Vonnis van Raad van State, 22 mei 2015

Datum uitspraak:22 mei 2015
Jurisdictie:UDN
Nature:Arrest
SAMENVATTING

De opdracht wordt gegund middels een onderhandelingsprocedure met bekendmaking bij toepassing van de regelgeving inzake de nutssectoren. Een onderhandelingsprocedure met bekendmaking wordt gekenmerkt door haar flexibel kader waarbinnen de verwerende partij met de inschrijvers mag onderhandelen en een grote vrijheid heeft om de procedure in te richten en te doorlopen. Het komt in principe aan de... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER

A R R E S T

nr. 231.314 van 22 mei 2015 in de zaak A. 215.645/XII-7867

In zake: 1. de NV ONDERNEMINGEN JAN DE NUL 2. de NV STRUKTON FINANCE HOLDING BELGIË 3. de BV HEIJMANS NEDERLAND 4. GCV DG INTRA+ TER samen vormend de tijdelijke handelsvennootschap TRAM 1 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bob Martens, Annelies Verlinden en Evelien De Raeymaecker kantoor houdend te 1050 Brussel

Louizalaan 106 bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de VLAAMSE VERVOERSMAATSCHAPPIJ DE LIJN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Alain François, Barteld Schutyser en Anthony Logghe kantoor houdend te 1050 Brussel

Louizalaan 99 bij wie woonplaats wordt gekozen

Tussenkomende partijen:

  1. BAM PPP PGGM INFRASTRUCTURE COOPERATIE UA 2. de NV COFELY FABRICOM samen vormend de tijdelijke handelsvennootschap TRAMSTAD bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jens Debièvre, Lore Derdeyn en Evi Degroodt kantoor houdend te 1000 Brussel

    Tour & Taxis

    Havenlaan 86c, b 113 bij wie woonplaats wordt gekozen

    --------------------------------------------------------------------------------------------------

    I. Voorwerp van de vordering

  2. De vordering, elektronisch ingesteld op 22 april 2015, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van [de Vlaamse Vervoersmaatschappij De Lijn] van 10 maart 2015 tot gunning van de opdracht „Project Brabo II‟ aan de THV Tramstad, en derhalve niet aan [de THV TRAM 1], („eerste bestreden beslissing‟[…]), waarvan [zij] werden geïnformeerd bij schrijven d.d. 7 april 2015 […] van verwerende partij, alsook de daarmee nauw samenhangende voorbereidende beslissing van verwerende partij van 3 december 2014 tot aanduiding van de THV Tramstad als voorkeursbieder en tot plaatsing van (onder meer) [de THV TRAM 1] in de wachtkamer („tweede bestreden beslissing‟) waarvan verwerende partij - tot op vandaag - weigert kopie [aan hun] over te maken”.

    II. Verloop van de rechtspleging

  3. De verwerende partij heeft een nota ingediend.

    Met een verzoekschrift van 4 mei 2015 hebben BAM PPP PGGM Infrastructure Cooperatie UA en de nv Cofely Fabricom, samen vormend de tijdelijke handelsvennootschap Tramstad gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen.

    De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 mei 2015, om 11.00 uur.

    Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht.

    Advocaten Bob Martens, Annelies Verlinden en Evelien De Raeymaecker, die verschijnen voor de verzoekende partijen, advocaten Barteld Schutyser, Anthony Logghe en Hans Plancke, die verschijnen voor de verwerende partij, en advocaat Jens Debièvre, die verschijnt voor de tussenkomende partijen, zijn gehoord.

    Eerste auditeur Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

    Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

    III. Feiten

    3.1. De Vlaamse regering beslist op 16 februari 2007 om “de fase 1 van de projecten Openbaar Vervoer („OV-projecten‟) via alternatieve financiering te laten uitvoeren door de op te richten nv Lijninvest in een structuur met de nv BAM en het IVA Infrastructuur volgens de bij bovengenoemde nota gevoegde afspraken tussen De Lijn, het Agentschap Infrastructuur en de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel”.

    Overeenkomstig de beslissing van de Vlaamse regering van 23 september 2011 wordt het BRABO II-project bevestigd als onderdeel van het Masterplan 2020.

    Het BRABO II-project beoogt in Antwerpen onder meer de heraanleg van de Noorderleien en het Operaplein, alsook een nieuwe tramverbinding naar de Havanasite en het Eilandje.

    Het project is in drie luiken onderverdeeld:

    - Een tramgedeelte met als contractuele opdrachtgever De Lijn (“tramgedeelte”) - Een niet-tramgedeelte (o.m. wegeniswerken en rioleringswerken) ten behoeve van het Vlaamse Gewest/AWV (“niet-tramgedeelte Gewest”) - Een niet-tramgedeelte (o.m. wegeniswerken, rioleringswerken, aanleg kunstwerken en een parking) ten behoeve van de stad Antwerpen (“niet-tramgedeelte Stad”).

    Door de nv Lijninvest – publieke partner – en de met toepassing van de overheidsopdrachtenreglementering gekozen private partner zal een projectvennootschap of “special purpose vehicle” (SPV) worden opgericht.

    De SPV wordt gestructureerd volgens een meerderheid privaat kapitaal (74%) en een minderheidsparticipatie van de nv Lijninvest (26%).

    Deze SPV zal instaan voor de uitvoering van drie contracten:

    - Een DBFM-overeenkomst sui generis die het ontwerp (design), de bouw (build), de financiering (finance) en het langdurig onderhoud (maintain) van infrastructuur van openbaar vervoer (“tramgedeelte”) omvat.

    De SPV zal instaan voor de aanleg, en vervolgens, het onderhouden en beschikbaar houden van het tramgedeelte aan De Lijn gedurende 25 jaar vanaf de afgifte van het betrokken beschikbaarheidscertificaat, in ruil voor periodieke, prestatiegebonden beschikbaarheidsvergoedingen (BV).

    - Een DBFM-overeenkomst sui generis die het ontwerp (design), de bouw (build), de financiering (finance) en het langdurig onderhoud (maintain) van weginfrastructuur op de betrokken gewestwegen (“niet-tramgedeelte Gewest”) omvat.

    De SPV zal instaan voor de aanleg, en vervolgens, het onderhouden en beschikbaar houden van het niet-tramgedeelte Gewest aan het Vlaamse Gewest (AWV) gedurende 25 jaar vanaf de afgifte van het beschikbaarheidscertificaat, in ruil voor periodieke, prestatiegebonden beschikbaarheidsvergoedingen (BV). In het technisch bestek worden voor het niet-tramgedeelte Gewest evenwel ook enkele afgelijnde onderdelen “Buiten Configuratie” gespecifieerd waarvoor geen langdurige onderhoudsverplichting bestaat.

    - Een DBF-overeenkomst die het ontwerp (design), de bouw (build) en de financiering (finance) van weginfrastructuur (incl. bruggen en

    ondergrondse parking) (zonder onderhoud) op de betrokken gemeentewegen (“niet-tramgedeelte Stad”) omvat.

    De DBF-overeenkomst preciseert evenwel dat er voor bepaalde onderdelen van het “niet-tramgedeelte Stad”, zoals geïdentificeerd in het technisch bestek, geen ontwerpopdracht is voor de SPV.

    De SPV zal instaan voor de aanleg van het “niet-tramgedeelte Stad” voor de stad Antwerpen in ruil voor mijlpaalvergoedingen (MV) bij voorlopige oplevering van welbepaalde onderdelen en, voor het saldo, periodieke (niet-prestatiegebonden) vergoedingen (PV), gedurende een periode van 10 jaar eens er een proces-verbaal van voorlopige oplevering is afgegeven voor alle onderdelen van het “niet-tramgedeelte Stad”.

    3.2. Op 5 juni 2012 wordt het aankondigingsbericht bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen en op 9 juni 2012 in het Publicatieblad van de Europese Unie.

    De verwerende partij treedt op als aanbestedende overheid en handelt mede namens de stad Antwerpen en het Vlaamse Gewest, met name het Agentschap Wegen en Verkeer.

    De Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel treedt op als projectcoördinator.

    Op de opdracht zijn nog de wet van 24 december 1993 „betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten‟ (hierna: de wet van 24 december 1993) en het koninklijk besluit van 10 januari 1996 „betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten‟ (hierna: het koninklijk besluit van 10 januari 1996) van toepassing.

    De opdracht is eveneens onderworpen aan de Biedingsleidraad en het BAFO-bestek.

    3.3. De opdracht wordt beschouwd als een promotieopdracht voor aanneming van werken overeenkomstig artikel 9 van de wet van 24 december 1993. De opdracht wordt gegund via een onderhandelingsprocedure met bekendmaking op grond van artikel 39, § 1, van de wet van 24 december 1993:

    “Door de juridisch, financieel en technisch complexe aard van de DBF(M)-structuur waarbinnen de Opdracht dient te worden gerealiseerd, kan immers niet op voorhand worden vastgesteld welke de globale investeringskost is voor de Opdracht. Er zal een prijs moeten worden geboden die mede functie zal zijn van een verdeling van de risico‟s tussen de Aanbestedende Overheid, de SPV, de externe financier(s) en de verschillende achterliggende overheden (zoals het Agentschap Wegen en Verkeer/het Vlaamse Gewest en de Stad Antwerpen). Deze risico-verdeling, prijs en de ermee gerelateerde specificaties op elk van voormelde niveaus zullen slechts definitief kunnen worden vastgesteld op basis van onderhandelingen met de betrokken kandidaten”.

    3.4. Op 22 januari 2013 worden vijf aanvragen tot deelneming ontvangen van de volgende kandidaten:

    - Combinatie “Tramstad” (BAM PPP PGGM Infrastructure Coöperatie UA – Cofely Fabricom nv); - Combinatie “Wattman” (Franki Construct nv, Aswebo nv, Participatiemaatschappij Volkerinfra PPP BV, PMF Infrastructure Fund Comm. Va); - Combinatie “Brabo Connection” (Denys nv, Besix Group nv, Macquarie Capital Group Limited, Stadsbader nv); - Combinatie “Tram 1” (de verzoekende partijen); - Combinatie “Tram voor A” (Aannemingsmaatschappij CFE nv, Etablissementen Frateur De Pourcq nv, Taveirne Algemene Ondernemingen nv, DIF Infra 3 PPP 1 Luxembourg).

    3.5. Op grond van een door de selectiecommissie voorbereid beoordelingsverslag van 26 april 2013 betreffende de beoordeling van de kandidaatstellingen, beslist de raad van bestuur van de verwerende partij elke kandidatuur in overeenstemming te verklaren met alle deelnemingsvoorwaarden van het selectiedossier en alle vijf de kandidaten uit te nodigen tot het indienen van

    een eerste offerte van zodra het bestek van het project “Brabo 2” kan worden gefinaliseerd.

    3.6. Op 24 oktober 2013 wordt het bestek aan de geselecteerde kandidaten overgemaakt, met uitzondering van de DBF-overeenkomst, die op latere datum aan de geselecteerde kandidaten wordt overgemaakt.

    3.7. Overeenkomstig...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT