Vonnis van Raad van State, 9 februari 2017

Datum uitspraak: 9 februari 2017
Jurisdictie:Schorsing
Nature:Arrest
SAMENVATTING

Volgens het koninklijk besluit van 13 november 1991 vindt voorafgaand aan de beoordeling van de karakteriële hoedanigheden een functioneringsgesprek plaats vindt en worden de sterke en de zwakke punten van de kandidaat toegelicht. Uit dat beoordelingsformulier blijkt dat als zwak punt, onder de noemer "integer handelen\

 
GRATIS UITTREKSEL

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER

A R R E S T

nr. 237.320 van 9 februari 2017 in de zaak A. 220.360 /XIV-37.207

In zake: Wim PAESEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carine Flamend kantoor houdend te 1930 Zaventem Leuvensesteenweg 510/32 bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 24 september 2016, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de beroepsinstantie van 28 juli 2016, waarbij de beslissing van de deliberatiecommissie van 1 juli 2016 dat verzoeker als definitief mislukt wordt beschouwd voor zijn laatste jaar aan de Koninklijke Militaire School wordt bevestigd.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend.

Eerste auditeur Geert De Bleeckere heeft een verslag opgesteld.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 december 2016.

XIV-37.207- 1/27

Staatsraad Kaat Leus heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Gauthier Baudts, die loco advocaat Carine Flamend verschijnt voor verzoeker en kapitein-commandant van het vliegwezen Maarten Kerckhofs, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Auditeur Frederik Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3.1. Op 16 augustus 2010 wordt verzoeker aanvaard als student aan de Voorbereidende Divisie tot de Koninklijke Militaire School (VDKMS). Op 16 augustus 2011 start hij zijn vorming als student van de 151ste promotie van de faculteit sociale en militaire wetenschappen (151 SSMW) aan de Koninklijke Militaire School (KMS) in de hoedanigheid van kandidaat-beroepsofficier (KBO).

3.2. Op 9 januari 2013 wordt verzoeker in kennis gesteld van een inleidend tuchtverslag omdat hij de dag voordien bij het examen Financieel Beheer (EC007) tijdens het mondelinge gedeelte heeft gefraudeerd. Op 21 januari 2013 wordt verzoeker in kennis gesteld van een tweede inleidend tuchtverslag omdat hij tegen de examenrichtlijnen in, enkele dagen voordien, op 18 januari 2013, tijdens het mondeling examen van Statistiek (TWO02) zijn nota's bij de hand had voor de voorbereiding van zijn antwoord op de eerste vraag van het examen. Verzoeker heeft een verweerschrift ingediend, maar hij krijgt voor het eerste feit de tuchtstraf van vier dagen zwaar arrest, en voor het tweede feit acht dagen zwaar arrest.

XIV-37.207- 2/27

3.3. Op 15 februari 2013 neemt verzoeker kennis van de niet-statutaire beoordeling van zijn karakteriële hoedanigheden. Hij bekomt hierbij een totaalscore van 9,44 op 20 met de volgende opmerking:

“Betrokkene heeft TWEE keer proberen frauderen tijdens zijn examens van Jan 13. Deze houding is niet gepaard met de kwaliteiten geëist om officier te worden. Betrokkene moet nadenken over het feit dat het einde de middelen NIET rechtvaardigt. Een officier moet eerlijk zijn, en moet niet frauderen om zijn doel te bereiken of om zijn opdracht erin te slagen. Hij moet nu bewust zijn van zijn fragiele plaats in het leger. Betrokkene heeft TWEE keer dezelfde fout begaan. Hij moet dus leren van zijn fouten.”.

3.4. Op 14 juni 2013 neemt verzoeker kennis van zijn mislukking op de statutaire beoordeling van zijn karakteriële hoedanigheden. Zijn totaalscore bedraagt 9,6 op 20 en wordt ondersteund door de volgende opmerking:

“Element die TWEE keer heeft gespiekt tijdens examens. Betrokkene heeft weinig eerlijkheid getoond toen. Hij heeft ook veel kleine disciplinaire fouten begaan. Hieruit blijkt dat betrokkene zijn studies en zijn engagement weinig serieus neemt. Zulke gedrag is niet dat van een kandidaat officier. Zijn engagement tijdens projecten (Ops-J) kan zijn tekorten niet laten vergeten.”.

3.5. Op 27 juni 2013, op het einde van zijn tweede academiejaar (2012-2013), dient verzoeker voor de deliberatiecommissie te verschijnen omwille van een onvoldoende score (dit is minder dan 10/20) behaald voor vier vakken van zijn academische vorming, alsook omwille van de hiervoor genoemde onvoldoende score behaald voor de statutaire beoordeling van zijn karakteriële hoedanigheden.

Verzoeker deelt mee dat hij niet wenst te worden gehoord door de deliberatiecommissie.

Tijdens de zitting van de commissie stelt verzoekers promotiecommandant die de onvoldoende karakteriële beoordeling heeft gegeven, dat dit eerder een waarschuwing is, en dat verzoeker inspanningen heeft geleverd en zich bewust is van zijn probleem.

XIV-37.207- 3/27

De deliberatiecommissie beslist om verzoeker drie herexamens op te leggen maar ook om hem mislukt te verklaren omdat hij niet de vereiste karakteriële hoedanigheden bezit. Op 1 juli 2013 tekent verzoeker beroep aan tegen die beslissing van de deliberatiecommissie.

3.6. Op 17 juli 2013 beslist de beroepscommissie de uitspraak van de deliberatiecommissie niet te bevestigen. Zij beslist dat verzoeker over de vereiste karakteriële hoedanigheden beschikt en de vorming mag verderzetten mits het slagen in zijn herexamens. Die beslissing steunt, na verzoeker en de beroepscommandant te hebben gehoord, op de overwegingen dat het voordeel van de twijfel geldt bij het tweede feit en het promotiekader heeft geoordeeld dat verzoeker de nodige inspanningen ter verbetering heeft geleverd sedert de vaststelling van de feiten en zich bewust is van zijn fout en nalatigheid.

Verzoeker slaagt vervolgens in zijn herexamens en kan zo zijn studies verderzetten. Verzoeker slaagt in zijn derde en vierde academiejaar en behaalt voldoende scores voor zijn karakteriële hoedanigheden.

3.7. Tijdens zijn vijfde en laatste academiejaar worden op 7 oktober 2015 twee woordenboeken van kapitein J.V.D. gestolen in een vestiaire van de KMS (PV nr. BR.18.MF.000xxx). Op 22 oktober 2015 bevestigt verzoeker schriftelijk aan de federale gerechtelijke politie in militair milieu (DJMM) de twee woordenboeken van kapitein V. D. te hebben weggenomen, alsook een overschot aan munitie van kampperiodes in zijn kamer in de KMS te hebben achtergehouden (navolgend PV nr. 000xxx). Op 24 februari 2016 verwijst het parket van de procureur des Konings te Brussel het gerechtelijk dossier inzake verzoekers diefstal van o.a. woordenboeken met toepassing van artikel 44 van de wet van 14 januari 1975 ‘houdende het tuchtreglement van de krijgsmacht’ naar de korpstucht.

3.8. Op 8 april 2016 wordt verzoeker in kennis gesteld van het inleidend tuchtverslag omdat hij op 7 oktober 2015 een diefstal binnen het

XIV-37.207- 4/27

kwartier heeft gepleegd. Zijn korpscommandant stelt op 13 april 2016 de tuchtstraf van acht dagen zwaar arrest voor. Op 7 juni 2016 wordt verzoeker door zijn korpscommandant gehoord. Op 14 juni 2016 vindt een functioneringsgesprek plaats tussen verzoeker en zijn promotiecommandant, die de competentie “integer handelen” met verwijzing naar de diefstal als zwak punt aanwijst. Diezelfde dag geeft verzoekers promotiecommandant op het model B, opgesteld met het oog op het nemen van een statutaire maatregel gunstig advies om jegens verzoeker een statutaire maatregel te nemen. Diezelfde dag ondertekent verzoeker dit advies voor gezien, zonder een verweerschrift in te dienen.

Op 15 juni 2016 stelt verzoekers korpscommandant de definitieve ambtsontheffing van verzoeker voor:

Ik stel een definitieve ambtsontheffing voor. De feiten zijn onverenigbaar met de hoedanigheid van Mil overeenstemmend met zijn Pers categorie”

Diezelfde dag ondertekent verzoeker ook dit advies voor gezien, opnieuw zonder een verweerschrift in te dienen.

3.9. Op 22 juni 2016, op het einde van zijn vijfde academiejaar (2015 - 2016), behaalt verzoeker een score van 66,67 op 100 voor de statutaire beoordeling van zijn karakteriële hoedanigheden. Hij behaalt hierbij evenwel een score van 3 op 9 voor de generieke competentie “Integer handelen” met als motivering: “Houding niet kompatibel met de waarde van onze organisatie”. Verzoeker neemt diezelfde dag kennis van deze beoordeling en stelt “ik voeg geen verweerschrift toe”.

3.10. Op 23 juni 2016 wordt aan verzoeker een oproep om te verschijnen voor de deliberatiecommissie betekend omwille van het niet voldoen aan de criteria tot slagen inzake karakteriële hoedanigheden. In antwoord op deze betekening vraagt verzoeker om te worden gehoord door de deliberatiecommissie. Op 29 juni 2016 wordt verzoeker gehoord door de

XIV-37.207- 5/27

deliberatiecommissie en laat hij zijn argumenten gelden. De deliberatiecommissie beslist diezelfde dag:

“11. Beslissingen van de commissie:

Motivering in RECHTE

Karakteriële hoedanigheden: A16, G1, Art 98/1, §2, 2de lid - A16, K7, Art 8bis, 2de lid, 2°. b. Motvering in FEITE

Beslissing: leerling is karakterieel mislukt. c. Beslissing(en)

Karakteriële hoedanigheden: De kandidaat bezit de vereiste karakteriële hoedanigheden niet en is definitief mislukt.”.

Op 1 juli 2016 neemt verzoeker kennis van deze beslissing van de deliberatiecommissie.

3.11. Op 5 juli 2016 tekent verzoeker tegen deze beslissing beroep aan bij de beroepsinstantie. Op 28 juli 2016 komt de beroepsinstantie samen en wordt verzoeker gehoord. Hiervan werd een audio-opname gemaakt, die later ook werd uitgetypt. Diezelfde dag bevestigt de beroepsinstantie na beraadslaging de beslissing van de deliberatiecommissie van 29 juni 2016 en beschouwt verzoeker als definitief mislukt. Die beslissing steunt op de volgende overwegingen:

“1. Motivering in rechte betreffende...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT