Arrêt Nº245730 de Conseil du Contentieux des Etrangers, 08/12/2020

Judgment Date08 décembre 2020
CourtIVe KAMER (Raad voor Vreemdelingengeschillen)
Judgement Number245730
Procedure TypePlein contentieux
RvV X - Pagina 1
nr.
245 730
van
8 december
2020
in de zaak RvV X / IV
In zake:
X
Gekozen woonplaats:
van advocaten D.
ANDRIEN
en J.
BRAUN
Mont Saint-Martin 22
4000 LIÈGE
tegen:
de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen
DE WND. VOORZITTER VAN DE IVE KAMER,
Gezien het verzoekschrift dat X, die verklaart van Palestijnse nationaliteit te zijn, op 24 april 2020 heeft
ingediend tegen de beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van
23 maart 2020.
Gelet op artikel 51/4 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het
verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
Gezien het administratief dossier.
Gelet op de beschikking van 14 oktober 2020 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op
25 november 2020.
Gehoord het verslag van rechter in vreemdelingenzaken A. DE SMET.
Gehoord de opmerkingen van de verzoekende partij en haar advocaat A. HENDRICKX loco advocaat D.
ANDRIEN en advocaat J. BRAUN en van attaché E. GUSSÉ, die verschijnt voor de verwerende partij.
WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST:
1. Over de gegevens van de zaak
1.1. Verzoekster, die verklaart van onbepaalde nationaliteit te zijn, is volgens haar verklaringen België
binnengekomen op 26 oktober 2018 en heeft op 12 november 2018 een verzoek om internationale
bescherming ingediend.
1.2. Nadat een vragenlijst werd ingevuld en ondertekend, werd het dossier van verzoekster op 4 januari
2019 door de Dienst Vreemdelingenzaken (hierna: DVZ) overgemaakt aan het Commissariaat-generaal
voor de vluchtelingen en de staatlozen (hierna: CGVS). Verzoeker werd door het CGVS gehoord op 25
maart 2019.
RvV X - Pagina 2
1.3. Op 23 maart 2020 nam de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen de
beslissing tot uitsluiting van de vluchtelingenstatus en weigering van de subsidiaire beschermingsstatus.
Deze beslissing werd op 1 april 2020 aangetekend naar verzoekster verzonden.
De bestreden beslissing luidt als volgt:
“A. Feitenrelaas
U verklaarde van Palestijnse origine te zijn en moslima te zijn. U bent geboren op (…)1996 in Khan
Younis. U en uw familie zijn geregistreerd bij UNRWA. U woonde tot 2008 in Rafah, vervolgens woonde
u in Khan Younis. Toen jullie huis daar vernield werd verhuisde u naar Maraj, waar u de laatste vier jaar
voor uw vertrek verbleef. Uw familie kreeg compensatie voor het vernielde huis en bouwde een nieuwe
woning. Uw vader werd in 2010 gearresteerd omwille van zijn activiteiten als wapenhandelaar. Hij werd
veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 jaar en verblijft nog steeds in de gevangenis. Omwille van
de slechte financiële situatie van uw familie kon u niet verder studeren na het middelbaar onderwijs,
maar u volgde wel korte opleidingen verpleegkunde en secretariaat. Enkele jaren geleden wou een
onbekende persoon u meenemen naar een verlaten plaats onder het mom van het aanbieden van hulp.
Die persoon wou u ontvoeren maar iemand kwam u te hulp en u slaagde erin weg te vluchten. U nam
één keer een overdosis medicatie maar uw moeder redde u. U bent twee keer bij een psychiater
geweest maar u bent niet psychisch ziek. In juli 2017 huwde u met B.K. J. Z. (CGVS 14/17697, O.V.
7.967.642), een in België erkende vluchteling van Palestijnse origine die u leerde kennen via het
internet.
U besloot de Gazastrook te verlaten omwille van de slechte economische toestand en het gebrek aan
veiligheid en vrijheid voor vrouwen. Op 1 augustus 2018 verliet u de Gazastrook. U reisde via Rafah
naar Egypte, daar verbleef u ruim twee maanden bij een vriendin van uw moeder. Op 8 oktober 2018
verliet u Egypte en reisde u per vliegtuig via Dubai en verschillende Zuid-Amerikaanse landen naar
Spanje, waar u zogezegd in transit was naar Egypte. U reisde legaal met uw paspoort. Na aankomst in
Spanje reisde u meteen per bus verder naar België, waar u op 26 oktober 2018 aank wam. U diende een
verzoek om internationale bescherming in op 12 november 2018. In geval van terugkeer vreest u
Hamas en de onveilige situatie voor vrouwen.
Ter ondersteuning van uw verzoek legde u de volgende originele documenten neer: uw identiteitskaart,
uw huwelijksakte en vertaling ervan, twee betalingsbewijzen van uw reis, een document van uw
middelbare school en een geheugenkaart met video’s van de algemene situatie in de Gazastrook en
foto’s van uw schoonvader. U legde tevens kopieën neer van uw paspoort, uw geboorteakte, twee
attesten van UNRWA, uw vaders identiteitskaart, uw vaders geboorteakte, twee documenten met
betrekking tot uw vaders gezondheidstoestand, een genadeaanvraag van uw vader, een document in
verband met een lening, de Belgische verblijfstitel van uw echtgenoot, een document in verband met de
vernieling van jullie woning in 2009 en een attest in verband met uw zwangerschap. Uw advocaat legde
na uw persoonlijk onderhoud een e-mail neer met verwijzing naar een arrest van de Raad voor
Vreemdelingenbetwistingen (RvV) waarin de subsidiaire beschermingsstatus werd toegekend aan een
onderdaan van de Gazastrook.
B. Motivering
Na grondige analyse van het geheel van de gegevens in uw administratief dossier, moet vooreerst
worden vastgesteld dat u géén elementen kenbaar hebt gemaakt waaruit eventuele bijzondere
procedurele noden kunnen blijken, en dat het Commissariaat-generaal evenmin dergelijke noden in uw
hoofde heeft kunnen vaststellen.
Bijgevolg werden er u geen specifieke steunmaatregelen verleend, aangezien er in het kader van
onderhavige procedure redelijkerwijze kan worden aangenomen dat uw rechten gerespecteerd worden
en dat u in de gegeven omstandigheden kunt voldoen aan uw verplichtingen.
Artikel 1D van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen, waarnaar artikel 55/2 van de
vreemdelingenwet refereert, bepaalt dat personen die bijstand of bescherming genieten van een orgaan
of instelling van de Verenigde Naties zoals het UNRWA, moeten worden uitgesloten van de
vluchtelingenstatus. Deze uitsluiting geldt niet wanneer de bijstand of bescherming van het UNRWA om
welke reden dan ook is opgehouden. In dat geval moet bescherming van rechtswege worden toegekend

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT