Arrest nr. 183/2018 van Grondwettelijk Hof, 19 december 2018

Datum uitspraak:19 december 2018
Uitgevende instantie::Grondwettelijk Hof
SAMENVATTING

Wet van 8 juli 2018 houdende bepalingen inzake de proefbank voor vuurwapens (art. 8 en in art. 19, § 2, de woorden «de bestuurder van de proefbank»)

 
GRATIS UITTREKSEL

In zake : de vordering tot schorsing van de woorden « de bestuurder van de proefbank » in artikel 19, § 2, van de wet van 8 juli 2018 houdende bepalingen inzake de proefbank voor vuurwapens, alsook van artikel 8 van dezelfde wet, ingesteld door Jean-Luc Stassen.

Het Grondwettelijk Hof,

samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en A. Alen, en de rechters L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, R. Leysen en M. Pâques, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter F. Daoût,

wijst na beraad het volgende arrest :

  1. Onderwerp van de vordering en rechtspleging

Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 8 oktober 2018 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 11 oktober 2018, heeft Jean-Luc Stassen, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. E. Lemmens, advocaat bij de balie te Luik, een vordering tot schorsing ingesteld van de woorden « de bestuurder van de proefbank » in artikel 19, § 2, van de wet van 8 juli 2018 houdende bepalingen inzake de proefbank voor vuurwapens, alsook van artikel 8 van dezelfde wet (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 17 juli 2018).

Bij afzonderlijk verzoekschrift vordert de verzoekende partij eveneens de vernietiging van dezelfde wetsbepalingen.

Bij beschikking van 25 oktober 2018 heeft het Hof de terechtzitting voor de debatten over de vordering tot schorsing bepaald op 14 november 2018, na de in artikel 76, § 4, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof bedoelde overheden te hebben uitgenodigd hun eventuele schriftelijke opmerkingen, in de vorm van een memorie, uiterlijk op 9 november 2018 in te dienen en een afschrift ervan binnen dezelfde termijn aan de verzoekende partij over te zenden.

De Ministerraad, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. J.-F. De Bock en Mr. V. De Schepper, advocaten bij de balie te Brussel, heeft schriftelijke opmerkingen ingediend.

Op de openbare terechtzitting van 14 november 2018 :

- zijn verschenen :

. Mr. E. Lemmens, voor de verzoekende partij;

. Mr. J.-F. De Bock, voor de Ministerraad;

- hebben de rechters-verslaggevers M. Pâques en E. Derycke verslag uitgebracht;

- zijn de voornoemde advocaten gehoord;

- is de zaak in beraad genomen.

De bepalingen van voormelde bijzondere wet van 6 januari 1989 met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte

-A-

A.1. Bij koninklijk besluit van 10 februari 2004 werd de verzoekende partij benoemd tot directeur van de proefbank voor vuurwapens, een bij de wet van 24 mei 1888 opgerichte autonome instelling van openbaar nut met rechtspersoonlijkheid.

Op 12 september 2017 richt de Bestuurscommissie van de proefbank voor vuurwapens een voorstel tot afzetting van de verzoekende partij aan de minister van Economie, na afloop van een tuchtonderzoek.

Op 24 juli 2018 richt de minister van Economie een aangetekend schrijven aan de verzoekende partij waarbij hij haar op de hoogte brengt van de verwerping van het voorstel tot afzetting.

Op 8 juli 2018 wordt de wet houdende bepalingen inzake de proefbank voor vuurwapens (hierna : de wet van 8 juli 2018) aangenomen, waarvan artikel 19, § 2, de verzoekende partij van haar functie ontheft vanaf 1 januari 2019. Het betreft de bestreden bepaling.

A.2. Ter ondersteuning van haar belang geeft de verzoekende partij aan dat zij de functie van directeur van de proefbank voor vuurwapens uitoefende als statutair openbaar ambtenaar die sedert 1 februari 2004 door de Koning is benoemd. Bij de bestreden bepaling wordt evenwel van rechtswege een einde gemaakt aan haar functie, waarbij die functie tevens als mandaat wordt aangemerkt. In de bestreden wet wordt niet gepreciseerd welk lot voor haar is weggelegd. De verzoekende partij weet niet of die maatregel moet worden gelijkgesteld met een ontslag van ambtswege, een afzetting, een terbeschikkingstelling of nog een opruststelling met alle morele, financiële, sociale en professionele gevolgen vandien.

A.3.1. Het eerste middel van het verzoekschrift tot schorsing en van het verzoekschrift tot vernietiging is afgeleid uit de schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met het grondwettelijk beginsel van de scheiding der machten.

De verzoekende partij voert aan dat de bestreden norm van rechtswege een einde maakt aan haar betrekking, terwijl het per definitie een beslissing betreft die uitsluitend onder de uitvoerende macht ressorteert die bevoegd blijft om de situatie van de andere door de Koning benoemde ambtenaren te regelen.

A.3.2. De bestreden bepaling zou een onverantwoord verschil in behandeling teweegbrengen tussen, enerzijds, de door de Koning benoemde statutaire ambtenaren, die met name de waarborgen met betrekking tot de toepassing van een tuchtprocedure genieten, en, anderzijds, de verzoekende partij zelf wier betrekking haar wordt ontnomen via het aannemen van een wetskrachtige norm, los van enige procedure, terwijl de wetgever onbevoegd zou zijn om zulks te doen.

A.3.3. Wat het beginsel van de scheiding der machten betreft, doet de verzoekende partij gelden dat, inzake ambtenarenzaken, het beheer van de personeelsleden van het bestuur van nature onder de uitvoerende macht ressorteert. De beslissingen met betrekking tot de individuele loopbaan van de ambtenaren vanaf hun aanwerving tot het einde van hun loopbaan voldoen immers aan alle kenmerken van de uitvoerende akte. Artikel 107 van de Grondwet bepaalt daarenboven dat de Koning de ambtenaren benoemt bij het algemeen bestuur en bij de buitenlandse betrekkingen, hoewel de wet in uitzonderingen kan voorzien. De wetgever is daarentegen uitsluitend bevoegd om normen met een algemene draagwijdte aan te nemen, hetgeen, inzake ambtenarenzaken, met name tot uiting komt in de regels die het statuut van de ambtenaren of de van toepassing zijnde tuchtprocedure vaststellen.

Het optreden van een macht binnen de bevoegdheden van een andere macht kan enkel beperkt en specifiek verantwoord zijn. Het mag aldus geen afbreuk doen aan de essentie zelf van het beginsel van de scheiding der machten dat erin bestaat de definitie van en de verhouding tussen de voornaamste machten van de Staat te overstijgen teneinde de individuele vrijheid te waarborgen.

A.3.4. Volgens de verzoekende partij eigent de wetgever zich, bij de bestreden akte, een bevoegdheid toe om op te treden in een domein dat nochtans aan de uitvoerende macht is voorbehouden. Het samengaan van de beslissing waarbij de minister van Economie weigert om de verzoekende partij af te zetten na te zijn gehoord en het aannemen van de bestreden bepaling die in werkelijkheid leidt tot een resultaat dat identiek is aan een afzetting, zou bijzonder verhelderend zijn wat betreft de verwarring tussen de wetgevende en de uitvoerende macht.

A.3.5. De verzoekende partij merkt op dat paragraaf 2 van artikel 19 van de wet van 8 juli 2018 via een amendement is ingevoerd. Zij is van mening dat het bekleden van een mandaatfunctie geen toelaatbaar en objectief criterium van onderscheid ten aanzien van de verzoekende partij kan uitmaken, aangezien het een onjuist gegeven betreft. Zij oefent haar functie immers niet uit als mandataris, maar wel wegens een benoeming voor onbeperkte duur als ambtenaar.

Hoewel het doel dat erin bestaat de structuur, de verplichtingen en de werking van de proefbank voor vuurwapens te hervormen begrijpelijk is, verantwoordt het geenszins dat een einde wordt gemaakt aan de functies van de verzoekende partij. In de nieuwe organisatie van de proefbank voor vuurwapens verdwijnt de functie van bestuurder immers niet.

A.3.6. Wat specifieker de verantwoording betreft die is aangevoerd voor het aannemen van artikel 19, § 2, van de wet van 8 juli 2018, merkt de verzoekende partij op dat de wetgever...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT