Arrest nr. 114/2018 van Grondwettelijk Hof, 19 juli 2018

Datum uitspraak:19 juli 2018
Uitgevende instantie::Grondwettelijk Hof
SAMENVATTING

Decreet van de Franse Gemeenschap van 13 juli 1998 betreffende de organisatie van het gewoon kleuter onderwijs en lager onderwijs en de wijziging van de onderwijswetgeving (art. 39, § 3, derde tot achtste lid), en decreet van de Franse Gemeenschap van 3 maart 2004 houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs (art. 43bis, §§ 2 en 5), zoals die artikelen respectievelijk vervangen en... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 39, § 3, derde tot achtste lid, van het decreet van de Franse Gemeenschap van 13 juli 1998 betreffende de organisatie van het gewoon kleuteronderwijs en lager onderwijs en de wijziging van de onderwijswetgeving, en van artikel 43bis, §§ 2 en 5, van het decreet van de Franse Gemeenschap van 3 maart 2004 houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs, zoals die artikelen respectievelijk vervangen en ingevoegd zijn bij de artikelen 5 en 14 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 13 juli 2016 betreffende de invoering van een cursus filosofie en burgerzin in het basisonderwijs en betreffende het behoud van de alternatieve pedagogische begeleiding in het secundair onderwijs, ingesteld door de vzw « Secrétariat Général de l’Enseignement Catholique en Communautés française et germanophone ».

Het Grondwettelijk Hof,

samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en A. Alen, en de rechters L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, T. Merckx-Van Goey, F. Daoût, T. Giet en J. Moerman, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter J. Spreutels,

wijst na beraad het volgende arrest :

  1. Onderwerp van het beroep en rechtspleging

Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 23 november 2016 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 25 november 2016, heeft de vzw « Secrétariat Général de l’Enseignement Catholique en Communautés française et germanophone », bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. M. Kaiser en Mr. M. Verdussen, advocaten bij de balie te Brussel, beroep tot vernietiging ingesteld van artikel 39, § 3, derde tot achtste lid, van het decreet van de Franse Gemeenschap van 13 juli 1998 betreffende de organisatie van het gewoon kleuteronderwijs en lager onderwijs en de wijziging van de onderwijswetgeving, en van artikel 43bis, §§ 2 en 5, van het decreet van de Franse Gemeenschap van 3 maart 2004 houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs, zoals die artikelen respectievelijk zijn vervangen en ingevoegd bij de artikelen 5 en 14 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 13 juli 2016 betreffende de invoering van een cursus filosofie en burgerzin in het basisonderwijs en betreffende het behoud van de alternatieve pedagogische begeleiding in het secundair onderwijs (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 10 augustus 2016).

De Franse Gemeenschapsregering, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. M. Nihoul, advocaat bij de balie van Waals-Brabant, en Mr. J. Sautois, advocaat bij de balie te Brussel, heeft een memorie ingediend, de verzoekende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de Franse Gemeenschapsregering heeft ook een memorie van wederantwoord ingediend.

Bij beschikking van 6 juni 2018 heeft het Hof de zaak in gereedheid verklaard en de dag van de terechtzitting bepaald op 27 juni 2018.

Op de openbare terechtzitting van 27 juni 2018 :

- zijn verschenen :

. Mr. M. Kaiser en Mr. M. Verdussen, voor de verzoekende partij;

. Mr. M. Nihoul, Mr. J. Sautois en Mr. S. Kaisergruber, advocaat bij de balie te Brussel, voor de Franse Gemeenschapsregering.

- hebben de rechters-verslaggevers J.-P. Moerman en J. Moerman verslag uitgebracht;

- zijn de voornoemde advocaten gehoord;

- is de zaak in beraad genomen.

De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte

-A-

Ten aanzien van het belang van de verzoekende partij

A.1. De vereniging zonder winstoogmerk « Secrétariat Général de l’Enseignement Catholique en Communautés française et germanophone » (SeGEC) stelt zich voor als het als dusdanig door de Franse Gemeenschapsregering erkende vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan van de inrichtende machten van het katholiek onderwijs, dat de doelstelling nastreeft die inrichtende machten en de schoolinrichtingen die zij in een federatie verenigt, te helpen « bij de uitvoering van hun opdracht van functionele openbare dienst op het vlak van opvoeding en onderwijs », en bijgevolg als de « woordvoerder [van die inrichtende machten], waarbij zij instaat voor de verdediging en de bevordering ervan met elk passend geacht middel ».

De verzoekende vereniging leidt haar belang om de gedeeltelijke vernietiging te vorderen van de artikelen 5 en 14 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 13 juli 2016 « betreffende de invoering van een cursus filosofie en burgerzin in het basisonderwijs en betreffende het behoud van de alternatieve pedagogische begeleiding in het secundair onderwijs » af uit de weerslag welke die wetskrachtige bepalingen hebben op de vrije en gesubsidieerde scholen voor basisonderwijs, zoals de katholieke scholen, in zoverre die bepalingen die scholen voordelen zouden ontzeggen die zij aan andere categorieën van onderwijsinrichtingen toekennen.

Zij voegt eraan toe dat de vernietiging van die wetskrachtige bepalingen de Franse Gemeenschapsregering ertoe zou brengen een nieuwe tekst op te stellen die het gelijkheidsbeginsel beter in acht neemt, ofwel door het mogelijk te maken te besparen op de financiële middelen die thans alleen aan de officiële scholen worden toegekend en die zouden kunnen worden herverdeeld zowel aan die scholen als aan de vrije scholen, ofwel door aan de vrije scholen financiële middelen toe te kennen die gelijkwaardig zijn aan die welke aan de officiële scholen worden toegekend voor de ontwikkeling van nieuwe initiatieven inzonderheid op het gebied van remediëring.

De verzoekende vereniging merkt tot slot op dat het Hof heeft geoordeeld dat alle beroepen tot vernietiging die zij in het verleden bij het Hof heeft ingesteld, ontvankelijk zijn.

A.2. De Franse Gemeenschapsregering betwist het belang van het SeGEC om de vernietiging van de bestreden wetskrachtige bepalingen te vorderen.

Zij is van mening dat die bepalingen het maatschappelijk doel van de verzoekende vereniging niet kunnen raken aangezien zij zich noch tot de directies, noch tot de inrichtende machten van de vrije scholen van het confessioneel onderwijs richten en aangezien die laatste niet ertoe gehouden zijn de cursus filosofie en burgerzin te organiseren die in het leven is geroepen bij decreet van de Franse Gemeenschap van 22 oktober 2015 « betreffende de organisatie van een cursus filosofie en burgerzin en een opvoeding tot filosofie en burgerzin ». De Regering voegt eraan toe dat de bestreden bepalingen noch de regels inzake financiering van de scholen van het net van het confessioneel vrij onderwijs, noch de hoogte van die financiering hebben gewijzigd en dat zij evenmin ten doel of tot gevolg hebben de financiële middelen te verhogen die worden toegekend aan de scholen van het net van het officieel onderwijs en aan de scholen van het net van het niet-confessioneel vrij onderwijs.

De Franse Gemeenschapsregering merkt ook op dat het belang van de verzoekende vereniging bij de vernietiging van de bestreden wetskrachtige bepalingen hypothetisch blijft, aangezien de vermindering van de financiële middelen die worden toegekend aan de scholen waarop die bepalingen betrekking hebben, die het gevolg zou zijn van de vernietiging ervan, noch rechtstreeks, noch zeker een verhoging met zich zou meebrengen van de financiële middelen die worden toegekend aan de vrije scholen van het confessioneel onderwijs. Zij is van mening dat de vernietiging van de bestreden wetskrachtige bepalingen niet zou volstaan om die laatste scholen de hoop te geven dat de decreetgevende macht hun situatie gunstiger zal regelen. Zij onderstreept in dat verband dat die bepalingen aan de netten van de beoogde scholen geen financiële middelen toekennen waarover zij niet beschikten vóór de oprichting van de cursus filosofie en burgerzin, aangezien de nieuwe lestijden voor aanpassing en pedagogische ondersteuning, krachtens de bestreden bepalingen, alleen worden toegekend aan de inrichtingen die, dankzij de financiële middelen waarover zij reeds beschikten, hebben bijgedragen aan de vorming van de lestijdenreserve waarop die lestijden voor aanpassing en pedagogische ondersteuning worden uitgetrokken. De Franse Gemeenschapsregering merkt tot slot op dat de ontvankelijkheid van beroepen tot vernietiging die vroeger door de verzoekende vereniging tegen andere wetskrachtige bepalingen zijn ingesteld, het niet mogelijk maakt het belang aan te tonen dat zij erbij heeft om de vernietiging van de bestreden bepalingen van het decreet van 13 juli 2016 te vorderen. Zij onderstreept in dat verband dat, in tegenstelling tot die laatste bepalingen, die welke het voorwerp waren van die voorgaande beroepen tot vernietiging rechtstreeks het SeGEC of het vrij en confessioneel onderwijsnet betroffen.

Ten aanzien van het middel met betrekking tot artikel 5 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 13 juli 2016

Het standpunt van het « Secrétariat Général de l’Enseignement Catholique en Communautés française et germanophone »

A.3.1. Artikel 39, § 3, van het decreet van 13 juli 1998, ingevoegd bij artikel 5 van het decreet van 13 juli 2016, schendt artikel 24, § 4, van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 24, § 1, van de Grondwet, in zoverre het een niet redelijk verantwoord verschil in behandeling instelt tussen, enerzijds, de inrichtingen van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde gewoon lager onderwijs, de inrichtingen van het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde officieel gewoon lager onderwijs en de inrichtingen van het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde niet-confessioneel vrij gewoon lager onderwijs en, anderzijds, de inrichtingen van het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde confessioneel vrij gewoon lager onderwijs.

Bij de bestreden bepaling wordt voor de cursus niet-confessionele zedenleer, de cursussen godsdienst en de cursussen filosofie en burgerzin voorzien in de toekenning aan de inrichtingen van de eerste categorie van een aantal lestijden dat...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT