Vonnis van Raad van State, 28 februari 2017

Datum uitspraak:28 februari 2017
Jurisdictie:Schorsing
Nature:Arrest
SAMENVATTING

Het advies van de procureur des Konings werd niet gevraagd op grond van het "voorstel van tuchtstraf" zoals voorgeschreven door artikel 24 van de tuchtwet, maar op grond van het "voorstel van het inleidend verslag" dat was gevoegd bij de brief van de hogere overheid. Dat voorstel van tuchtstraf is weliswaar in het administratief dossier niet gevoegd bij de voormelde brief, doch in de huidige... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER

A R R E S T

nr. 237.523 van 28 februari 2017 in de zaak A. 220.747/XIV-37.244

In zake: Isabel DE MEESTER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Crispyn kantoor houdend te 9030 Mariakerke Mazestraat 16 bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de POLITIEZONE 5459 SPOORKIN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gitte Laenen kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen

-------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 16 november 2016, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het politiecollege van de politiezone Spoorkin dd. 23 september 2016 waarbij aan verzoekster de zware tuchtstraf van het ontslag van ambtswege wordt opgelegd.

    II. Verloop van de rechtspleging

  2. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend.

    Eerste auditeur Geert De Bleeckere heeft een verslag opgesteld.

    XIV-37.244-1/22

    De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 februari 2017.

    Kamervoorzitter Geert Debersaques heeft verslag uitgebracht.

    Advocaat Peter Crispyn, die verschijnt voor verzoekster, en advocaat Jente Wouters, die loco advocaat Gitte Laenen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

    Eerste auditeur Geert De Bleeckere heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven.

    Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

    III. Feiten

    3.1. Verzoekster is inspecteur van politie bij de politiezone Spoorkin (PZ 5459).

    3.2. Op 14 maart 2016 verzoekt de hogere tuchtoverheid aan de afdelingsprocureur te Veurne om advies te geven met betrekking tot het opleggen van een zware tuchtstraf. Als juridische referentie wordt verwezen naar artikel 24, § 2 van de wet van 13 mei 1999 ‘houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten’ (hierna: de tuchtwet). Het verzoek luidt:

    “In bijlage maken wij u het voorstel over van het inleidend verslag lastens DE MEESTER Isabel voor feiten waarvan u ons in kennis heeft gesteld en een afschrift van het strafdossier VU.21.97.46/15 heeft overgemaakt met toelating dit te mogen gebruiken in tuchtzaken.

    Conform referentie l vragen wij uw advies voor het opleggen van de zware tuchtstraf van het ontslag van ambtswege.”

    XIV-37.244-2/22

    3.3. Op 24 maart 2016 geeft de afdelingsprocureur het volgende advies:

    “Bij brief van 14 maart 2016 werd mijn ambt om een advies verzocht ten einde een zware tuchtstraf op te leggen voor gepleegde feiten die rechtstreeks betrekking hebben op de uitvoering van een opdracht van gerechtelijke politie, en dit conform artikel 24, tweede lid van de wet van 13 mei 1999 houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten.

    Mijn ambt kreeg op 31 augustus 2015 kennis van feiten, waarbij de vaststellingen bij een verkeersongeval te Veurne, […] daterend van 28 juni 2016, opzettelijk vervalst werden in het betreffende proces-verbaal, en dit ten einde de ware identiteit van de aansprakelijke voor dit verkeersongeval, evenals de omstandigheden waarin het verkeersongeval werd begaan, te verdoezelen.

    Uit het opsporingsonderzoek is de betrokkenheid van inspecteur Isabel DEMEESTER, lid van de Politiezone Spoorkin, gebleken. Ik verwijs hierbij onder meer naar diverse verhoren in dit strafonderzoek, gekend onder VU.21.97.46/2015, en meer in het bijzonder naar resultaten van het telefonie-onderzoek en de diverse verhoren, ook deze van inspecteur DEMEESTER zelf, waarbij de betreffende processen-verbaal aan de tuchtoverheid ter kennis werden gebracht.

    Het hoeft geen betoog dat het vertrouwen van mijn ambt in het gerechtelijk handelen en optreden van inspecteur DEMEESTER danig geschokt is, niet in het minst wat de geloofwaardigheid betreft bij het opstellen van gerechtelijke aktes, in het bijzonder de processen-verbaal. Uit het onderzoek is gebleken dat inspecteur DEMEESTER het ‘brein’ is achter de hele constructie was om een andere persoon aan te duiden als de bestuurder van het voertuig dat bij het verkeersongeval betrokken was. De eigenlijke bestuurder was een kennis van haar en haar echtgenoot, die met de bestuurder zowel een persoonlijke als zakelijke relatie heeft. De bestuurder van het voertuig had bovendien alcohol gedronken, maar door het laakbaar optreden van inspecteur DEMEESTER en haar collega’s, kon dit niet objectief vastgesteld worden. Uit het strafonderzoek is verder gebleken dat de tussenkomst van inspecteur DEMEESTER cruciaal was in de opgezette constructie om de waarachtigheid en de omstandigheden van het verkeersongeval te verdoezelen. Zij liet een andere persoon opdraven die zich als bestuurder van het voertuig, betrokken in het verkeersongeval, diende op te geven, zij deelde deze informatie mee aan haar collega’s, die ter plaatse kwamen voor de vaststellingen, en liet hen onwaarachtige vaststellingen verrichten. In de marge van dit onderzoek werd trouwens vastgesteld dat inspecteur DEMEESTER, weliswaar niet in functie op het ogenblik van de feiten, ook onder invloed was,

    Eenmaal opgeroepen tot verhoor in het strafonderzoek door de Algemene Inspectie van de Federale en Lokale Politie, benadrukte zij eveneens bij haar twee collega’s, om zich zeker aan hun verhaal te houden en niet de waarheid te vertellen. Pas toen zij geconfronteerd werd met de onderzoeksresultaten, ging zij over tot bekentenissen.

    Elk proces-verbaal, dat opgesteld werd door inspecteur DEMEESTER, dient met wantrouwen gelezen te worden, gezien mijn ambt twijfels kan hebben op de vermeldingen in het proces-verbaal wel stroken met de werkelijkheid.

    Mijn ambt kan zich geenszins de houding en het optreden van inspecteur DEMEESTER. Dit laakbaar handelen is verwerpelijk, een politie-inspecteur onwaardig en kan niet op enig begrip of goedkeuring rekenen. Het hoeft geen betoog dat haar handelen ook bij andere leden van een politiedienst, die zich wel nauwgezet van hun opdrachten kwijten, niet op applaus kan rekenen, en dit tot enige

    XIV-37.244-3/22

    wrevel in de gezamenlijke uitoefening van opdrachten kan leiden.

    Mijn ambt heeft kennisgenomen van het voorstel tot het opleggen van een zware tuchtstraf, namelijk het ontslag van ambtswege.

    Mijn ambt geeft een gunstig advies voor het opleggen van de voorgestelde tuchtstraf.”

    3.4. Met het inleidend verslag van 25 maart 2016 stelt het politiecollege, optredend als de hogere tuchtoverheid, voor om verzoekster de zware straf van het ontslag van ambtswege op te leggen. In dat verslag wordt een uiteenzetting gegeven van de feiten, omstandigheden en gevolgen, van de datum van kennisneming van de feiten en van het vaststaan, de kwalificatie en de toerekening van de feiten. Tevens bevat het een voorstel tot zware tuchtstraf, meer bepaald de zware tuchtstraf van “het ambtshalve ontslag” en wordt gewezen op het recht van verdediging.

    Verzoekster neemt op 29 maart 2016 kennis van het inleidend verslag. Op 18 april 2016 dient verzoekster een verweerschrift in en vraagt om te worden gehoord. In het verweerschrift voert verzoekster middelen van verweer aan.

    Op 6 mei 2016 wordt verzoekster mondeling gehoord, waarbij zij eveneens middelen van verweer doet gelden.

    3.5. Op 6 mei 2016 stelt het politiecollege voor verzoekster de zware tuchtstraf van het ontslag van ambtswege op te leggen.

    3.6. Tegen dat voorstel dient verzoekster een voorstel tot heroverweging in bij de Tuchtraad.

    De Tuchtraad adviseert op 15 september 2016 dat de ten laste gelegde feiten bewezen zijn en aan verzoekster dienen te worden toegerekend, dat de feiten een tuchtinbreuk uitmaken in de zin van artikel 3 van de tuchtwet en dat de door de hogere tuchtoverheid voorgestelde zware tuchtstraf van het ontslag van ambtswege een passende straf is.

    XIV-37.244-4/22

    3.7. Het politiecollege legt op 23 september 2016 aan verzoekster de zware tuchtstraf van het ontslag van ambtswege op.

    Dat is de bestreden beslissing. Ze steunt op de volgende motivering:

    “Uiteenzetting van de feiten, omstandigheden en gevolgen 2.1. Samenvatting van de feiten zoals ze zich hebben voorgedaan op basis van de stukken en verhoren in het tuchtdossier

    Op 28/06/2015 omstreeks 04:21 uur deed zich een verkeersongeval voor met stoffelijke schade te VEURNE […] waarbij [B.] in beschonken toestand een elektriciteitspaal aangereden had. Voorafgaand aan deze feiten was betrokkene deejay op een huwelijksfeest in het schoolzaaltje van HOUTEM waarbij DE MEESTER Isabel en haar echtgenoot het klank- en lichtmateriaal aangeleverd hadden. [B.] was al vertrokken wanneer DE MEESTER en haar echtgenoot het materiaal terug aan het inladen waren. Na het inladen zijn zij met [V.] vertrokken naar diens woning om hem daar af te zetten. Laatstvernoemde speelt voor de rest geen enkele rol meer in het verhaal omdat hij te bedronken was en sliep in de auto.

    Tijdens het aanrijden kwamen zij uit op het ongeval. DE MEESTER contacteerde per gsm de 101 centrale van CIWES met de melding dat er een ongeval gebeurd was met een dronken bestuurder en dat de brandweer nodig was. Hierbij bevestigde DE MEESTER dat de chauffeur [B.] was.

    De opgeroepen interventieploeg van PZ SPOORKIN bestaande uit de inspecteurs [N.] en [D.] kregen op de plaats van het ongeval te horen van hun collega DE MEESTER dat de betrokken chauffeur [B.] een vriend van haar was en door die feiten in ernstige problemen zou komen. Ze kon [N.] en [D.] overtuigen om [B.] uit de problemen te houden en een vriendin, [D.L.] ter plaatse reeds aanwezig, te laten doorgaan als bestuurder en haar een (negatieve) ademtest te laten afleggen.

    Na overleg tussen...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT