Arrêt Nº225879 de Conseil du Contentieux des Etrangers, 09/09/2019

CourtVIIIste KAMER (Raad voor Vreemdelingengeschillen)
Writing for the CourtRYCKASEYS M.
Judgment Date09 sept. 2019
Procedure TypeAnnulation
Judgement Number225879
RvV X - Pagina 1
nr. 225 879 van 9 september 2019
in de zaak RvV X / VIII
In zake:
X
Gekozen woonplaats:
ten kantore van advocaat M. WARLOP
J. Swartenbroucklaan 14
1090 BRUSSEL
tegen:
de Belgische staat, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie
en Administratieve Vereenvoudiging, thans de minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid, en van Asiel en Migratie.
DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIIste KAMER,
Gezien het verzoekschrift dat X, die verklaart van Iraakse nationaliteit te zijn, op 16 september 2016
heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging en de nietigverklaring te vorderen van de
beslissing van de gemachtigde van de staatssecretaris voor Asiel en Migratie en Administratieve
Vereenvoudiging van 22 augustus 2016 tot afgifte van een bevel om het grondgebied te verlaten -
asielzoeker.
Gezien titel I bis, hoofdstuk 2, afdeling IV, onderafdeling 2, van de wet van 15 december 1980
betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van
vreemdelingen.
Gezien de nota met opmerkingen en het administratief dossier.
Gelet op het arrest 208 499 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen van 30 augustus 2018.
Gelet op de beschikking van 29 juli 2019, waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 21 augustus 2019.
Gehoord het verslag van rechter in vreemdelingenzaken M. RYCKASEYS.
Gehoord de opmerkingen van advocaat P. MAERTENS, die loco advocaat M. WARLOP verschijnt voor
de verzoekende partij, en van attaché T. VERSCHUEREN verschijnt voor de verwerende partij.
WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST:
1. Nuttige feiten ter beoordeling van de zaak
De verzoekende partij verklaart de Iraakse nationaliteit te bezitten en geboren te zijn op X.
Op 22 augustus 2016 neemt de gemachtigde van de staatssecretaris de beslissing tot afgifte van een
bevel om het grondgebied te verlaten asielzoeker (bijlage 13quinquies). Dit is thans de bestreden
beslissing, waarvan de motivering luidt als volgt:
RvV X - Pagina 2
“In uitvoering van artikel 75, § 2 / artikel 81 en artikel 75, § 2 van het koninklijk besluit van 8 oktober
1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van
vreemdelingen, wordt aan mevrouw , die verklaart te heten,
naam : A. S. (…)
voornaam : L. F. A. (…)
geboortedatum : X
geboorteplaats : Bagdad
nationaliteit : Irak
het bevel gegeven om het grondgebied van België te verlaten, evenals het grondgebied van de staten
die het Schengenacquis ten volle toepassen, tenzij hij (zij) beschikt over de documenten die vereist zijn
om er zich naar toe te begeven.
REDEN VAN DE BESLISSING :
Op 29/07/2016 werd door de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen een
beslissing van weigering van inoverwegingname van de asielaanvraag genomen.
(1) Betrokkene bevindt zich in het geval van artikel 7, eerste lid, 1° van de wet van 15 december 1980
betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van
vreemdelingen : hij verblijft in het Rijk zonder houder te zijn van de bij artikel 2 van deze wet vereiste
documenten, inderdaad, betrokkene is niet in het bezit van een geldig paspoort met geldig visum.
Artikel 74/14 van de wet van 15 december 1980
§ 1. De beslissing tot verwijdering bepaalt een termijn van dertig dagen om het grondgebied te verlaten.
Voor de onderdaan van een derde land die overeenkomstig artikel 6 niet gemachtigd is om langer dan
drie maanden in het Rijk te verblijven, wordt een termijn van zeven tot dertig dagen toegekend.
De onderdaan van een derde land heeft niet binnen de toegekende termijn aan een eerdere beslissing
tot verwijdering gevolg gegeven, inderdaad, aangezien betrokkene al op 16/12/2015 een bevel om het
grondgebied te verlaten betekend kreeg, maar hieraan geen gevolg gaf, wordt de termijn van het
huidige bevel om het grondgebied te verlaten bepaald op 15 (vijftien) dagen.
In uitvoering van artikel 7, eerste lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het
grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, wordt aan de betrokkene
bevel gegeven het grondgebied te verlaten binnen 15 (vijftien) dagen.”
2. Onderzoek van het beroep
2.1. In een eerste middel voert de verzoekende partij de schending aan van artikel 75 van het koninklijk
besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de
verwijdering van vreemdelingen (hierna: het vreemdelingenbesluit), van de artikelen 1,6; 7, 39/2, 52/3
van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging
en de verwijdering van vreemdelingen (hierna verkort de vree mdelingenwet), van de artikelen 5, 7 en
13.1 van de Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008
over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van
derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (hierna verkort de Terugkeerrichtlijn), van artikel
46.5 van de Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende
de gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en de intrekking van internationale bescherming
(hierna: de Procedurerichtlijn), van artikel 47 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese
Unie (hierna: het Handvest), van artikel 46, lid 5 van de richtlijn 2013/32 van het Europees Parlement en
de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en de
intrekking van internationale bescherming (hierna: Procedurerichtlijn), van het gelijkheidsbeginsel, van
de materiële motiveringsplicht en van de zorgvuldigheidsplicht. Tevens voert de verzoekende partij aan
dat er sprake is van machtsmisbruik.
2.1.1. De verzoekende partij licht haar middel als volgt toe:
4.1.1.

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI