Vonnis van Raad van State, 17 juni 2020

Datum uitspraak:17 juni 2020
Jurisdictie:Nietigverklaring
Nature:Arrest
SAMENVATTING

Uit de artt. 2 en 3 van de motiveringswet volgt dat het bestreden besluit de motieven moet vermelden op grond waarvan de vergunningverlenende overheid van oordeel is dat een opvangcentrum voor dieren verenigbaar is met de bestemming van landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Deze motiveringsplicht geldt des te meer nu de verzoekende partijen in hun beroepschriften tegen de in eerste aanleg... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

Het enkele feit dat het gaat om dieren die "gehouden" en "verzorgd" worden in "aangepaste huisvesting\

Een afzonderlijk vergunde inrichting kan niet de kwalificatie 'para-agrarisch' verkrijgen door een beweerde operationele samenhang met een andere milieuvergunningsplichtige inrichting die een vergunning heeft verkregen voor andere activiteiten.

De mogelijkheid om een vergunning te verlenen op grond van art. 5.6.7, § 1, VCRO vereist onder meer dat "de goede ruimtelijke ordening [niet] wordt [\u0085] geschaad, hetgeen in het bijzonder betekent dat de ruimtelijke draagkracht van het gebied...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT