Arrêt Nº 147/2020. Cour constitutionnelle (Cour d'Arbitrage), 2020-11-19

CourtGrondwettelijk Hof (Arbitragehof)
Docket NumberF-20201119-1
Judgement Number147/2020
Rolnummer 6983
Arrest nr. 147/2020
van 19 november 2020
A R R E S T
__________
In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 2 tot 5 van de wet van 21 december
2017 « tot wijziging van diverse bepalingen met het oog op de invoering van een
beveiligingsperiode en tot wijziging van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige
hechtenis voor wat de onmiddellijke aanhouding betreft », ingesteld door de vzw « Ligue des
Droits de l’Homme » en de vzw « Syndicat des Avocats pour la Démocratie ».
Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en L. Lavrysen, en de rechters J.-P. Moerman,
T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, T. Giet, R. Leysen, J. Moerman, M. Pâques en Y. Kherbache,
bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter F. Daoût,
wijst na beraad het volgende arrest :
*
* *
2
I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging
Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 10 juli 2018 ter post aangetekende
brief en ter griffie is ingekomen op 12 juli 2018, is beroep tot vernietiging ingesteld van de
artikelen 2 tot 5 van de wet van 21 december 2017 « tot wijziging van diverse bepalingen met
het oog op de invoering van een beveiligingsperiode en tot wijziging van de wet van 20 juli
1990 betreffende de voorlopige hechtenis voor wat de onmiddellijke aanhouding betreft »
(bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 11 januari 2018 met erratum in het Belgisch
Staatsblad van 28 juli 2018) door de vzw « Ligue des Droits de l’Homme », bijgestaan en
vertegenwoordigd door Mr. D. Ribant, advocaat bij de balie te Brussel, en de vzw « Syndicat
des Avocats pour la Démocratie », bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. N. Cohen,
advocaat bij de balie te Brussel.
De Ministerraad, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. B. Renson, advocaat bij de
balie te Brussel, heeft een memorie ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie
van antwoord ingediend.
Bij beschikking van 23 september 2020 heeft het Hof, na de rechters-verslaggevers
M. Pâques en Y. Kherbache te hebben gehoord, beslist dat de zaak in staat van wijzen is, dat
geen terechtzitting zal worden gehouden, tenzij een partij binnen zeven dagen na ontvangst van
de kennisgeving van die beschikking een verzoek heeft ingediend om te worden gehoord, en
dat, behoudens zulk een verzoek, de debatten zullen worden gesloten op 7 oktober 2020 en de
zaak in beraad zal worden genomen.
Aangezien geen enkel verzoek tot terechtzitting werd ingediend, is de zaak op 7 oktober
2020 in beraad genomen.
De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof met
betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast.
II. In rechte
- A -
Ten aanzien van de ontvankelijkheid
A.1.1. De verzoekende partijen zijn twee vzw’s waarvan het statutair doel, wat de eerste betreft, bestaat in
het bevorderen van de rechten en vrijheden en in het bestrijden van elke willekeurige aantasting van de rechten
van een individu of een gemeenschap en, wat de tweede betreft, in het bevorderen van de rechten van verdediging
en in de toegang tot het recht en tot een democratische, moderne en menselijke j ustitie. Zij zijn beide van mening
belang te hebben bij het vorderen van de vernietiging van de door hen bestreden bepalinge n.
A.1.2. De Ministerraad gedraagt zich naar de wijsheid van het Hof wat de ontvankelijkheid ratione personae
van het beroep tot vernietiging betreft.

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI