Arrest nr. 178/2018 van Grondwettelijk Hof, 6 december 2018

Datum uitspraak: 6 december 2018
Uitgevende instantie::Grondwettelijk Hof
SAMENVATTING

Wet van 19 november 2017 tot wijziging van diverse bepalingen betreffende de bevordering van de militairen (art. 5)

 
GRATIS UITTREKSEL

In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 5 van de wet van 19 november 2017 tot wijziging van diverse bepalingen betreffende de bevordering van de militairen, ingesteld door Stéphane Deham.

Het Grondwettelijk Hof,

samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, T. Giet, J. Moerman en M. Pâques, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter A. Alen,

wijst na beraad het volgende arrest :

  1. Onderwerp van het beroep en rechtspleging

    Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 10 januari 2018 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 12 januari 2018, heeft Stéphane Deham, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. P. Vande Casteele, advocaat bij de balie te Antwerpen, beroep tot vernietiging ingesteld van artikel 5 van de wet van 19 november 2017 tot wijziging van diverse bepalingen betreffende de bevordering van de militairen (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 28 november 2017).

    Bij hetzelfde verzoekschrift vorderde de verzoekende partij eveneens de schorsing van dezelfde wetsbepaling. Bij het arrest nr. 65/2018 van 31 mei 2018, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 9 november 2018, heeft het Hof de vordering tot schorsing verworpen.

    De Ministerraad, bijgestaan en vertegenwoordigd door kolonel A. De Decker, majoor M. Kerckhofs en luitenant M. Fontaine, heeft een memorie ingediend, de verzoekende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de Ministerraad heeft ook een memorie van wederantwoord ingediend.

    Bij beschikking van 25 september 2018 heeft het Hof, na de rechters-verslaggevers T. Merckx-Van Goey en P. Nihoul te hebben gehoord, beslist dat de zaak in staat van wijzen is, dat geen terechtzitting zal worden gehouden, tenzij een partij binnen zeven dagen na ontvangst van de kennisgeving van die beschikking een verzoek heeft ingediend om te worden gehoord, en dat, behoudens zulk een verzoek, de debatten zullen worden gesloten op 17 oktober 2018 en de zaak in beraad zal worden genomen.

    Aangezien geen enkel verzoek tot terechtzitting werd ingediend, is de zaak op 17 oktober 2018 in beraad genomen.

    De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast.

  2. In rechte

    -A-

    Ten aanzien van het belang

    A.1. De Ministerraad stelt dat het beroep tot vernietiging niet ontvankelijk is omdat de verzoekende partij in het verzoekschrift haar belang niet aantoont. Zij licht volgens hem niet duidelijk en concreet toe hoe de toepassing van de bestreden norm rechtstreeks en ongunstig raakt aan haar loopbaan en promotiekansen. Hij merkt op dat de kandidatuur van de verzoekende partij vijf opeenvolgende keren werd onderzocht zonder enig gunstig gevolg met het oog op een bevordering daar na vergelijking van de verdiensten, andere kandidaten werden verkozen. Hij wijst daarbij op het arrest van de Raad van State nr. 240.611 van 30 januari 2018, waarbij het beroep tot nietigverklaring van de beslissingen tot benoeming van andere kandidaten werd verworpen. Daaruit blijkt volgens hem dat de niet-benoeming van de verzoekende partij vreemd is aan het onderhavige beroep tot vernietiging van artikel 5 van de wet van 19 november 2017 tot wijziging van diverse bepalingen betreffende de bevordering van de militairen (hierna : wet van 19 november 2017). De Ministerraad wijst erop dat het onderzoek van de persoonlijke situatie van de verzoekende partij integendeel uitwijst dat de bestreden wet en de daarmee gepaard gaande overgangsmaatregel geen gevolgen voor haar met zich meebrengen. Het gebrek aan belang hangt ook samen met de ontstentenis van enig nadeel voor de verzoekende partij. Zo zou de verzoekende partij in de huidige stand van de pensioenwetgeving voor militairen slechts op pensioen kunnen...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT