Vonnis van Raad van State, 14 december 2018

Datum uitspraak:14 december 2018
Jurisdictie:Nietigverklaring
Nature:Algemene vergadering
SAMENVATTING

Art. 11bis van de RvS-wet en het arrest Legrand van het HvC, nopen ertoe de interpretatie dat art. 30, § 3, van de RvS-wet en art. 14quinquies van het algemeen procedurereglement in een automatische nietigverklaring voorzien, te herzien. Volgens art. 11bis van de RvS-wet kan een verzoekende partij aan de afdeling Bestuursrechtspraak vragen om haar bij wijze van arrest een schadevergoeding tot... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

ALGEMENE VERGADERING A R R E S T nr. 243.249 van 14 december 2018 in de zaak A. 218.439/AV-141 In zake : Koenraad PIRON bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Crispyn kantoor houdend te 9030 Mariakerke Mazestraat 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de POLITIEZONE 5439 DENDERLEEUW-HAALTERT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom De Sutter kantoor houdend te 9000 GentKoning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 17 februari 2016, strekt tot de nietigverklaring van “[h]et besluit van het politiecollege van de lokale politie Denderleeuw/Haaltert met als uitgiftedatum 20-01-16 waarbij aan [Koenraad Piron] de zware tuchtstraf van de terugzetting in de weddeschaal is opgelegd”. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verwerende partij ter kennis gebracht op 2 februari 2018. AV-141-1/5

Op 23 maart 2018 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.

De verwerende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. Bij beschikking van 22 mei 2018 is de zaak aan de eerste voorzitter van de Raad van State voorgelegd “met het oog op een eventuele verwijzing naar de algemene vergadering van de afdeling Bestuursrechtspraak om de eenheid van de rechtspraak te verzekeren, des te meer gelet op het nieuwe artikel 11bis van de Raad van State-wet dat de Raad van State bevoegd maakt een schadevergoeding tot herstel toe te kennen in geval van een arrest « waarbij de onwettigheid werd vastgesteld »”. Met een beschikking van 3 september 2018 van de eerste voorzitter van de Raad van State is de zaak verwezen naar de algemene vergadering van de afdeling Bestuursrechtspraak. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting van de algemene vergadering van de afdeling Bestuursrechtspraak, die heeft plaatsgevonden op 11...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT