Arrest nr. 108/2018 van Grondwettelijk Hof, 19 juli 2018

Datum uitspraak:19 juli 2018
Uitgevende instantie::Grondwettelijk Hof
SAMENVATTING

Wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers

 
GRATIS UITTREKSEL

In zake : het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, ingesteld door de nv « Rocoluc ».

Het Grondwettelijk Hof,

samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en A. Alen, en de rechters J.-P. Snappe, T. Merckx-Van Goey, F. Daoût, T. Giet en R. Leysen, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter J. Spreutels,

wijst na beraad het volgende arrest :

  1. Onderwerp van de vordering en rechtspleging

    Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 23 maart 2018 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 26 maart 2018, heeft de nv « Rocoluc », bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. F. Tulkens en Mr. M. Vanderstraeten, advocaten bij de balie te Brussel, ingevolge het arrest van het Hof nr. 129/2017 van 9 november 2017 (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 23 maart 2018), beroep tot vernietiging ingesteld van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers in zoverre zij de cumulatie van verschillende aanvullende vergunningen van onderscheiden klassen (A+, B+ en F1+) voor de exploitatie van kansspelen en weddenschappen via een en dezelfde domeinnaam en de daaraan verbonden URL’s niet verbiedt.

    Op 18 april 2018 hebben de rechters-verslaggevers T. Giet en R. Leysen, met toepassing van artikel 72, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, het Hof ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht voor te stellen het onderzoek van de zaak af te doen met een arrest gewezen op voorafgaande rechtspleging.

    Memories met verantwoording zijn ingediend door :

    - de Ministerraad, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. P. Levert, advocaat bij de balie te Brussel;

    - de verzoekende partij.

    Bij beschikkingen van 6 juni 2018 heeft het Hof de memories van tussenkomst die bij op 7 en 8 mei 2018 ter post aangetekende brieven zijn ingediend door « Unibet Belgium Limited » en « Star Matic », door de ivzw « European Gaming and Betting Association » en door de nv « Gambling Management », onontvankelijk verklaard en uit de debatten geweerd.

    De bepalingen van voormelde bijzondere wet van 6 januari 1989 met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast.

  2. In rechte

    -A-

    A.1. Met toepassing van artikel 4, tweede lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, vordert de nv « Rocoluc » de vernietiging van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, die door het Hof strijdig werd geacht met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zijn arrest nr. 129/2017 van 9 november 2017.

    A.2. De verzoekende partij is een naamloze vennootschap die actief is op het gebied van kansspelen. Zij baat een speelzaal uit waarvoor zij over een vergunning beschikt, en heeft eveneens een aanvullende vergunning voor de uitbating van onlinekansspelen. Zij heeft bij de Raad van State meerdere beroepen ingesteld tot nietigverklaring van beslissingen van de Kansspelcommissie waarbij die aan verscheidene vennootschappen aanvullende vergunningen verleent om online activiteiten uit te baten die vallen onder verscheidene vergunningen van verschillende klassen; het is in het kader van die beroepen dat de prejudiciële vragen die aanleiding hebben gegeven tot het voormelde arrest nr. 129/2017 zijn gesteld. De verzoekende partij verantwoordt haar belang om in rechte te treden door het feit dat zij wordt benadeeld door de oneerlijke concurrentie die voortvloeit uit de gecumuleerde uitbating, via eenzelfde domeinnaam, van kansspelen en weddenschappen die tot verschillende klassen behoren. De mogelijkheid om voor zowel de ene als de andere activiteit reclame te maken, biedt de betrokken vergunninghouders een grotere zichtbaarheid, terwijl in de reële wereld een dergelijke cumulatie niet mogelijk is.

    Bovendien zal een vernietigingsarrest de verzoekende partij in staat stellen om zich te beroepen op artikel 16 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 om de intrekking te vorderen van de in kracht van gewijsde gegane beslissingen die op de vernietigde wet gegrond zijn, waaronder een arrest van het Hof van Beroep te Brussel van 20 juni 2017 waarbij haar vordering tot stopzetting van de voormelde situaties van cumulatie werd verworpen. Zij zal in voorkomend geval ook artikel 18 van de bijzondere wet van 6 januari 1989...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT