Vonnis van Raad van State, 1 juli 2020

Datum uitspraak: 1 juli 2020
Jurisdictie:Nietigverklaring
Nature:Arrest
SAMENVATTING

De verzoekende partij maakt geen schending van het beginsel van de vrijheid van ondernemen, verwoord in art. II.3 WER, aannemelijk. Dit beginsel kent beperkingen, zoals mag blijken uit het bepaalde in art. II.4 WER. De regelgeving inzake ruimtelijke ordening kan geacht worden te behoren tot die regelgeving die bij de uitoefening van de vrijheid van ondernemen in acht moet genomen worden. De... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

De kritiek van de verzoekende partij op de overwegingen onder het criterium I "Ruimtelijke ligging van de handelsvestiging" van het bestreden besluit, betreft kritiek op een overtollig motief en kan niet tot vernietiging...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT