Vonnis van Raad van State, 11 juni 2015

Datum uitspraak:11 juni 2015
Jurisdictie:Nietigverklaring
Nature:Arrest
SAMENVATTING

Voor het beweerd ontbreken van een maatschappelijk draagvlak, steunt de verw.p. klaarblijkelijk op het feit dat tijdens het openbaar onderzoek 111 bezwaarschriften werden ingediend. De loutere verwijzing naar het aantal ingediende bezwaarschriften, zonder op concrete en ondubbelzinnige wijze aan te geven welke ongemakken, inherent aan de voorgenomen exploitatie, de perken van de normale hinder te ... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VIIe KAMER

A R R E S T

nr. 231.519 van 11 juni 2015 in de zaak A. 209.068/VII-38.837.

In zake : de NV W-KRACHT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE

OOST-VLAANDEREN

-------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 3 juni 2013, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen van 28 maart 2013 waarbij het bestuurlijk beroep tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Dendermonde van 8 oktober 2012, houdende weigering van de milieuvergunning aan de NV W-Kracht voor de exploitatie van een windturbine, op een terrein gelegen aan het Hoogveld 103 te Dendermonde, niet wordt ingewilligd en de beroepen beslissing wordt bevestigd.

    II. Verloop van de rechtspleging

  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

    Eerste auditeur Peter Provoost heeft een verslag opgesteld.

    VII-38.837-1/23

    De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend.

    De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 januari 2015.

    Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht.

    Advocaat Pieter-Jan Staelens, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verzoekende partij, en organisatiemedewerker Fanny Cocriamont, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

    Eerste auditeur Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

    Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

    III. Feiten

    3.1. Op 2 juli 2012 dient de verzoekende partij een vergunningsaanvraag in voor de exploitatie van een windturbine op een perceel gelegen aan het Hoogveld 103 te Dendermonde. Het terrein is volgens het gewestplan bestemd tot industriegebied.

    De aangevraagde windturbine maakt blijkbaar deel uit van een totaalproject van vier windturbines, waarvan er reeds twee werden opgericht en die actueel geëxploiteerd worden door de NV Electrabel.

    VII-38.837-2/23

    3.2. Tijdens het openbaar onderzoek worden 111 bezwaarschriften ingediend. Er wordt een informatievergadering georganiseerd.

    3.3. Bij besluit van 8 oktober 2012 weigert het college van burgemeester en schepenen van de stad Dendermonde de gevraagde vergunning omdat “er onvoldoende garanties worden geboden dat de risico’s voor de externe veiligheid, de effecten op het leefmilieu, op de wateren, op de natuur en op de mens buiten de inrichting veroorzaakt door de gevraagde exploitatie tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden beperkt”.

    3.4. Tegen deze beslissing stelt de verzoekende partij bestuurlijk beroep in bij de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen.

    3.5. Op 9 oktober 2012 verleent de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar de corresponderende stedenbouwkundige vergunning.

    3.6. In het kader van de behandeling van het beroep tegen de weigering van de milieuvergunning worden de volgende adviezen verleend : a) de provinciale stedenbouwkundige ambtenaar adviseert stilzwijgend gunstig; b) het Vlaams Energieagentschap-Interdepartementale Windwerkgroep brengt een gunstig advies uit; c) het advies van de afdeling Milieuvergunningen is ongunstig; d) de provinciale milieudeskundige adviseert gunstig, behalve over de vraag om minder strenge dan de geldende sectorale voorwaarden op te leggen voor wat betreft de hinder door slagschaduw; e) de Provinciale Milieuvergunningscommissie stelt voor om het bestuurlijk beroep gegrond te verklaren, de beroepen beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Dendermonde van 8 oktober 2012 op te heffen en aan de verzoekende partij de gevraagde vergunning te verlenen.

    VII-38.837-3/23

    3.7. Met het thans bestreden besluit van 28 maart 2013 willigt de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen het beroep niet in en bevestigt zij de in eerste aanleg genomen weigeringsbeslissing.

    In de motivering van het bestreden besluit wordt onder meer het volgende overwogen :

    “[…]

    Milieuhygiënische aspecten

    Geluidshinder Het geluid van een windturbine, ook wel brongeluid genoemd, is eigenlijk een samengesteld geluid dat niet ontstaat op één plaats. Enerzijds is er het geluid veroorzaakt door de bewegende delen in de gondel (mechanisch geluid) en anderzijds wordt geluid geproduceerd door de draaiende wieken.

    De waarneembaarheid van het geluid van de windturbines en dus ook de mate waarin geluidshinder kan optreden, is afhankelijk van het achtergrondgeluid en de windsnelheid. Hoe hoger de windsnelheid, hoe meer geluid een turbine produceert, maar ook hoe meer omgevingsgeluid er is. Indien het achtergrondgeluid al hoog is, zoals in de directe omgeving van autosnelwegen, kan de geluidsproductie door de windturbine gedeeltelijk of geheel worden gemaskeerd.

    Door het specifiek instellen van de turbine (trager draaien van de wieken) kan de geluidsproductie eventueel worden verminderd. Dit gaat echter ten koste van de energetische opbrengst van de turbine. Bij grotere aanpassingen kan dat de rendabiliteit van de turbine sterk doen afnemen.

    De nieuwe sectorale voorwaarden voor windturbines zijn van toepassing op alle nieuwe windturbines die sedert 1 januari 2012 vergund zijn/worden. Overeenkomstig de bepalingen van art. 5.20.6.4.2 dient het specifiek geluid in open lucht, tenzij anders vermeld in de milieuvergunning, in de nabijheid van de dichtstbijzijnde vreemde woning of het dichtstbijzijnde woongebied, per beoordelingsperiode beperkt tot de richtwaarde vermeld in bijlage 5.20.6.1 of tot het achtergrondgeluid, vermeld in bijlage 4B, punt F14,3 van VLAREM I:

    Lsp

    ൑ MAX (richtwaarde, LA95).

    In het geval het achtergrondgeluid maatgevend is als norm, geldt dat de afstand van de windturbines tot de woningen meer dan 3 x de rotordiameter moet bedragen.

    Vermits in voorliggend dossier de afstand tot de dichtste woning minder bedraagt dan 3 x rotordiameter, kan geen gebruik worden gemaakt van een norm bepaald door het achtergrondlawaai.

    Het aanvraagdossier bevat een geluidsstudie opgesteld door een erkend deskundige in geluid en trillingen, i.c. SGS Belgium nv.

    Overeenkomstig de bepalingen van bijlage 5.20.6.4.2 van VLAREM II geldt voor de woningen in woongebieden op minder dan 500 m van een industriegebied een richtwaarde voor de avond- en nachtperiode van 43 dB(A); voor woningen in het agrarisch gebied op minder dan 500 m van een

    VII-38.837-4/23

    industriegebied geldt 45 dB(A).

    De geluidsstudie werd uitgevoerd voor een windturbine, type E82 - E2 (2,3 MW) van Enercon, het type van windturbine dat reeds op het bedrijventerrein aanwezig is. Dit is een turbine met een hubhoogte van 98,4 m en een brongeluid bij 95% van het nominale vermogen van 103,4 dB(A). Zowel het specifiek geluid van de ene turbine, als het specifiek geluid van de voorziene 4 windturbines op het bedrijventerrein werden bepaald.

    De studie beschouwt een 22-tal beoordelingspunten die representatief zijn voor de dichtste woningen.

    Er dient opgemerkt dat de dichtste woning, zijnde de woning, gelegen langsheen de Mandekensstraat nr. 308 (kadastraal gekend op het nr. sectie B, nr. 833r) niet expliciet als beoordelingspunt aangeduid is. Het beoordelingspunt het dichtst bij deze woning, is het punt NSA04.

    Alle gegevens werden ingebracht in een geluidsmodel op basis waarvan de effecten volgens ISO-9613 berekend werden.

    Uit deze berekeningen blijkt dat het specifiek geluid afkomstig van het totale project van 4 windturbines in alle beoordelingspunten, met uitzondering van het beoordelingspunt NSA04 voldoet aan de van toepassing zijnde richtwaarden. In voormeld beoordelingspunt is er volgens de berekeningen een overschrijding van de richtwaarde (45 dB(A)) van 0,7 dB(A).

    De geluidsstudie bevat geen concreet voorstel tot milderende maatregelen.

    Slagschaduw

    Als gevolg van de draaiende rotor hebben windturbines een bewegende schaduw, de zogenaamde slagschaduw. Op bepaalde plaatsen en onder bepaalde omstandigheden kan de slagschaduw op een raam van een vertrek vallen en in dat vertrek een hinderlijke wisseling van lichtsterkte veroorzaken. De mate van hinder wordt onder meer bepaald door de frequentie van passeren, door de blootstellingsduur en de intensiteit van de wisselingen in lichtsterkte. De mate waarin hinder optreedt, is ook afhankelijk van de opstelling, het type windturbine en de kans op hinder (de kans op zon en de kans dat de windturbine in bedrijf is). De schaduwweerslag door de rotor is het hoogst bij zonsopgang en zonsondergang, dus wanneer de zon het laagst aan de horizon staat. De schaduwprojectie zal verder reiken in de winter dan in de zomer omdat de zon dan minder hoog staat.

    Overeenkomstig de bepalingen van art. 5.20.6.2.3 van VLAREM II geldt, tenzij anders vermeld in de milieuvergunning, een maximum van acht uur effectieve slagschaduw per jaar, met een maximum van dertig minuten effectieve slagschaduw per dag voor elk relevant slagschaduwgevoelig object. Een slagschaduwgevoelig object wordt gedefinieerd als een binnenruimte waar slagschaduw van windturbines hinder kan veroorzaken.

    Het aanvraagdossier bevat in bijlage een toetsing van de slagschaduw aan de nieuwe sectorale voorwaarden.

    Het verwachte aantal uren slagschaduw werd berekend d.m.v. het programma Windpro. Voor de berekening werd rekening gehouden met de gegevens van een windturbine met een rotordiameter van 82 m en een tiphoogte van 139,4 m.

    ...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT