Vonnis van Raad van State, 4 december 2018

Datum uitspraak: 4 december 2018
Jurisdictie:UDN
Nature:Arrest
SAMENVATTING

Het vereiste van UDN is niet evident aanwezig omdat de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij UDN gericht is tegen een tweede vermelding "onvoldoende" die tot ontslag wegens beroepsongeschiktheid kan leiden. Het is immers, voor de beoordeling van de UDN, niet de vraag of de verzoekende partij zwaar getroffen wordt door de bestreden beslissingen, maar enkel of een schorsing volgens... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

De morele vernedering die de verzoekende partij door de bestreden tweede negatieve evaluatie meent te lijden zal worden hersteld door de morele genoegdoening welke een - overigens met terugwerkende kracht geldende - vernietiging van de bestreden beslissingen verleent.

In haar uiteenzetting haalt de verzoekende partij de vooringenomenheid van de evaluator aan, net zoals zij dit aanvoert in haar tweede middel. De aangevoerde onwettigheden kunnen als zodanig niet volstaan om ervan te overtuigen dat de vordering uiterst dringend is. De schorsingsvoorwaarde van het uiterst dringend karakter van de vordering is immers een op zich staande voorwaarde, die moet worden onderzocht los van de andere schorsingsvoorwaarde, namelijk dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de bestreden...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT