Arrest nr. 97/2017 van Grondwettelijk Hof, 19 juli 2017

Uitgevende instantie::Grondwettelijk Hof
Datum uitspraak:19 juli 2017
SAMENVATTING

Wet van 26 december 2015 houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht (art. 139 tot 141 en 149)

 
GRATIS UITTREKSEL

In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 139 tot 141 en 149 van de wet van 26 december 2015 houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht, ingesteld door Alain Martin.

Het Grondwettelijk Hof,

samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en E. De Groot, en de rechters J.-P. Snappe, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, T. Giet en R. Leysen, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter J. Spreutels,

wijst na beraad het volgende arrest :

  1. Onderwerp van het beroep en rechtspleging

Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 27 juni 2016 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 28 juni 2016, heeft Alain Martin beroep tot vernietiging ingesteld van de artikelen 139 tot 141 en 149 van de wet van 26 december 2015 houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 30 december 2015, tweede editie).

Op 13 juli 2016 hebben de rechters-verslaggevers T. Giet en R. Leysen, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, de voorzitter ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarin wordt vastgesteld dat het beroep tot vernietiging klaarblijkelijk niet ontvankelijk is.

De verzoekende partij heeft een memorie met verantwoording ingediend.

Bij beschikking van 15 september 2016 heeft het Hof beslist de zaak overeenkomstig de gewone rechtspleging voort te zetten.

De Ministerraad, bijgestaan en vertegenwoordigd door F. Roland, adviseur bij de FOD Financiën, heeft een memorie ingediend, de verzoekende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de Ministerraad heeft ook een memorie van wederantwoord ingediend.

Bij beschikking van 26 april 2017 heeft het Hof, na de rechters-verslaggevers T. Giet en R. Leysen te hebben gehoord, beslist dat de zaak in staat van wijzen is, dat geen terechtzitting zal worden gehouden, tenzij een partij binnen zeven dagen na ontvangst van de kennisgeving van die beschikking een verzoek heeft ingediend om te worden gehoord, en dat, behoudens zulk een verzoek, de debatten zullen worden gesloten op 17 mei 2017 en de zaak in beraad zal worden genomen.

Ingevolge het verzoek van de verzoekende partij om te worden gehoord, heeft het Hof bij beschikking van 17 mei 2017 de dag van de terechtzitting bepaald op 7 juni 2017.

Op de openbare terechtzitting van 7 juni 2017 :

- zijn verschenen :

. Alain Martin, in eigen persoon;

. F. Roland, voor de Ministerraad;

- hebben de rechters-verslaggevers T. Giet en R. Leysen verslag uitgebracht;

- zijn de voornoemde partijen gehoord;

- is de zaak in beraad genomen.

De bepalingen van voormelde bijzondere wet van 6 januari 1989 met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte

–A–

A.1. De verzoeker treedt in rechte in zijn hoedanigheid van gepensioneerde. Hij heeft bij het Hof een document ingediend met als titel « Memorie betreffende mijn verzoekschrift tot vernietiging van sommige bepalingen van de programmawet van 26 december 2015, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 30 december 2015 », waarbij een kopie van de artikelen 139 tot 141 en 149 tot 153 van de wet van 26 december 2015 « houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht », bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 30 december 2015, als bijlage is gevoegd.

A.2. In zijn memorie met verantwoording legt de verzoeker uit dat de tekst van zijn verzoekschrift een vergissing bevatte en dat het wel degelijk betrekking had op de « wet houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht », en niet op een programmawet. Hij voegt een kopie van de bestreden artikelen 139 tot 141 en 149 bij en verzoekt het Hof hem te verontschuldigen voor die vergissing in verband met het opschrift van de bestreden wet.

A.3. De Ministerraad werpt de niet-ontvankelijkheid van het beroep op in zoverre het strekt tot de vernietiging van de artikelen 139 tot 141 van de wet van 26 december 2015, vermits de verzoeker niet rechtstreeks door die bepalingen kan worden geraakt. Hij verzoekt het Hof de lering van het arrest nr. 129/2016 over te nemen.

Eerste middel

A.4. Het eerste middel, dat is afgeleid uit de schending van artikel 172 van de Grondwet, is gericht tegen de artikelen 139 tot 141 van de wet van 26 december 2015, die de forfaitaire beroepskosten beoogd in artikel 51 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna : WIB 1992) verhogen « als compensatie voor de niet- indexering van de inkomsten ingevolge de indexsprong ». Volgens de pers opteren negen belastingplichtigen op tien echter voor de forfaitaire beroepskosten, hetgeen betekent dat die kosten voor 90 pct. van de belastingplichtigen perfect aangepast zijn en dus geen verhoging behoeven.

De verzoeker vraagt zich af of het noodzakelijk is om, tot in 2020, te voorzien in een verhoging van de forfaitaire kosten, terwijl die verhoging reeds verzekerd is door de indexering van de belastingschijven. Volgens de verzoeker vormt die maatregel eenvoudigweg een belastingvermindering die uitsluitend de werknemers privilegieert en waarvan de verzoeker, als gepensioneerde, het voordeel niet kan genieten.

A.5. De Ministerraad is van mening dat, doordat het beroep onontvankelijk is in zoverre het de artikelen 139 tot 141 beoogt, het middel niet moet worden onderzocht.

Tweede middel

A.6. Het tweede middel, dat is afgeleid uit de schending van artikel 23 van de Grondwet, is gericht tegen artikel 149 van de wet van 26 december 2015, in zoverre die bepaling voorziet in een verlaging van de belastingvermindering op pensioenen.

Die maatregel, in combinatie met de bij de programmawet van 19 december 2014 doorgevoerde opschorting van de indexering van de belastingvermindering op pensioenen, komt neer op een belastingverhoging van bijna 500 euro per jaar, ten laste van de gepensioneerden, terwijl men aan anderen een belastingvermindering toekent door een onverantwoorde verhoging van de forfaitaire beroepskosten. Door de vermindering van het nettopensioen zullen een groot aantal gepensioneerden onder de armoedegrens terechtkomen, wat kritiek zal uitlokken met betrekking tot het vermogen van België om voor een groot aantal gepensioneerden een menswaardig bestaan te verzekeren.

Door te voorzien in een verlaging van de belastingvermindering die integraal deel uitmaakt van de berekeningswijze van de pensioenen, schendt de wetgever, volgens de verzoeker, artikel 23 van de Grondwet dat, onder meer in het recht op sociale zekerheid, elke inperking van rechten verbiedt. A.7. De Ministerraad herinnert in de eerste plaats eraan dat de bestreden bepalingen, overeenkomstig het Regeerakkoord van 10 oktober 2014, passen in een context van hervorming van het belastingsysteem door de tewerkstelling en de competitiviteit te bevorderen. De bij de wet van 26 december 2015 aangenomen maatregelen strekken tot een verhoging van de koopkracht van de werknemers door de lasten die op arbeid wegen, te verlagen.

De Ministerraad oordeelt vervolgens dat de sociale prestatie het pensioen zelf is, vermits belastingverminderingen niet kunnen worden gelijkgesteld met sociale prestaties; in dat verband verzoekt hij het Hof de lering van het arrest nr. 129/2016 over te nemen.

Te dezen is de verlaging van de bedragen die voor de belastingvermindering in aanmerking worden genomen niet van dien aard dat zij de essentie zelf van het recht op pensioen aantast, temeer omdat die verlaging het voordeel dat volgt uit de verhoging van de belastingvrije som waarin de artikelen 144 en 145 van de wet van 26 december 2015 voorzien, niet te boven gaat, en omdat zij samengaat met diverse maatregelen die eveneens de gepensioneerden begunstigen, namelijk...

Om verder te lezen

PROBEER HET GRATIS UIT