Vonnis van Raad van State, June 11, 2015

Datum uitspraak:2015/06/11
Jurisdictie:Cassatie
Nature:Arrest
SAMENVATTING

Het strafrechtelijk vermoeden van onschuld staat er niet aan in de weg dat een bestuur bij de uitoefening van zijn discretionaire beoordelingsbevoegdheid rekening houdt met feiten die niet tot een strafrechtelijke veroordeling hebben geleid. De RvS vermag als administratieve cassatierechter niet in de beoordeling van de feiten te treden en hij vermag derhalve niet na te gaan of de beoordeling... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

XIVe KAMER

A R R E S T

nr. 231.531 van 11 juni 2015 in de zaak A. 212.008/XIV-35.555

In zake : XXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Maurice Mandelblat kantoor houdend 1030 Brussel A. Reyerslaan 41 bus 8 bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door destaatssecretaris voor Asiel en Migratie, Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding, thans de staatssecretaris voor Asiel en Migratie kantoor houdend te 1000 Brussel Antwerpsesteenweg 59 B alwaar woonplaats wordt gekozen bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carmenta Decordier kantoor houdend te 9041 Gent-Oostakker Harlekijnstraat 9 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep

  1. Het cassatieberoep, ingesteld op 26 maart 2014, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 119.735 van 27 februari 2014 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.

    II. Verloop van de rechtspleging

  2. Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking nr. 10.437 van 16 april 2014.

    XIV-35.555-1/11

    De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

    Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’.

    Verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van de procedure ten einde te worden gehoord ingediend.

    De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 maart 2015.

    Staatsraad Carlo Adams heeft verslag uitgebracht.

    Advocaat Maurice Mandelblat, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Tine Bricout, die loco advocaat Carmenta Decordier verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

    AuditeurRita Van Den Eeckhout heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

    Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

    III. Feiten

  3. De staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding neemt op 20 juni 2013 in hoofde van verzoeker een beslissing tot niet-verlenging van het BIVR en tot afgifte van een bevel om het grondgebied te verlaten.

    XIV-35.555-2/11

    Op 11 september 2013steltverzoeker tegen die beslissingen een vordering tot schorsing en een beroep tot nietigverklaring in bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.

    Met een arrest van 27 februari 2014vernietigt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de voornoemde beslissing tot afgifte van het bevel om het grondgebied te verlaten. Met hetzelfde arrest verwerpt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring tegen de beslissing tot niet-verlenging van het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister (hierna: het BIVR). Dit is het bestreden arrest.

    IV. Onderzoek van de middelen

    A. Eerste middel

    Uiteenzetting van het middel

  4. Artikel 14, derde lid, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’ luidt:

    “De memorie van wederantwoord of de toelichtende memorie heeft de vorm van een samenvattende memorie waarin alle argumenten van de verzoekende partij op een rij worden gezet. Behoudens wat de ontvankelijkheid van het beroep en van de middelen betreft, doet de Raad van State uitspraak op basis van de samenvattende memorie.”

    In het aan dat besluit voorafgaande verslag aan de Koning wordt bovendien vermeld:

    “De samenvattende memorie dient de argumenten van het verzoekschrift en van de memorie van wederantwoord als een geordend geheel weer te geven. De verzoekende partij, die moet worden bijgestaan door een advocaat, wordt er aldus toe gebracht een allesomvattend overzicht in te dienen, dat de uiteenzetting van de feiten bevat, haar eventuele antwoorden...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT