Vonnis van Raad van State, 4 juli 2017

Datum uitspraak: 4 juli 2017
Jurisdictie:Schorsing
Nature:Arrest
SAMENVATTING

Een GRUP van 2009, dat de eerste uitbreiding van het bedrijfsterrein mogelijk maakt in de zone B en dat prima facie moet worden aanzien als een ander plan dan het bestreden GRUP, werd gekoppeld aan de ontwikkeling van een natuurherstelgebied in zone C. Het bestreden GRUP maakt de tweede uitbreiding van het bedrijfsterrein mogelijk door de integrale zone C te herbestemmen tot bedrijfszone. Bij de... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

Xe KAMER

A R R E S T

nr. 238.763 van 4 juli 2017 in de zaak A. 219.470/X-16.652.

In zake : 1. de VZW BOND BETER LEEFMILIEU VLAANDEREN 2. de VZW BOS+ VLAANDEREN 3. de VZW NATUURPUNT LIMBURG 4. de VZW NATUURPUNT, VERENIGING VOOR NATUUR EN LANDSCHAP IN VLAANDEREN

5. Sabine CRAHAY bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Peter De Smedt en Hendrik Schoukens kantoor houdend te 9000 Gent

Kasteellaan 141 bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Meindert Gees kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen

Tussenkomende partij :

de NV H. ESSERS LOGISTICS COMPANY bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jan Roggen en Laura Sallaerts kantoor houdend te 3530 Houthalen Greenville - Centrum Zuid 1111 bij wie woonplaats wordt gekozen

--------------------------------------------------------------------------------------------------

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 4 april 2017, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Vlaamse regering van 25 maart 2016 houdende de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan „Uitbreiding transportbedrijf H. Essers‟.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.

Met een beslissing van 31 augustus 2016 is het verzoek tot tussenkomst van de nv H. Essers Logistics Company om tussen te komen in het beroep tot nietigverklaring reeds toegelaten. De tussenkomende partij heeft een nota ingediend.

Auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld.

Met toepassing van artikel 90, § 1, vierde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, is de zaak verwezen naar een kamer met drie leden.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op16 juni 2017.

Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Peter De Smedt, die loco advocaat Hendrik Schoukens verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Meindert Gees, die verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Jan Roggen, die loco advocaat Jannick Poets verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.

Auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Aanvullende nota

3. De tussenkomende partij wenst “als repliek op het auditoraatsverslag” een “aanvullende nota” en bijkomende stukken neer te leggen.

De nota en de erbij horende stukken worden niet ontvangen en in ogenschouw genomen dan alleen in zoverre ze de neerslag zijn van wat de tussenkomende partij ter terechtzitting mondeling uiteenzette.

IV. Feiten

3.1. Ten noorden van de Transportlaan te Genk bevindt zich een terrein dat, ten behoeve van een bevattelijke feitenuiteenzetting, in een oostelijke zone (hierna: zone A), een zuidwestelijke zone (hierna: zone B) en een noordwestelijke zone (hierna: zone C) kan worden opgedeeld.

Het bij koninklijk besluit van 3 april 1979 vastgestelde gewestplan Hasselt-Genk neemt de zone A op in een industriegebied en de beboste zones B en C in een natuurgebied (hierna: het natuurgebied van het gewestplan). De zone C wordt doorsneden door de grens tussen de stad Genk en de gemeente Zonhoven.

Ter verduidelijking volgt hierna een uittreksel uit het gewestplan waarop de drie zones zijn aangeduid.

De integrale zones B en C zijn, net zoals het grootste deel van het natuurgebied van het gewestplan, gelegen in het habitatrichtlijngebied “valleien van de Laambeek, Zonderikbeek, Slangebeek en Roosterbeek met vijvergebieden” (hierna: het betrokken habitatrichtlijngebied).

3.2. In 1988 vestigt het bedrijf van de tussenkomende partij zich in de zone A.

4. Omdat de tussenkomende partij haar bedrijfsterrein wil uitbreiden tot de zone B (hierna: de eerste uitbreiding van het bedrijfsterrein) dient zij op 19 april 2006 bij de gewestelijk planologische ambtenaar een aanvraag in tot planologisch attest, waarin onder meer het volgende wordt gesteld:

“De […] activiteiten situeren zich op dit moment in de industriezone op het gewestplan. Omwille van een acuut gebrek aan werkruimte is de uitbreiding van de bestaande hal 6 (cross-dock-activiteiten) noodzakelijk.

Om diverse redenen is het essentieel voor dit soort van activiteiten dat deze werkruimte bij het huidige bedrijf én aansluitend aan de bestaande hal 6 wordt uitgebreid.

De ligging van de uitbreiding deels in natuurgebied op het gewestplan, maakt het vergunnen van de nodige ruimte voor het bedrijf onmogelijk. Dit geeft de aanleiding voor de aanvraag van een planologisch attest voor dit bedrijf.

[…] 7.4. Ruimtelijke behoeften op lange termijn

De Groep H. Essers heeft op dit bedrijfsterrein, gezien de ligging grenzend aan natuurgebied, geen verdere uitbreidingsbehoeften op lange termijn. Er werd dan ook geen plan “behoeften op lange termijn” bijgevoegd.

Door de uitbreiding van hal 6 op korte termijn is de optimale werking bereikt. Nog verder uitbreiden zou niet meer werkzaam zijn voor deze activiteiten. De eventueel op termijn uitbreidingsbehoefte van de andere hallen, kan op andere locaties ingevuld worden. Deze hallen zijn immers niet zo locatiegebonden.”

5. Gelet op de ligging van de zone B in habitatrichtlijngebied wordt de eerste uitbreiding van het bedrijfsterrein onderworpen aan een passende beoordeling in de zin van artikel 36ter, § 3, van het decreet van 21 oktober 1997 „betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu‟ (hierna: het natuurdecreet) die tot het volgende besluit komt:

“Het belangrijkste negatieve effect van de uitbreiding is het verlies aan oppervlakte in [het betrokken habitatrichtlijngebied]. Dit nettoverlies bedraagt 1,76 ha.

Het verlies aan bos dat voor de inrichting van een bufferzone maximaal 2,34ha kan bedragen, wordt conform het bosdecreet gecompenseerd door de aanleg van een nieuw bos eventueel in Winterslag (Genk), buiten [het betrokken habitatrichtlijngebied].

Het verlies aan ecologische waarden wordt gemilderd door creatie van een heide-vegetatie en/of een eiken-berkenbos ten noordwesten van en aansluitend op het industriegebied. De oppervlakte van deze herstelzone bedraagt ca. 10 ha. De ecologische waarde van het gehele boscomplex wordt op deze manier verbeterd t.o.v. de huidige situatie. De maatregelen ter verbetering van de natuurwaarde van deze zone zullen gelijktijdig met de uitbreidingswerken van start gaan. Nauw overleg met Aminal afdeling Bos en Groen en afdeling Natuur is aangewezen. Bovendien moet de inrichting verankerd worden in het bosbeheersplan van de gemeente Genk dat binnenkort goedgekeurd wordt.

De habitats die voorkomen in de uitbreidingszone en nabije omgeving zijn aanplant van Grove den met restanten van heide en eiken-berkenbos. Door de aanplanting van Grove den bevinden de restanten heide en eikenberkenbos zich echter in een ongunstige staat van instandhouding. Op de Teut en de Tenhaagdoornheide bevinden deze habitats zich in een gunstige stand van instandhouding en nemen ze een relatief grote oppervlakte in.

De belangrijkste effecten die de uitbreiding zal uitoefenen op [het betrokken habitatrichtlijngebied] zijn:

- lichte wijziging van de waterhuishouding (het regenwater van daken en wegenis kan niet meer ter plaatse infiltreren maar in de bufferbekkens);

- rustverstoring t.g.v. geluid, licht en beweging; - verhoogde barrière-effecten en versnippering;

Mits het strikt opvolgen en uitvoeren van de in deze nota voorgestelde milderende maatregelen zijn deze effecten niet significant en verhinderen zij de verbetering van de staat van instandhouding niet.

Het boscomplex met de uitbreidingszone vormt een goede buffer voor de waardevolle habitats in de Teut en Tenhaagdoornheide. Door het ruimtebeslag van de uitbreiding zal enerzijds de bufferende werking van dit gebied enigszins verminderd worden. Anderzijds zal door de kwaliteitsverbetering van de habitats de kwaliteit van de bufferende werking verhoogd worden.

Aangezien de habitats zich in een ongunstige staat van instandhouding bevinden, ontbreken de typische soorten grotendeels en zijn grotere populaties afwezig. Het project heeft geen invloed op het evenwicht tussen de verspreiding en de densiteit van soorten en populaties in het gebied en in [het] gehele [betrokken habitatrichtlijngebied]. De voorgenomen maatregelen voor creatie van heide en/of eiken-berkenbos zullen het voorkomen van soorten en populaties in het gebied bevorderen.

Het project heeft evenmin een belangrijke impact op de abiotische factoren die de structuur en de functie van [het betrokken habitatrichtlijngebied] bepalen. Het project kan zeer plaatselijk een lichte wijziging van de waterhuishouding veroorzaken. Aangezien de beschermde habitats echter voorkomen op droge plaatsen, zal een kleine en plaatselijke verandering van de waterhuishouding geen belangrijke negatieve invloed hebben op deze habitats.

Het project heeft geen invloed op het functioneren van [het betrokken habitatrichtlijngebied] als ecosysteem.

Op basis van bovenvermelde gegevens kunnen wij besluiten dat de instandhoudingsdoelstellingen en streefbeelden van [het betrokken habitatrichtlijngebied], plaatselijk en algemeen, niet in het gedrang komen door de uitbreiding van Essers. Mits er in de toekomst geen bijkomende uitbreidingen worden voorzien, blijven de omstandigheden goed voor de verbetering van de staat van instandhouding van de habitats in het gebied.”

De in de hiervoor geciteerde beoordeling bedoelde “herstelzone” van ongeveer 10 hectare is gelegen in de zone C.

6. Bij ministerieel besluit van 5 januari 2007 wordt voor de eerste uitbreiding een voorwaardelijk positief planologisch attest afgegeven aan de tussenkomende partij. Eén van de voorwaarden luidt:

“- de in de passende...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT