Décision judiciaire de Raad van State, 27 février 2019

Date de Résolution27 février 2019
JuridictionSchorsing
Nature Arrest

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER

A R R E S T

nr. 243.816 van 27 februari 2019 in de zaak A. 226.568 /XIV-37.867

In zake: Bart MANDONX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pascal Lahousse kantoor houdend te 2800 Mechelen Leopoldstraat 64 bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken en Veiligheid die woonplaats kiest bij de Federale Politie DGR/JUR gevestigd te 1050 Brussel Kroonlaan 145A -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 2 november 2018, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de Commissie van beroep voor geschiktheid van het personeel van de politiediensten (hierna: de CBGPP) van 17 september 2018 waarbij de beslissing van de Commissie voor de geschiktheid van het personeel van de politiediensten (hierna: de CGPP) van 8 mei 2018, dat de aandoening waaraan verzoeker lijdt niet als een ernstige ziekte wordt erkend, wordt bevestigd.

    XIV-37.867- 1/9

    II. Verloop van de rechtspleging

  2. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend.

    Eerste auditeur Geert De Bleeckere heeft een verslag opgesteld.

    De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 30 januari 2019.

    Staatsraad Kaat Leus heeft verslag uitgebracht.

    Advocaat Elke Goossens, die loco advocaat Pascal Lahousse verschijnt voor verzoeker en adviseur Jana Mouton die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

    Eerste auditeur Geert De Bleeckere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

    Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

    III. Feiten

    3.1. Verzoeker is inspecteur van politie bij de politiezone Balen-Dessel-Mol.

    3.2. Op 9 november 2009 is hij het slachtoffer geworden van een arbeidsongeval waarbij hij een letsel van acute psychische decompensatie heeft opgelopen. De politiezone Balen-Dessel-Mol weigerde dit voorval als een arbeidsongeval te erkennen. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingediend bij de

    XIV-37.867- 2/9

    arbeidsrechtbank die op 22 oktober 2013 besliste dat het wel degelijk een arbeidsongeval betrof en stelde een geneesheer-deskundige aan. Tegen dit vonnis heeft de politiezone beroep ingesteld bij het Arbeidshof, dat het vonnis op 8 december 2014 heeft bevestigd. Dientengevolge werd de zaak teruggestuurd naar de arbeidsrechtbank met het oog op het vaststellen van de consolidatiedatum van de arbeidsongeschiktheid. Bij vonnis van 24 oktober 2017 heeft de arbeidsrechtbank de consolidatiedatum vastgesteld op 31 mei 2010 zonder blijvende arbeidsongeschiktheid. Tegen deze beslissing heeft verzoeker een beroep ingediend bij het Arbeidshof. De behandeling ter zitting werd vastgesteld op 10 december 2018.

    3.3. Verzoeker was wegens ziekte in disponibiliteit vanaf 3 juni 2009.

    3.4. Op 17 april 2012 dient de korpschef een aanvraag in bij de CGPP om een beslissing te nemen over de erkenning van de aandoening van verzoeker als ernstige en langdurige ziekte. De CGPP beslist op 18 september 2012 de aandoening niet als ernstige en langdurige ziekte te erkennen. Tegen deze beslissing heeft verzoeker beroep ingediend bij de CBGPP, die op 14 januari 2013...

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT