Vonnis van Raad van State, 12 augustus 2016

Datum uitspraak:12 augustus 2016
Jurisdictie:Nietigverklaring
Nature:Arrest
SAMENVATTING

Verzoeker heeft het verweer dat hij voor de raad voor maatschappelijk welzijn als tuchtoverheid heeft gevoerd, voor de beroepscommissie wezenlijk en doorgaans zelfs woordelijk herhaald, zonder in te gaan op de uitvoerige motivering van het tuchtbesluit van de raad voor maatschappelijk welzijn ter weerlegging van dat verweer. In die omstandigheden kan de beroepscommissie niet ten kwade worden... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE IXe KAMER

ARREST

nr. 235.613 van 12 augustus 2016 in de zaak A. 218.346/IX-8809

In zake: Dirk MEERSMANS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pascal Lahousse kantoor houdend te 2800 Mechelen Leopoldstraat 64 bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de VLAAMSE GEMEENSCHAP, vertegenwoordigd door: 1. de Vlaamse Regering 2. de beroepscommissie voor tuchtzaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom De Sutter kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen

Tussenkomende partij:

het OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN PUURS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ingrid Opdebeek kantoor houdend te 2630 Aartselaar Karel van de Woestijnelaan 7 en advocaat Ann Coolsaet kantoor houdend te 2018 Antwerpen Arthur Goemaerelei 69 bij wie woonplaats wordt gekozen

-------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het verzoekschrift

  1. Het verzoekschrift, ingediend op 9 februari 2016, strekt tot de

    nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van

    IX-8809-1/44

    8 januari 2016 van de beroepscommissie voor tuchtzaken van het statutaire

    gemeente-, provincie- en OCMW-personeel waarbij het beroep van Dirk

    Meersmans tegen het besluit van 8 oktober 2015 van de raad voor maatschappelijk

    welzijn van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van Puurs

    houdende zijn ontslag van ambtswege bij tuchtmaatregel, ontvankelijk maar

    ongegrond wordt verklaard en waarbij dit tuchtbesluit wordt bevestigd.

    II. Verloop van de rechtspleging

  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.

    Het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van Puurs

    heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend.

    Auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld over het

    beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit

    van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de

    afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ en over de vordering tot

    schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december

    1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’.

    De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft

    plaatsgevonden op 30 mei 2016.

    Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht.

    Advocaat Els Pissierssens, die loco advocaat Pascal Lahousse

    verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Tom De Sutter, die verschijnt voor

    de verwerende partij en advocaat Ann Coolsaet, die verschijnt voor de verzoekende partij tot tussenkomst, zijn gehoord.

    IX-8809-2/44

    Auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend ad-

    Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der

    talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

    III. Feiten

    3.1. Verzoeker is op 1 februari 1980 in dienst getreden van het

    openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) van Puurs. Op 1 april

    1984 is hij benoemd in statutair dienstverband. Op 1 maart 1988 is hij bevorderd

    tot kok. Hij is werkzaam in de keuken van het woonzorgcentrum Sint-Pieter.

    3.2. Op 26 maart 2015 beslist de raad voor maatschappelijk welzijn

    van het OCMW van Puurs ten laste van verzoeker een tuchtonderzoek op te starten

    omwille van “totaal ongepast gedrag” dat wordt afgeleid uit volgende feiten:

    “- 4 november 2014: bedreiging van [S. T.], de hulpkokkin; - Het verstoppen van de wijn bestemd voor de bewoners met Nieuwjaar, zodat deze onvindbaar was voor [S. T.], de hulpkokkin. Voor de bewoners werd een flesje wijn voorzien tijdens het middageten. Deze wijn werd voor oudjaar geleverd en door de keukencoördinator opgemerkt in de berging. De hulpkokkin was met Nieuwjaar van dienst en kon de wijn niet vinden. Zij vraagt haar collega’s mee te kijken in de berging droge voeding en in de koelruimten. Niemand vindt de drank. Enkele dagen later blijkt de wijn plots terug in de berging te staan. - 6 februari 2015: afsluitventiel van friteuse werd verwijderd na herstelling. Friteuse kon hierdoor tijdens weekenddienst van [S. T.] van 7/8 februari niet gebruikt worden. Enkele dagen later werd het ventiel gevonden in een lade onder het gasvuur. - Meerdere data (o.a. 17 januari 2015, 16 en 21 februari 2015): opzettelijk verzwaren van het menu op moment dat hulpkokkin kook doet en/of haar werklast verhogen; - 19 februari 2015: het onrespectvol behandelen van een nieuwe medewerker (beledigen, geen werk geven wanneer zij hierom vraagt, ... ). - 4 maart 2015: tegen de gemaakte afspraken in een beurs bijwonen te Leuven en de factuur hiervoor aan het OCMW laten bezorgen. - 10 maart 2015: weigeren in te gaan op de uitnodiging om zich n.a.v. een ingeleverd ziekte-attest bij de controlearts aan te bieden.

    IX-8809-3/44

    vies gegeven.

    - Het herhaaldelijk niet in- en uitbadgen zoals vereist door het reglement tijdsregistratie, een bijlage van het arbeidsreglement.”

    De secretaris van het OCMW wordt aangesteld als tuchtonderzoeker.

    3.3. Op 29 juni 2015 stelt de tuchtonderzoeker een tuchtverslag op

    waarin hij besluit dat “er voldoende redenen zijn om de tuchtprocedure verder te

    zetten, omdat de feiten 1, 2, 3, 4, 5 en 8 [...] als bewezen tuchtvergrijpen kunnen

    beschouwd worden”.

    3.4. Na kennis te hebben genomen van dat tuchtverslag beslist de

    raad voor maatschappelijk welzijn, eveneens op 29 juni 2015, om “[d]e tuchtprocedure lastens Dirk Meersmans verder te zetten voor de ten laste gelegde feiten

    nrs. 1, 2, 3, 4, 5 en 8”. Voor de feiten 6 en 7 wordt “geen verdere vervolging”

    ingesteld.

    3.5. Op 10 september 2015 wordt verzoeker door de raad voor

    maatschappelijk welzijn gehoord. Hij voert zijn verweer aan de hand van een

    neergelegd verweerschrift.

    3.6. Op 8 oktober 2015 beslist de raad voor maatschappelijk welzijn

    verzoeker “[v]oor de tuchtfeiten 1, 2, 3, 4, 5 en 8” de tuchtstraf van het ontslag van

    ambtswege op te leggen, met uitwerking op de dag van ontvangst van de aangetekende zending waarbij het tuchtbesluit wordt betekend.

    3.7. Op 3 november 2015 stelt verzoeker tegen de hem opgelegde

    tuchtstraf beroep in bij de beroepscommissie voor tuchtzaken van het statutaire

    gemeente-, provincie- en OCMW-personeel (hierna: de beroepscommissie).

    3.8. Op 8 januari 2016 beslist de beroepscommissie dat verzoekers

    beroep ontvankelijk, maar ongegrond is. Zij “[b]evestigt dienvolgens” het besluit

    IX-8809-4/44

    van de raad voor maatschappelijk welzijn waarbij aan verzoeker de tuchtstraf van

    het ontslag van ambtswege wordt opgelegd.

    Dit is de bestreden beslissing.

    Op verzoekers grief dat de hem ten laste gelegde feiten niet

    bewezen zijn, antwoordt de beroepscommissie als volgt:

    “Ondanks de ontkenning van de feitelijkheden, weerhouden in het tuchtbesluit dd. 8.10.2015, door de heer Meersmans stelt de Beroepscommissie voor tuchtzaken vast dat deze vaststaan dankzij het uitgebreide tuchtonderzoek.

    De Beroepscommissie voor tuchtzaken stelt vast dat het tuchtonderzoek zeer ernstig en grondig gebeurde. Van de tuchtonderzoeker moet immers verwacht worden dat hij een grondig onderzoek voert, zoveel mogelijk relevante feiten à charge en à decharge verzamelt en deze zaken zo volledig mogelijk aan de tuchtoverheid overlegt.

    De tuchtonderzoeker heeft wel degelijk alle elementen tot in de details onderzocht en niets aan het toeval overgelaten.

    Bovendien kan opgemerkt worden dat de tuchtonderzoeker zijn onderzoek op zeer objectieve wijze heeft gevoerd en op geen enkel ogenblik de indruk wekt dat daarbij gewerkt wordt vanuit een vooringenomen standpunt, wel integendeel. Het gevoerde tuchtonderzoek is een schoolvoorbeeld hoe dit moet gevoerd worden.

    Vooreerst dient vastgesteld dat de tuchtoverheid de tenlasteleggingen waarop de tuchtvervolging steunt, in de feiten voldoende aantoont. Deze feiten worden onderbouwd door een reeks bewijskrachtige stukken.

    Nadien dient de tuchtoverheid concreet te appreciëren of de feiten waarvoor het personeelslid wordt vervolgd, al dusdanig als een tuchtfeit in aanmerking komt. Dat vereist een appreciatie in concreto die verder gaat dan het louter verwijzen naar de gangbare gedragsnormen die een ambtenaar in het algemeen moet nakomen. (zie De Sutter T., Het recht van verdediging in tuchtzaken van overheidspersoneel, p. 20)

    De Beroepscommissie stelt vast dat de tuchtoverheid met een voldoende accuraatheid ook aangeeft waarom de weerhouden gegevens als tuchtfeiten kunnen weerhouden worden. De Beroepscommissie acht het onnodig dit hier in extenso te herhalen en onderschrijft de beslissing van de tuchtoverheid hier dan ook.

    Immers, alle vastgestelde feiten samen genomen zijn een uiting van eenzelfde houding, houding die erin bestaat zich niet te willen schikken naar bevelen van hiërarchische oversten en negeren van werkstructuren en werk-gerelateerde afspraken.”

    IX-8809-5/44

    IV. Aanduiding van de verwerende partij en verzoek tot tussenkomst.

    4. Ter terechtzitting doet de Vlaamse Gemeenschap afstand van het

    standpunt dat zij in haar nota vertolkt dat het OCMW van Puurs in de voorliggende

    zaak mede dient op te treden als verwerende partij.

  3. Dit neemt niet weg dat het OCMW van Puurs belang heeft bij de

    uitspraak over het beroep en de vordering aangezien de bestreden beslissing verzoekers beroep tegen het tuchtbesluit van de raad voor maatschappelijk welzijn

    van 8 oktober 2015 verwerpt.

    Het verzoek van het OCMW tot tussenkomst in de zaak dient

    derhalve te worden ingewilligd.

    V. Toepassing kortedebattenprocedure

    A. Onderzoek van de middelen

    1. Eerste middel

    Uiteenzetting van het middel

    6. Verzoeker voert in een eerste middel de schending aan van “de

    beginselen van behoorlijk bestuur in het algemeen, en in het bijzonder […] van de

    materiële motiveringsplicht, de artikelen 2 en 3 van de Uitdrukkelijke Motive-ringswet dd. 29 juli 1991, de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT