Arrêt Nº206591 de Conseil du Contentieux des Etrangers, 06/07/2018

CourtIVde KAMER (Raad voor Vreemdelingengeschillen)
Writing for the CourtDIGNEF C.
Judgment Date06 juillet 2018
Procedure TypeAnnulation
Judgement Number206591
RvV X - Pagina 1
nr. 206 591 van 6 juli 2018
in de zaak RvV X / IV
In zake:
X
Gekozen woonplaats:
ten kantore van advocaat K. VERSTREPEN
Rotterdamstraat 53
2060 ANTWERPEN
tegen:
de Belgische staat, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie
en Administratieve Vereenvoudiging.
DE VOORZITTER VAN DE IVde KAMER,
Gezien het verzoekschrift dat X en X, die verklaren van Turkse nationaliteit te zijn, in eigen naam en in n
aam van hun minderjarige kinderen X, X en X, op 2 juli 2018 hebben ingediend bij faxpost om bij uiterst
dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissingen tot
weigering van binnenkomst met terugdrijving of terugleiding naar de grens van 27 juni 2018.
Gezien titel Ibis, hoofdstuk 2, afdeling IV, onderafdeling 2, van de wet van 15 december 1980
betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van
vreemdelingen.
Gelet op artikel 39/82 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied,
het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
Gelet op titel II, hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 21 december 2006 houdende de rechtspleging
voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
Gezien de nota met opmerkingen en het administratief dossier.
Gelet op de beschikking van 2 juli 2018, waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 3 juli 2018.
Gehoord het verslag van kamervoorzitter C. DIGNEF.
Gehoord de opmerkingen van advocaat B. D’HONDT, die loco advocaat K. VERSTREPEN verschijnt
voor de verzoekende partij en van advocaat M. DUBOIS, die loco advocaat E. MATTERNE verschijnt
voor de verwerende partij.
WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST:
1. Nuttige feiten
RvV X - Pagina 2
Verzoekers kwamen op 7 mei 2018 aan op de luchthaven van Brussel Nationaal. Zij waren op doorreis
naar Boedapest, Hongarije en in het bezit van geldig een Turks paspoort voorzien van een Hongaars
visum, type C voor toeristische doeleinden, geldig van 05.05.2018 tot 31.05.2018.
Zij dienden op de luchthaven een asielaanvraag in.
Op 27 juni 2018 nam de verwerende partij de beslissingen tot weigering van binnenkomst met
terugdrijving of terugleiding tot aan de grens (bijlage 25 quater). Dit zijn de bestreden beslissingen die
luiden als volgt:
BESLISSING TOT WEIGERING VAN BINNENKOMST
MET TERUGDRIJVING OF TERUGLEIDING TOT AAN DE GRENS
In uitvoering van artikel 71/3, § 2, van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang
tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen,
Wordt aan de heer
Naam: K.(…)
Voornaam: H.(…)
Geboortedatum: (…)
Geboorteplaats: (…)
nationaliteit: Turkije
die een asielaanvraag ingediend heeft, de binnenkomst in het Rijk geweigerd.
REDEN VAN DE BESLISSING :
België is niet verantwoordelijk voor de behandeling van de asielaanvraag die aan Hongarije1 toekomt,
met toepassing van artikel 51/5 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het
grondgebied,het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en artikel 12 II van
Verordening (EG) nr 604/2013 van de Raad van 26 juni 2013.
Overwegende dat de betrokkene, (…) , van Turkse nati onaliteit, op 07.05.2018 op de luchthaven van
Zaventem de toegang tot het Belgische grondgebied werd geweigerd, gezien betrokkene niet voldeed
aan de in art.3, eerste lid, 3° van de Vreemdelingenwet bedoelde binnenkomstvoorwaarden;
Overwegende dat betrokkene op doorreis was naar Boedpast, Hongarije, in het bezit was van een Turks
paspoort nr U05290178, geldig van 07.09.2012 tot 06.09.2022 voorzien van een Hongaars visum, type
C voor toeristische doeleinden, afgegeven op 27.04.2018 door het Consulaat Generaal van Hongarije te
Subotica, Servië, geldig van 05.05.2018 tot 31.05.2018;
Overwegende dat betrokkene op 07.05.2018 een verzoek tot internationale bescherming indiende;
Overwegende dat in het kader van Art 12, lid 2 of 3 (geldig visum) van de Verordening (EU) nr 604/2013
een overname werd gevraagd aan Hongarije op 24.05.2018. Deze werd op 20.06.2018 met instemming
beantwoord.
Met betrekking tot de overdracht naar Hongarije en de verantwoordelijkheid van Hongarije voor de
behandeling van betrokkene zijn asielaanvraag dient te worden benadrukt dat Hongarije een volwaardig
lid is van de Europese Unie en door dezelfde internationale verdragen als België is gebonden zodat er
geen enkele reden bestaat om aan te nemen dat betrokkene voor de behandeling van zijn
asielaanvraag minder waarborgen in Hongarije dan in België zou genieten. Hongarije heeft eveneens de
Vluchtelingenconventie van Genève dd 28.07.1951 ondertekend en neemt net als België een beslissing
over een asielaanvraag op basis van deze Vluchtelingenconventie en beslist op eenzelfde objectieve
manier over de aangebrachte gegevens in een asielverzoek. De asielaanvraag van de betrokkene zal
door de Hongaarse autoriteiten worden behandeld volgens de standaarden die voortvloeien uit het
gemeenschapsrecht en die ook gelden in de andere Europese lidstaten. Er is dan ook geen enkele
aanleiding om aan te nemen dat de Hongaarse autoriteiten de minimumnormen inzake de
asielprocedure en inzake de erkenning als vluchteling of als persoon die internationale bescherming
behoeft, zoals die zijn vastgelegd in de Europese richtlijnen 2004/83/EG en 2005/85/EG, niet zouden
respecteren.
Betrokkene moet dus kunnen aantonen dat hij ernstige redenen heeft om te vermoeden dat hij in
Hongarije een reëel risico loopt om te worden blootgesteld aan een behandeling die strijdig is met art. 3
van de EVRM.
Betrokkene toont evenmin op geen enkel moment aan op welke wijze de situatie in Hongarije er toe zal
leiden dat hij gerepatrieerd zal worden naar het land waarvan hij verklaarde het staatsburgerschap te
bezitten of naar het land waar hij zijn gewoonlijk verblijf heeft en maakt evenmin aannemelijk dat er een
reden is om aan te nemen dat er een risico bestaat dat de Hongaarse autoriteiten hem zouden
repatriëren naar het land waarvan hij verklaarde het staatsburgerschap te bezitten of naar
het land waar hij zijn gewoonlijk verblijf heeft vooraleer is vastgesteld of hij al dan niet bescherming
behoeft.

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT