Vonnis van Raad van State, March 10, 2021

Datum uitspraak:2021/03/10
Jurisdictie:Nietigverklaring
Nature:Arrest
SAMENVATTING

In zijn arrest nr. 243.597 van 5 februari 2019 heeft de RvS de BB geschorst na een middelonderdeel ernstig te hebben bevonden. Geoordeeld werd dat de in artikel 13, § 2, tweede lid, van het KB van 21 november 2007 \u0091tot vaststelling van de werking van sommige instanties binnen Defensie en van de verschijningsprocedure voor deze instanties\u0027 geregelde specifieke procedure miskend is,... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE IXe KAMER

A R R E S T

nr. 250.054 van 10 maart 2021 in de zaak A. 225.632/IX-9413

In zake: Frank POLAVDER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carine Flamend kantoor houdend te 1930 Zaventem Leuvensesteenweg 510 bus 32 bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Defensie

--------------------------------------------------------------------------------------------------

I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 5 juli 2018, strekt tot de nietigverkla-ring van ministerieel besluit nr. 95.208 van 14 juni 2018 waarbij Frank Polavder van ambtswege uit zijn ambt wordt ontzet en met definitief verlof wordt geplaatst.

    II. Verloop van de rechtspleging

  2. Bij arrest nr. 243.597 van 5 februari 2019 is de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing bevolen.

    Het genoemde arrest is op 11 februari 2019 aan de verwerende partij ter kennis gebracht.

    Op 2 april 2019 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/2, § 1, van het besluit van

    IX-9413-1/4

    de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.

    Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord.

    Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

    III. Beoordeling

  3. Gelet op artikel 17, § 6, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 11/2, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ kan de beslissing waarvan de schorsing gevorderd wordt volgens een versnelde rechtspleging nietig worden verklaard indien de verwerende partij of degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen te rekenen van de kennisgeving van het arrest waarbij de schorsing bevolen wordt.

    De verwerende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.

  4. In zijn arrest nr. 243.597 van 5 februari 2019 heeft de Raad van State de bestreden beslissing geschorst na een onderdeel van het eerste...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT