeling van uw zoon, foto’s van de
mishandeling van uw zoon, brief aan de militaire school, foto’s van het militair college, rapporten van uw
zoon van het militair college en een krantenartikel.
B. Motivering
Na grondige analyse van het geheel van de gegevens in uw administratief dossier, moet vooreerst
worden vastgesteld dat u géén elementen kenbaar hebt gemaakt waaruit eventuele bijzondere
procedurele noden kunnen blijken, en dat het Commissariaat-generaal evenmin dergelijke noden in uw
hoofde heeft kunnen vaststellen.
Bijgevolg werden er u geen specifieke steunmaatregelen verleend, aangezien er in het kader van
onderhavige procedure redelijkerwijze kan worden aangenomen dat uw rechten gerespecteerd worden
en dat u in de gegeven omstandigheden kunt voldoen aan uw verplichtingen.
Vooreerst dient opgemerkt dat, zelfs al blijkt uit de beschikbare informatie dat de georganiseerde
misdaadgroepen actief in El Salvador een grote invloed kunnen uitoefenen op het sociale, economische
en politieke leven aldaar en dat deze bendes door sommige bronnen bestempeld worden als een de
facto autoriteit, dan nog pogen deze bendes eerder door middel van criminele activiteiten hun
economische en territoriale positie te behouden en stellen we vast dat de drijfveer van daden van
vervolging veeleer economisch is en geenszins politiek gemotiveerd (cf. COI Focus El Salvador:
Situation Sécuritaire van 15 juli 2019 (beschikbaar op https://www.cgra.be/sites/default/files/
rapporten/coi_focus_salvador_situation_securitaire_20190715.pdf). Bijgevolg is in verzoeken om
internationale bescherming waarbij georganiseerde misdaadbendes betrokken zijn, de reden van de
vervolging veelal niet politiek maar puur crimineel en economisch van aard en is er geen band met de
Conventie van Genève op basis van (toegeschreven) politieke overtuiging aanwezig. Dit is bijvoorbeeld
het geval in situaties van afpersing en vervolging omwille van financiële redenen.

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT