Vonnis van Raad van State, 2 juli 2015

Datum uitspraak: 2 juli 2015
Jurisdictie:Nietigverklaring
Nature:Arrest
SAMENVATTING

Bij de beoordeling van een milieuvergunningsaanvraag moet de overheid de regels inzake ruimtelijke ordening betrekken. Het gegrond bevinden van het middel zoals door de verzoeker.p. aangevoerd zal leiden tot het onwettig bevinden van de bestreden vergunning zodat de inrichting niet zal kunnen worden geëxploiteerd. Dit is het doel dat de verzoeker.p. met haar annulatieberoep nastreeft. De wettige... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VIIe KAMER

A R R E S T

nr. 231.842 van 2 juli 2015 in de zaak A. 209.055/VII-38.835.

In zake: de NV ASPIRAVI bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Peter Flamey en Gregory Verhelst kantoor houdend te 2018 Antwerpen Jan Van Rijswijcklaan 16 bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Bronders kantoor houdend te 8400 Oostende Archimedesstraat 7 bij wie woonplaats wordt gekozen

Tussenkomende partij: de NV JM RECYCLING bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Koen Geelen en Wouter Moonen kantoor houdend te 3500 Hasselt Gouverneur Roppesingel 131 bij wie woonplaats wordt gekozen

-------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 3 juni 2013, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur van 2 april 2013 waarbij de beroepen ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincie Limburg van 19 september 2012, houdende het gedeeltelijk verlenen van de vergunning aan de NV JM Recycling, voor een

    VII-38.835-1/27

    windturbinepark, gelegen aan de Ringlaan (N71) - J. en R. Vlegelstraat te Lommel, gedeeltelijk gegrond worden verklaard.

    II. Verloop van de rechtspleging

  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

    De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 29 juli 2013. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend.

    Auditeur Rita Van Den Eeckhout heeft een verslag opgesteld.

    De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verzoekende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend.

    De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 juni 2015.

    Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht.

    Advocaat Gregory Verhelst, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Stijn Van Hulle, die loco advocaat Bart Bronders verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Wouter Moonen, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.

    Auditeur Rita Van Den Eeckhout heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

    VII-38.835-2/27

    Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

    III. Feiten

    3.1. Op 13 maart 2012 vraagt de tussenkomende partij bij de deputatie van de provincie Limburg een milieuvergunning aan voor het exploiteren van een windturbinepark te Lommel, Ringlaan (N71) - J. en R. Vlegelstraat, kadastraal bekend afdeling 1, Sectie C, nrs. 1434F6, 1434K6 en 1434M6. Het windpark omvat vier transformatoren van elk maximaal 3.800 kVA (klasse 2) en vier windturbines met elk een vermogen van maximaal 3,4 MW (klasse 1). Deze turbines situeren zich op het “industrieterrein Kristalpark”, waar reeds verscheidene windturbines werden gebouwd of vergund zijn. Ook de NV Limburg Win(d)t heeft een milieuvergunningsaanvraag ingediend, voor de plaatsing van twee bijkomende windturbines.

    3.2. Tijdens het openbaar onderzoek dienen de NV Limburg Win(d)t en de verzoekende partij bezwaarschriften in.

    3.3. De deputatie van de provincie Limburg verleent, onder voorwaarden, de vergunning voor de exploitatie van twee windturbines LN01 en LN02, en weigert de vergunning voor windturbines LN03 en LN04.

    3.4. Zowel de NV Limburg Win(d)t als de verzoekende partij dienen tegen deze beslissing een bestuurlijk beroep in bij de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur aangezien de gevraagde windturbines van de tussenkomende partij zowel ruimtelijk, milieu- en windtechnisch onaanvaardbaar zouden zijn en niet compatibel zouden zijn met de gevraagde en vergunde turbines in die zone.

    VII-38.835-3/27

    De tussenkomende partij tekent eveneens beroep aan, tegen de weigering van de twee windturbines LN03 en LN04.

    3.5. Het Vlaams Energieagentschap verleent op 12 november 2012 een gunstig advies. Het departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed verleent op 6 december 2012 een “gunstig advies voor de turbines LN01 en LN02, eveneens gunstig voor LN03 onder voorwaarde van betere oplijning ten opzichte van de N71 en onder voorwaarde van gelijke afstand tot respectievelijk LN02 en de bestaande LB04. De gevraagde LN04 vindt onvoldoende directe ruimtelijke aansluiting met de andere turbines en wordt ongunstig geadviseerd”. In een advies van 28 januari 2013 dringt “Ruimte Vlaanderen”, afdeling Gebieden en Projecten, aan op het dwingend volgen van een voorliggend rasterpatroon voor alle ter plaatse opererende uitbaters - binnen die opvatting is het advies gunstig.

    Het Agentschap voor Natuur en Bos overweegt op 7 december 2012 in zijn advies onder meer:

    “Ecologische benadering

    Het Agentschap is in zijn advies van 25/04/2012 vetrokken van de ecologische screening als onderdeel van het aanvraagdossier en de verantwoordingsnota in de DRO Stedenbouwkundige aanvraag. Op basis van de feitelijke toestand, de bestaande windturbines, de evaluaties in andere bouwdossiers voor windturbines in de beschouwde omgeving, kon besloten worden dat de inplanting van de turbines LN03 en LN04 geen aanleiding geeft tot significante aantallen aanvaringsslachtoffers. De inplanting van de turbines LN01 en LN02 valt buiten het normale overwegingskader en er kan hier een groter aandeel aanvaringsslachtoffers verwacht worden.

    In dit verband wordt verwezen naar de recente vogeltellingen voor het seizoen 2011-2012 waar t.h.v. de percelen in noordelijke richting (zone Maatheide) tot 28.000 meeuwen geteld werden op de slaapplaatsen (met ongeveer 21.000 kokmeeuwen en 7.000 stormmeeuwen [...]. Ook tijdens de voorbije 10 jaar werden regelmatig tot enkele duizenden meeuwen (in 2002 eveneens tot 20.000) vastgesteld op de slaapplaats [...]. Voor een algemene overweging m.b.t. avifauna wordt ook verwezen naar het advies van het INBO onder ref. INBO.A.2012.58 (dd. 21/03/2012). [...]

    De turbines LN1 en LN2 sluiten in westelijke richting niet alleen aan op de buffer van het industrieterrein maar ook op het aangrenzende bos- en natuurgebied. De impact op soortenniveau is dan ook van een andere

    VII-38.835-4/27

    grootteorde dan bij LN03 en LN04. Juist om openingen te laten om via bijkomende monitoring voortschrijdende kennis te vergaren m.b.t. de effecten ontstaan door de bestaande turbines op Kristalpark (LN03 en LN04 inbegrepen), werd de exploitatie van LN01 en LN02 in vraag gesteld.

    In navolging van de adviesverlening in dit dossier werd het besluit genomen om bijkomende inlichtingen te vragen aan het INBO over de mogelijke relatie tussen het aantal vogelwaarnemingen waarvan melding in het advies [...] en het trekgedrag van deze vogels. Deze informatie geeft de mogelijkheid om een inschatting te maken of eventueel voorkomen van vogels binnen de beschouwde omgeving kan gelinkt worden aan populatiegedrag doorheen de seizoenen binnen de beschikbare vliegruimte (o.a. op vlak van uitwijkgedrag). Het INBO verleende op 29/05/2012 onder ref; [...] een bijkomend advies in die zin. [...]

    Van belang zijn de gekende belangrijke seizoens-corridors in Lommel en omgeving zoals aangegeven op de figuur 5 op blz. 11 van 18 en de algemene aanbevelingen zoals terug te vinden op figuur 6 op blz. 15 van 18. Uit deze informatie blijkt duidelijk dat het voorzorgsprincipe een verdedigbaar en wetenschappelijk verantwoord standpunt is, en dat dit besluit tevens in de lijn ligt van het oorspronkelijk advies van het Agentschap met betrekking tot de inplanting van de turbines”.

    Het advies besluit:

    “De toekomstige ontwikkelingen binnen Kristalpark, en andere industriegebieden binnen Lommel, en de ecologische ontwikkelingen binnen de bestaande bos- en heideterreinen en percelen met nabestemming natuurgebied, zijn de bepalende factoren voor het al dan niet ruimtelijk integreren van de turbines op de betreffende percelen. Indien op termijn bijkomende voorwaarden gesteld worden aan de bufferfuncties (zie inrichtingsplan) en de realisatie van het BKP + energiemasterplan, kunnen op korte en middellange termijn problemen ontstaan met betrekking tot aanvaringsslachtoffers.

    Ofwel wordt een antwoord gegeven op de weigering van de 2 turbines LN03 en LN04 met behoud van 2 turbines LN01 en LN02, ofwel worden beslissingen genomen over het behoud of weigering van 4 turbines.

    Op bedrijfseconomisch vlak is het op dit ogenblik onduidelijk wat de relatie is tussen de verschillende planningsinitiatieven van de verschillende windturbineoperatoren binnen Kristalpark. Wie heeft welke percelen in concessie en hoe verhouden deze zich tot de gewenste gridstructuur. Het Agentschap is van oordeel dat binnen een bepaalde termijn een MER noodzakelijk zal zijn in uitvoering van de drempelwaarde van 20 turbines t.h.v. Kristalpark. Een beslissing in voorliggende beroepsprocedure werkt dan ook door in de visie m.b.t. deze drempelwaarde en mogelijke verplichtingen van andere operatoren.

    Het Agentschap voor Natuur en Bos wil hier nogmaals benadrukken dat de vergunde turbines afwijken van het oorspronkelijk advies van het Agentschap aan de Milieuvergunningen Limburg, zodat het voorliggende advies over de

    VII-38.835-5/27

    beroepsprocedure ook in dit li[ch]t moet gelezen worden”.

    Het Agentschap voor Natuur en Bos - PA Limburg verleent op 25 april 2012 aan het departement LNE - Milieuvergunningen Limburg een negatief advies over de windturbines...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT