Vonnis van Raad van State, 29 oktober 2019

Datum uitspraak:29 oktober 2019
Jurisdictie:Nietigverklaring
Nature:Arrest
SAMENVATTING

De sectorale milieuvoorwaarden van Vlarem II verplichten de inrichtingen van rubriek 28.3 van de indelingslijst om een luchtbehandelingsinstallatie te gebruiken om ammoniakemissie en hinder te voorkomen. Dit maakt een essentieel onderdeel uit van de vergunningsaanvraag. Te dezen werd een alternatieve methode voor de luchtbehandeling aangevraagd en vergund. In de loop van de procedure in beroep... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VIIe KAMER

A R R E S T

nr. 245.958 van 29 oktober 2019 in de zaak A. 219.781/VII-39.726

In zake : Kristof CALLEWAERT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bram Vandromme kantoor houdend te 8500 Kortrijk Kapucijnenstraat 14 bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jan Bergé en Kristien Vanderheiden kantoor houdend te 3000 Leuven Diestsevest 47, bus 001 bij wie woonplaats wordt gekozen

-------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 19 juli 2016, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 13 mei 2016 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen van 14 juli 2011, houdende het verlenen van een milieuvergunning aan Noël Goetry voor het wijzigen van een varkens- en rundveefokkerij, gelegen aan de Tieltstraat 18 te Markegem (Dentergem), gedeeltelijk gegrond wordt verklaard en de beroepen beslissing wordt gewijzigd.

    VII-39.726-1/11

    II. Verloop van de rechtspleging

  2. Bij arrest nr. 240.841 van 1 maart 2018 heropent de Raad van State het debat en wordt het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat belast met een aanvullend onderzoek.

    Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een aanvullend verslag opgesteld.

    De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. Verzoeker heeft een laatste memorie ingediend.

    De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 oktober 2019.

    Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht.

    Advocaat Elias Gits, die loco advocaat Bram Vandromme verschijnt voor verzoeker, en advocaat Jutte Nijs, die loco advocaten Jan Bergé en Kristien Vanderheiden verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

    Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

    Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

    VII-39.726-2/11

    III. Feiten

  3. Wat de feitelijke gegevens van de zaak betreft, kan worden verwezen naar het arrest van de Raad van State nr. 233.121 van 3 december 2015, waarbij een vorige milieuvergunnng werd vernietigd, en naar arrest nr. 240.841 van 1 maart 2018, waarbij het eerste middel in de voorliggende zaak ongegrond werd bevonden en het debat wordt heropend.

    De bestreden beslissing schrapt de vergunningsvoorwaarden waaruit volgens dit arrest bleek dat de verwerende partij op het ogenblik van het verlenen van de bestreden milieuvergunning niet kon beschikken over concrete en afdoende garanties om de hinder binnen de perken van het aanvaardbare te houden. Dit wordt als volgt gemotiveerd:

    “Overwegende dat de lokalen waar de opslag, scheiding en droging plaatsvindt in onderdruk staan; dat de lucht wordt afgezogen en volgens het aanvraagdossier wordt behandeld in een tweetrapswasser voorafgegaan door een watergordijn waardoor er een natte wassing (ontstoffing) plaatsvindt; dat de tweetrapswasser bestaat uit een zure wassing waarbij de lucht wordt ontdaan van ammoniak, andere basische componenten en stof, en een basische trap waarbij de lucht wordt ontdaan van zure geurcomponenten en stof;

    Overwegende dat de exploitant een wijziging van de sectorale voorwaarden vraagt conform de bepalingen van artikel 5.28.3.4.1, §1, 4°, van titel II van het VLAREM dat stelt dat de afgezogen ventilatielucht moet behandeld worden door middel van filtratie over een biobed en zure wassers; dat elke alternatieve methode met een gelijkwaardig of beter rendement om ammoniakemissie en hinder te voorkomen in de milieuvergunning kan worden toegelaten; dat er geen biobed wordt voorzien, maar een tweetrapswasser met een zure trap en basische trap, voorafgegaan door een ontstoffing;

    Overwegende dat op 19 april 2013 een nota, opgemaakt door een erkende deskundige lucht, deeldomein geur, werd aangeleverd; dat uit de nota...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT