Décision judiciaire de Raad van State, 30 juin 2022

Date de Résolution30 juin 2022
JuridictionSchorsing
Nature Arrest

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER A R R E S T nr. 254.165 van 30 juni 2022 in de zaak A. 235.755/VII-41.313 In zake: de BV QUIRYNEN ENERGY FARMING bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ilse Cuypers kantoor houdend te 2600 Antwerpen Posthofbrug 6, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Willem Slosse en Stijn Brusselmans kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 64, bus 201 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 18 februari 2022, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van “het besluit van de Vlaamse Minister voor Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme van 14 december 2021 tot intrekking van het Ministerieel Besluit van 18 juni 2021 en houdende uitspraak over het administratief beroep, aangetekend tegen het besluit houdende bestuurlijke maatregelen van 9 maart 2021 van Omgevingsinspectie Antwerpen, en houdende de bevestiging van de bestuurlijke maatregelen met als toevoeging de verplichting om de aanwezige eindproducten, afvalstoffen en de inhoud van de vergisters af te voeren en te laten verwerken als een afvalstof die is gecontamineerd met categorie 1-materiaal en niet voldoet aan de samenstellingsvoorwaarden van bijlage 2.3.1 van Vlarema tegen 1 september 2022”. VII-41.313-1/14

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft op 11 mei 2022 een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 9 juni 2022. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Ilse Cuypers, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Stijn Brusselmans, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. Het bedrijf van de verzoekende partij maakt het voorwerp uit van een strafrechtelijk onderzoek naar mestfraude. Het persbericht dat het openbaar ministerie omtrent dit onderzoek heeft gepubliceerd op 11 februari 2021 luidt: “In beide onderzoeken zijn tot nu aanwijzingen gevonden van grootschalige fraude met mest, onder meer door het uitvoeren van grote aantallen niet-geregistreerde mesttransporten en het manipuleren van analyseresultaten van staalnames van mest. […]Uit de aard van de vermoede misdrijven volgt dat er mogelijk risico’s kunnen bestaan voor het milieu of de volksgezondheid. Daarom werden VII-41.313-2/14

ook de bevoegde bestuurlijke overheden ingelicht, zodat zij eventueel de nodige maatregelen zouden kunnen treffen. Het verdere onderzoek, onder andere door aangestelde deskundigen, zal moeten uitwijzen of deze risico’s zich ook werkelijk hebben voorgedaan.

De feiten zijn op dit moment gekwalificeerd als criminele organisatie, valsheid in geschriften, oplichting, inbreuken op het mestdecreet, op het omgevingsvergunningsdecreet, op het decreet algemene bepalingen milieubeleid en op het materialendecreet, inbreuken op de Europese Verordening inzake overbrenging van afvalstoffen en inbreuken op de Europese Verordening inzake dierlijke bijproducten”. 3.2. Op 15 februari 2021 verbiedt de Vlaamse Landmaatschappij alle transporten van dierlijke mest of andere meststoffen van of naar de betrokken inrichting, met inbegrip van de bedrijfsinterne transporten. Van dit verbod kan enkel worden afgeweken “na voorafgaande en schriftelijke toestemming van de Mestbank en indien [het transport] geen inbreuk vormt tegen andere [aan het bedrijf opgelegde] maatregelen”. 3.3. Met toepassing van artikel 16.7.1 van het decreet van 5 april 1995 ‘houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid’ (hierna: DABM), legt de Omgevingsinspectie vervolgens op 17 februari 2021 een aantal veiligheidsmaatregelen op: “- Wij bevelen u om de aanvoer van afvalstoffen, meststoffen, energiegewassen en andere toevoegstoffen voor de vergistingsinstallatie meteen stop te zetten. - Wij bevelen u om de eindproducten, de afvalstoffen en de inhoud van de vergisters af te voeren en te laten verwerken als een afvalstof [die] is gecontamineerd met categorie l-materiaal en niet voldoet aan de samenstellingsvoorwaarden van bijlage 2.3.1 van VLAREMA. Alle afvoer dient te worden gestaafd aan de hand van de nodige afvoer- en verwerkingsattesten. De verwerker van de afvalstoffen dient te zijn geregistreerd en vergund voor de verwerking van dergelijke afvalstoffen. De afvoer van elke vracht dient minstens 5 dagen op voorhand te worden gemeld aan de afdeling Handhaving met aangifte van het tijdstip van transport en de ontvanger. - Een overzicht van de aanwezige producten met hun hoeveelheden op 11/2/2021 wordt ten laatste voor 20/2/2021 aan de afdeling Handhaving bezorgd”. De opgelegde veiligheidsmaatregelen kunnen worden opgeheven op voorwaarde dat: VII-41.313-3/14

“- De afvalstoffen, de eindproducten en de inhoud van de vergisters zijn afgevoerd als een afvalstof die niet voldoet aan de samenstellingscriteria van bijlage 2.3.1 van VLAREMA die is gecontamineerd met categorie l-materiaal. De afvoer naar- en verwerking van al deze afvalstoffen door een vergunde en geregistreerde inrichting kan worden gestaafd aan de hand van de nodige afvoerbewijzen. Elke afgevoerde vracht werd 5 dagen op voorhand gemeld aan de afdeling handhaving. - Men dient de afdeling handhaving in te lichten indien de...

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT