Décision judiciaire de Raad van State, 9 mars 2021

Date de Résolution 9 mars 2021
JuridictionNietigverklaring
Nature Arrest

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VIIe KAMER

A R R E S T

nr. 250.025 van 9 maart 2021 in de zaak A. 225.109/VII-40.261

In zake : de VZW NATUURPUNT BEHEER, VERENIGING VOOR

NATUURBEHEER EN LANDSCHAPSZORG IN VLAANDEREN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter De Smedt kantoor houdend te 9000 Gent

Kasteellaan 141 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Matthias Strubbe

tegen :

de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN

Tussenkomende partij:

de BVBA QUIRYNEN AGRI FARMING bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Surmont kantoor houdend te 2300 Turnhout Collegestraat 11 bij wie woonplaats wordt gekozen

--------------------------------------------------------------------------------------------------

I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 3 mei 2018, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 18 januari 2018 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Turnhout van 24 augustus 2017, houdende weigering van de milieuvergunning aan de bvba Quirynen Agri Farming voor het exploiteren van een grondwaterwinning, gelegen aan de Roodhuisstraat te Turnhout, gegrond wordt verklaard, de beroepen beslissing wordt opgeheven en de gevraagde vergunning wordt verleend.

    VII-40.261-1/33

    II. Verloop van de rechtspleging

  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

    De bvba Quirynen Agri Farming heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 3 juli 2018. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend.

    Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een verslag opgesteld.

    De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend.

    De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 januari 2021.

    Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht.

    Advocaat Karolien Beké, die loco advocaten Peter De Smedt en Matthias Strubbe verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Niels Vansimpsen, die loco advocaat Jan Surmont verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.

    Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

    Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

    VII-40.261-2/33

    III. Feiten

  3. De aanvraag heeft betrekking op een perceel aan de Roodhuisstraat te Turnhout.

    Het perceel is volgens het bij koninklijk besluit van 30 september 1977 vastgestelde gewestplan Turnhout gelegen in agrarisch gebied met ecologisch belang.

    Het maakt deel uit van het habitatrichtlijngebied “BE2100024 - Vennen, heiden en moerassen rond Turnhout” en het vogelrichtlijngebied “BE2101538 - Arendonk, Ravels, Merksplas, Oud-Turnhout en Turnhout”.

  4. Nadat, volgens de verzoekende partij, tussenkomende partij zandwegen met relicten van duingrasland heeft omgezet naar akkerland voor de maïsteelt, met bijhorende grondwaterwinning, dient laatstgenoemde een aanvraag in ter regularisatie van deze vergunningsplichtige activiteiten. Het college weigert op 4 augustus 2016 de vergunning te verlenen omwille van een ontbrekende passende beoordeling.

  5. Op 4 mei 2017 dient de tussenkomende partij een nieuwe vergunningsaanvraag in voor een grondwaterwinning voor de beregening van maïs met een maximaal debiet van 720 m³/dag en 17.500 m³/jaar.

  6. Tijdens het openbaar onderzoek van 24 mei 2017 tot en met 22 juni 2017, dient de verzoekende partij samen met “Natuurpunt Turnhoutse Kempen” een bezwaar in waarin op de aanwezigheid van een aantal habitattypes wordt gewezen in de omgeving van het betrokken terrein en op de negatieve gevolgen van het aangevraagde project voor deze habitattypes.

  7. Op 22 juni 2017 brengt het Agentschap voor Natuur en Bos (hierna: ANB) een ongunstig advies uit, waarin, samengevat, wordt gesteld dat de gemaakte passende beoordeling onvolledig is en de uitgevoerde

    VII-40.261-3/33

    grondwatermodellering dient te worden aangepast en rekening dient te worden gehouden met opmerkingen van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek.

  8. Op 24 augustus 2017 weigert het college de milieuvergunning te verlenen op basis van dit negatief advies.

  9. Op 21 september 2017 dient de tussenkomende partij een beroep in bij de verwerende partij tegen de beslissing van het college.

  10. In graad van beroep worden volgende adviezen ingewonnen: - afdeling Gebiedsontwikkeling, Omgevingsplanning en -projecten - Milieu (20 november 2017?): voorwaardelijk gunstig advies, waarbij tevens wordt verwezen naar de bijzondere voorwaarden, geformuleerd door ANB; - de Vlaamse Milieumaatschappij (hierna VMM) - dienst Grondwater en Lokaal Waterbeheer - afdeling Operationeel Grondwaterbeheer (28 november 2017): bevestiging oorspronkelijk voorwaardelijk gunstig advies, waarbij expliciet naar het advies van ANB wordt verwezen, dat de passende beoordeling gunstig dient te adviseren.

  11. Op 19 december 2017 wordt de exploitant door de Provinciale Milieuverguningscommissie (hierna: PMVC) gehoord, waarna een gunstig advies wordt verstrekt. De milieutechnische evaluatie in het advies luidt:

    “4. Milieutechnische evaluatie - De AMV verleent een gunstig advies. De AMV is van oordeel dat het beroep als gegrond kan worden beschouwd en de vergunning kan worden verleend omdat: • de exploitant in graad van beroep alle noodzakelijk geachte stukken heeft bezorgd; • het INBO deze stukken heeft ingekeken en meent dat de aanvraag nu wel gunstig kan worden beoordeeld; • de AOW de aanvraag reeds eerder gunstig had beoordeeld. - De AOW bevestigde haar oorspronkelijk, voorwaardelijke gunstige advies. Dit houdt in dat de AOW een gunstig advies verleent op voorwaarde dat de passende beoordeling gunstig geadviseerd wordt door het ANB. - Het ANB meldde per mail van 30 november 2017 dat de nieuwe grondwatermodellering de gevraagde informatie bevat, maar dat zij zich wel vragen stelde bij een conclusie die getrokken wordt: Ter hoogte van de

    VII-40.261-4/33

    bespreking van scenario 4 wordt gesteld dat na 7 dagen pompen, meer dan 5 cm, maar minder dan 10 cm grondwaterverlaging te verwachten valt voor de dichtstbijzijnde droogtegevoelige vegetatie. Meer dan 5 cm, er wordt dus een negatief effect verwacht. Er wordt vervolgens gesteld dat er volledig herstel optreedt na 7 dagen niet pompen.

    Verder merkt het ANB op dat onderstaande conclusie wordt genomen, die niet correct is: „Indien er gedurende een intensieve irrigatieperiode aan 350 m³/dag wordt onttrokken (ook voor onttrekkingsputten in de buurt), zal de daling van het grondwater lager blijven dan 5 cm in droogtegevoelige gebieden, op voorwaarde dat niet langer dan 7 dagen wordt onttrokken, waarna een rustperiode dient te volgen van tenminste 7 dagen (scenario 4).‟

    Na 7 dagen pompen wordt er echter wel een daling van meer dan 5 cm verwacht op de droogte gevoelige vegetatie, wat ook vermeldt staat in het dossier. De conclusie die getrokken wordt, dient herbekeken te worden. Het ANB meent dat er eveneens een nieuwe/aangepaste passende beoordeling dient opgemaakt te worden waarin de nu relevante scenario‟s - deze besproken in het nieuwe grondwatermodel - worden opgenomen. Na het ontvangen van deze passende beoordeling kan het ANB overgaan tot de opmaak van een formeel advies. • De vertegenwoordiger van de exploitant verduidelijkt ter zitting dat in scenario 4 na 7 dagen pompen de grondwaterverlaging net meer dan 5 cm zal bedragen voor de dichtstbijzijnde droogtegevoelige vegetatie. De exploitant stelt daarom voor om het aantal dagen dat er grondwater wordt onttrokken te wijzigen van 7 naar 6, met een herstelperiode van 7 dagen. Op die manier kan de grondwatertafel zich voldoende herstellen. Er wordt ook opgemerkt dat scenario 4 weinig zal voorkomen. - De PMVC volgt het gunstige advies van de AMV alsook het gunstige advies van de AOW betreffende het beheer van de grondwatervoorraad. Om tegemoet te komen aan bovenstaande opmerking uit het advies van het ANB stelt de PMVC voor om een bijkomende bijzondere voorwaarde op te leggen”.

  12. Naar aanleiding van een schrijven van de dienst Omgevingsvergunningen van de provincie Antwerpen, concludeert het ANB op 22 december 2017:

    “Het Agentschap voor Natuur en Bos beschikt op basis van voorliggend dossier over onvoldoende informatie zodat een betekenisvolle aantasting van de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszone niet met zekerheid kan uitgesloten worden. Gelet op het voorzorgsbeginsel en artikel 36ter, §4 van het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997 kan de vergunning niet verleend worden”.

    VII-40.261-5/33

    13. Op 18 januari 2018 besluit de deputatie om het beroep in te willigen en de gevraagde vergunning te verlenen. Dit is de bestreden beslissing, die volgende overwegingen vermeldt:

    “Gelet op de ligging van de inrichting in een agrarisch gebied met ecologisch belang van het gewestplan Turnhout;

    Overwegende dat gesteld kan worden dat de exploitatie van de inrichting, die het voorwerp van de voormelde milieuvergunningsaanvraag uitmaakt, verenigbaar is met voormelde ruimtelijke en stedenbouwkundige voorschriften;

    Overwegende dat de adviezen van de AGOP-M, de AOW en de PMVC, zoals hierboven weergegeven, in aanmerking worden genomen; dat mits naleving van de door de PMVC voorgestelde voorwaarden, tegemoet wordt gekomen aan de opmerking van het ANB over de passende beoordeling; Overwegende dat voor de evaluatie van de elementen aangebracht door de beroeper, gehoord door de PMVC, verwezen wordt naar het advies van de PMVC, zoals hierboven weergegeven;

    Overwegende dat voor de toetsing van de aanvraag aan de kenmerken van het...

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI