Vonnis van Raad van State, November 22, 2016

Datum uitspraak:2016/11/22
Jurisdictie:UDN
Nature:Arrest
SAMENVATTING

In beginsel beschikken enkel zij die zelf een offerte hebben ingediend in de betrokken gunningsprocedure over het rechtens vereiste belang om de nietigverklaring - en dus de schorsing van tenuitvoerlegging - te vorderen van een beslissing die een overheidsopdracht toewijst aan een andere inschrijver. Het doel van de vordering strekt er voorts toe om zelf een nieuwe kans te verwerven om de... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

XIIe KAMER

A R R E S T

nr. 236.508 van 22 november 2016 in de zaak A. 220.538/XII-8252

In zake: 1. de NV JAN DE NUL 2. de NV DREDGING INTERNATIONAL, samen met eerste verzoekende partij vormend een tijdelijke handelsvennootschap

  1. de NV DEME ENVIRONMENTAL CONTRACTORS 4. de NV ENVISAN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bob Martens, Annelies Verlinden en Evelien De Raeymaecker kantoor houdend te 1050 Brussel

    Louizalaan 106 bij wie woonplaats wordt gekozen

    tegen:

    het HAVENBEDRIJF ANTWERPEN, naamloze vennootschap van publiek recht bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten David D‘Hooghe, Jan Bouckaert, Stefanie François en Rozanne Vander Hulst kantoor houdend te 1000 Brussel

    Loksumstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen

    Tussenkomende partij:

    de BV MARTENS EN VAN OORD AANNEMINGSBEDRIJF vennootschap naar Nederlands recht bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Frank Judo en Dominique Devos kantoor houdend te 1000 Brussel

    Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen

    --------------------------------------------------------------------------------------------------

    I. Voorwerp van de vordering

  2. De vordering, elektronisch ingesteld op 21 oktober 2016, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van ―de beslissing van 3 oktober 2016 van het Havenbedrijf Antwerpen, ter kennis gebracht bij aangetekend schrijven d.d. 6 oktober 2016 […], tot gunning van de opdracht ‗Verdiepingsbaggerwerken vaargeul 4de Havendok‘ op basis van het Bestek B10343, aan inschrijver Martens & Van Oord Aannemingsbedrijf bv en derhalve niet aan de THV Verdieping H4H‖.

    II. Verloop van de rechtspleging

  3. De verwerende partij heeft een nota ingediend.

    Met een verzoekschrift van 3 november 2016 heeft de bv Martens en van Oord Aannemingsbedrijf gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen.

    De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 november 2016, om 10.30 uur.

    Met toepassing van artikel 90, § 1, vierde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, is de zaak verwezen naar een kamer met drie leden.

    Kamervoorzitter Dierk Verbiest heeft verslag uitgebracht.

    Advocaten Annelies Verlinden en Evelien De Raeymaecker, die verschijnen voor de verzoekende partijen, advocaten David D‘Hooghe en Stefanie François, die verschijnen voor de verwerende partij, en advocaat Tom Souverijns, die loco advocaten Frank Judo en Dominique Devos verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.

    Auditeur Ines Martens heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

    Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

    III. Feiten

    3.1. Bij beslissing van 1 februari 2016 keurt het Directiecomité van het Havenbedrijf Antwerpen de opstart goed van de procedure voor de overheidsopdracht ―Verdiepingsbaggerwerken vaargeul 4de Havendok‖ goedgekeurd, met bestek nr. B10343.

    3.2. De overheidsopdracht wordt bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen op 4 februari 2016 en op 9 februari 2016 in het Publicatieblad van de Europese Unie en wordt gegund met een open aanbesteding. Het betreft een opdracht in de speciale sectoren.

    3.3. Op 29 juli 2016 wordt in het Bulletin der Aanbestedingen een bericht bekendgemaakt dat de opdracht niet wordt gegund. Eenzelfde bericht wordt op 3 augustus 2016 bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

    Op 5 augustus 2016 wordt de opdracht opnieuw bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen en op 10 augustus 2016 in het Publicatieblad van de Europese Unie.

    3.4. De opdracht betreft het baggeren van ca. 213.000 m³ hoofdzakelijk verontreinigde baggerspecie en heeft als doel een vaargeul te baggeren richting Noord Natie Terminals, een (tank)terminal voor de op- en overslag van vloeibare producten ten noorden van het 4de havendok, zodat aan deze terminal diepere schepen ontvangen kunnen worden. De baggerspecie dient milieuvriendelijk te worden gebaggerd en verwijderd. De aannemer dient hiertoe het gepaste materieel in te zetten. De gebaggerde specie wordt eigendom van de aannemer en hij beslist over de wijze van afvoer, verwerking en berging van de baggerspecie conform de milieuwetgeving.

    Zo wordt in het bestek onder de algemene inlichtingen vermeld (bladzijden 7-8):

    ―1.3 Beschrijving van de werken […]

    De gebaggerde specie wordt eigendom van de aannemer. De aannemer staat in voor het bekomen van alle wettelijk vereiste vergunningen, toelatingen en/of certificaten voor het transport en de verwerking (verwijdering en/of nuttige toepassing) van de baggerspecie. Deze documenten dienen bij zijn inschrijving te worden bijgevoegd.

    De aannemer voorziet het nodige materieel om de gebaggerde specie, volgens de specificaties van de milieuvergunnende overheden, op de gekozen verwerkingsinrichting(en) aan te brengen.

    De aannemer verbindt zich er eveneens toe om het Havenbedrijf te vrijwaren voor elke vorm van schade die het Havenbedrijf zou lijden doordat voorwaarden die door wettelijke instanties voor de afvoer van de baggerspecie worden opgelegd, niet correct nageleefd worden.

    De aannemer staat in voor de betaling van eventuele milieuheffingen o.a. deze op grond van art. 48, §2, 17° van het Afvalstoffendecreet dat ingevolge de transporten verschuldigd is, en neemt het totale bedrag van de milieuheffingen op in de transportprijs van de offerte; het tarief van de milieuheffing (niet-compenserende tarief) kan opgevraagd worden bij de dienst heffingen en subsidies van de OVAM. De aannemer verbindt zich ertoe om het Havenbedrijf te vrijwaren voor elke vorm van schade die het Havenbedrijf zou lijden doordat de bedoelde milieuheffingen niet correct zouden zijn betaald.‖

    Ook in de technische bepalingen van het bestek wordt het volgende vermeld ( bladzijden 28-29):

    ―3.1.5.2. De afvoer en verwerking van de specie

    De aannemer wordt eigenaar van de opgebaggerde baggerspecie en staat dan ook in voor het afvoeren en bergen van de baggerspecie. Hiervoor dient de aannemer de best passende afzetmogelijkheden te voorzien rekening houdend met de fysische en milieuhygiënische kwaliteit van de baggerspecie, de milieuvergunningsvoorwaarden en aanvoermodaliteiten van de bergingssites. De aannemer past zijn baggermethode aan afhankelijk van de door hem gekozen verwerkingssite of verwerkingssites. De aannemer zal bijvoorbeeld afhankelijk van de aanvoermodaliteiten opgelegd door de exploitant van de verwerkingsinrichting zo ongeroerd mogelijk moeten baggeren (mechanisch baggeren), zonder ontmenging of bijvoeging van water. […]

    De afvoer, verwerking van de vrijgekomen specie, dient te gebeuren

    conform de geldende milieuwetgevingen. De aannemer bezorgt dan ook de nodige verwerkingsattesten aan het bestuur. De aannemer is verantwoordelijk voor het aanvragen en bekomen van eventuele bijkomende vergunningen/attesten die buiten de bij zijn inschrijving bijgevoegde toelatingen en vergunningen nog noodzakelijk zouden zijn, voor het transport en de verwerking (verwijdering en/of nuttige toepassing) van de specie.‖

    3.5. Op 5 september 2016 dienen twee inschrijvers via e-tendering een offerte in met de volgende prijzen, btw niet inbegrepen:

    - thv Verdieping H4H: 15.763.000,00 euro - bv Martens en van Oord Aannemingsbedrijf: 7.987.500,00 euro.

    3.6. De offertes worden onderzocht en er wordt een gunningsverslag opgesteld. De offertes worden beoordeeld op grond van volledigheid van de toe te voegen bescheiden en de in het bestek opgenomen lijst met selectiecriteria. Beide inschrijvingen worden als volledig beoordeeld. De offertes worden vervolgens inhoudelijk beoordeeld met het oog op onderzoek van de regelmatigheid en de rangschikking. Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen aan de laagste regelmatige inschrijver, zijnde de bv Martens en van Oord Aannemingsbedrijf.

    3.7. Bij beslissing van 3 oktober 2016 beslist het Directiecomité de opdracht te gunnen aan de inschrijver met de laagste regelmatige inschrijving, zijnde de bv Martens en van Oord Aannemingsbedrijf. Dit is de bestreden beslissing.

    Met betrekking tot het prijzenonderzoek wordt in de bestreden beslissing vermeld:

    ―Het prijsverschil tussen beide inschrijvingsprijzen is gerelateerd aan de door de inschrijvers gekozen methode voor berging en verwerking van de vrijgekomen baggerspecie.

    Aangezien het verschil in inschrijvingsprijs voornamelijk wordt bepaald en verklaard door de door de inschrijver gekozen methode voor verwerking/berging van de baggerspecie, is er geen reden om de prijzen van de offertes te beschouwen als abnormaal. De prijsopgave van Martens en Van Oord Aannemingsbedrijf bv is aannemelijk en ligt in de lijn van vorige inschrijvingsprijzen voor gelijkaardige opdrachten en de door HA

    opgemaakte raming.

    Martens en Van Oord Aannemingsbedrijf bv heeft dan ook de laagst[e] regelmatige offerte ingediend.‖

    Vervolgens wordt de gunningsbeslissing aan de gekozen en de niet-gekozen inschrijver ter kennis gebracht met een op 6 oktober 2016 ter post aangetekend schrijven.

    IV. Tussenkomst

  4. De bv Martens en van Oord Aannemingsbedrijf blijkt voordeel te halen uit de bestreden gunningsbeslissing en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Bijgevolg moet haar verzoek tot tussenkomst worden ingewilligd.

    V. Ontvankelijkheid van het beroep in hoofde van de derde en de vierde verzoekende partijen

    Exceptie

    5. De verwerende en de tussenkomende partij werpen in de nota en het verzoekschrift tot tussenkomst in een exceptie op dat de derde en de vierde verzoekende partij niet over het vereiste belang noch de vereiste hoedanigheid beschikken om de gunningsbeslissing aan te vechten.

  5. In hun verzoekschrift anticiperen de verzoekende partijen op deze exceptie en zetten reeds het belang van de derde en de vierde verzoekende partij bij de voorliggende vordering uiteen...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT