Vonnis van Raad van State, 18 september 2014

Datum uitspraak:18 september 2014
Jurisdictie:Nietigverklaring
Nature:Arrest
SAMENVATTING

Herhaalde klachten van omwonenden hebben het CBS ertoe aangezet om de milieuvergunning voor twee windturbines aan te vullen met strengere geluidsnormen. De deputatie besliste dat de opgelegde geluidsnormen pas van kracht worden op 1 januari 2015, terwijl de in eerste aanleg beoordelende instantie op korte termijn aan de geluidshinder heeft willen remediëren door richtwaarden voor het specifiek... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VIIe KAMER

A R R E S T

nr. 228.387 van 18 september 2014 in de zaak A. 207.002/VII-38.694.

In zake : 1. Marc AMELINCKX 2. Sven VANDEPUTTE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Peter Flamey en Gregory Verhelst kantoor houdend te 2018 Antwerpen

Jan Van Rijswijcklaan 16 bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE ANTWERPEN

Tussenkomende partij : de NV WILLIWAW bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Tom Malfait en Jennifer Dubrulle kantoor houdend te 9000 Gent Kasteellaan 141 bij wie woonplaats wordt gekozen

-------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 13 november 2012, strekt tot de

nietigverklaring van het besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van

30 augustus 2012 waarbij het bestuurlijk beroep van de NV Williwaw tegen de

beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Puurs

van 5 maart 2012, houdende ambtshalve wijziging van de milieuvoorwaarden voor

de exploitatie van twee windturbines, gelegen aan de Rijksweg te Puurs,

gedeeltelijk wordt ingewilligd.

VII-38.694-1/28

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend

en de verzoekers hebben een memorie van wederantwoord ingediend.

De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot

tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 8 januari

2013. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend.

Auditeur Rita Van Den Eeckhout heeft een verslag opgesteld.

De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een

verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De

verzoekers hebben een laatste memorie ingediend.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft

plaatsgevonden op 12 juni 2014.

Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Tom Kloeck, die loco advocaat Peter Flamey

verschijnt voor de verzoekers, adviseur Tina Depoorter, die verschijnt voor de

verwerende partij, en advocaat Donatienne Ryckbost, die loco advocaat

Tom Malfait verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.

Auditeur Rita Van Den Eeckhout heeft een met dit arrest

eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der

talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State,

gecoördineerd op 12 januari 1973.

VII-38.694-2/28

III. Feiten

3.1. De verzoekers wonen in een woongebied met landelijk karakter

in de omgeving van twee windturbines van de tussenkomende partij, die zich

volgens het gewestplan Mechelen deels in een gebied voor milieubelastende

industrie bevinden en deels in een zone voor nijverheid volgens het provinciaal

ruimtelijk uitvoeringsplan Pullaar. De milieuvergunning voor de windturbines

werd door de gemeente Puurs bij besluit van 29 juni 2009 verleend aan de

moedervennootschap NV Air Energy voor een termijn van twintig jaar. Deze

milieuvergunning bevat geen bijzondere voorwaarden inzake slagschaduw of

geluid.

3.2. Op 5 maart 2012 beslist het college van burgemeester en

schepenen van de gemeente Puurs om de vergunningsvoorwaarden van de

milieuvergunning voor de twee windturbines ambtshalve te wijzigen. De sectorale

voorwaarden inzake geluid en slagschaduw van het besluit van de Vlaamse

regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake

milieuhygiëne (hierna : Vlarem II) worden onmiddellijk opgelegd. Daarvoor wordt

de volgende motivering opgegeven :

"Overwegende dat er voor deze inrichting in het VLAREM nog geen normen van toepassing zijn voor de aspecten slagschaduw en geluidshinder; dat hiertoe wel een besluit van de Vlaamse Regering getroffen werd op 23-12-2011, dat op heden nog niet van kracht is; dat er de voorbije maanden heel wat klachten van inwoners, voornamelijk Pullaarsteenweg, geuit werden inzake hinder van de windmolens op vlak van slagschaduw en geluid; dat het aangewezen is niet te wachten op de inwerkingtreding van hogervermeld besluit, noch op de overgangstermijnen, om aan de gestelde hinder op kortere termijn te verhelpen;

Overwegende dat de exploitant zelf in het aanvraagdossier (lokalisatienota blz. 31) aangegeven heeft: 'indien zich problemen voordoen kan een schaduwreceptor geplaatst worden en zullen de windturbines stil worden gelegd in de periodes wanneer een hinder van slagschaduw kan optreden'".

Inzake geluid bepaalt artikel 3 van de bijzondere voorwaarden in

bijlage 1 bij deze beslissing :

VII-38.694-3/28

"- Geluidsmetingen worden uitgevoerd door een erkende milieudeskundige in de discipline geluid en trilllingen, deeldomein geluid, vermeld in artikel 6, 1°, c), van het VLAREL. De erkende deskundige richt zich naar gangbare meetvoorschriften. De eerste meting wordt uitgevoerd voor 15 april 2012. Het resultaat wordt voorgelegd aan de gemeentelijke toezichthouder.

- Het specifieke geluid in openlucht wordt vanaf 15 april 2012 in de nabijheid van de dichtstbijzijnde vreemde woning of het dichtstbijzijnde woongebied, per beoordelingsperiode beperkt tot de richtwaarde vermeld in navolgende tabel of tot het achtergrondgeluid als dit hoger is. Als een gebied valt onder twee of meer punten van de tabel dan is in dat gebied de hoogste richtwaarde van toepassing".

3.3. Op 10 april 2012 stelt de tussenkomende partij tegen deze

beslissing bestuurlijk beroep in bij de deputatie van de provincie Antwerpen.

3.4. In het kader van de beroepsprocedure verleent de afdeling

Milieuvergunningen op 27 april 2012 een deels gunstig, deels ongunstig advies. Zij

stelt in hoofdorde dat gelet op de toenemende klachten sinds de exploitatie van de

windturbines en mede gelet op de ligging van de windturbines ten opzichte van de

klagende omwonenden, het verantwoord is om de nieuwe milieuvoorwaarden

reeds sneller van toepassing te stellen op de kwestieuze windturbines. Tegelijk

nuanceert de afdeling dat "men (...) aan de exploitant de nodige tijd (dient) te geven

om na te gaan hoe deze voorwaarden gehaald kunnen worden en geïmplementeerd

om te voldoen aan de nieuwe normen".

3.5. Op vraag van de deputatie van de provincie Antwerpen laat de

tussenkomende partij een controlemeting inzake potentiële geluidshinder en een

slagschaduwstudie uitvoeren. Met betrekking tot de geluidshinder wordt in de

aanvullende rapportering besloten dat ter hoogte van de woningen, gelegen op

minder dan 500 meter van industriegebied (47dB(A) in de meest ongunstige

situatie), voldaan is aan de richtwaarden (49dB(A) / avond en nacht) uit de

omzendbrief van 2006.

3.6. Vervolgens brengt de afdeling Milieuvergunningen op 30 juli

2012 een nieuw advies uit. Zij overweegt onder meer :

VII-38.694-4/28

"Rekening houdende met de nieuwe geluidsnormen voor windturbines en rekening houdende met dat de specifieke bijdrage tot 47dB(A) kan stijgen, zal de exploitant de nodige maatregelen dienen te nemen om te kunnen voldoen aan o.a. de richtwaarde van 43 dB(A) t.h.v. Pullaarsteenweg".

3.7. Met het thans bestreden besluit van 30 augustus 2012 verklaart

de deputatie van de provincie Antwerpen het beroep gedeeltelijk gegrond.

Die beslissing steunt op de volgende motieven :

"Overwegende dat het beroepschrift volgende argumenten bevat: - Schending van de materiële en formele motiveringsplicht en van het motiveringsbeginsel • Het schepencollege wijzigt de exploitatievoorwaarden louter op basis van volgende argumenten : zie besluit schepencollege. De vergunningverlenende overheid komt dus terug op de door haar zelf nog geen drie jaar eerder afgeleverde milieuvergunning, die stelt dat de hinder tot een aanvaardbaar niveau kan worden beperkt, en legt strengere voorwaarden op dan voorzien in de Vlarem-reglementering met als enige motivering een verwijziging naar een aantal klachten de voorbije maanden en naar een passage uit de lokalisatienota.

• Er wordt geen enkel concreet element weergegeven waaruit de concrete hinder zou moeten blijken, laat staan dat de concrete situatie inzake slagschaduw en geluid wordt getoetst. Het besluit houdt geen rekening met de lokale omstandigheden, de bestemming industriegebied, de aanwezigheid van geluidshinder omwille van het verkeer en de expresweg, de nabijheid van drie andere turbines (waarvoor geen extra voorwaarden worden opgelegd), de zonevreemdheid van een aantal woningen, de grote afstand van de woningen tot de turbines, etc. Er werd geen enkel advies uitgebracht of ingewonnen. Een aantal ongefundeerde klachten vormen aldus de enige aanleiding om de vergunningsvoorwaarden in een definitief verleende milieuvergunning plots eenzijdig te wijzigen. Nergens blijkt uit dat de turbines onaanvaardbare hinder zouden veroorzaken, wel in tegendeel. In het vergunningsbesluit van 2009 oordeelde dezelfde overheid dat de hinder aanvaardbaar was en sindsdien is niets aan de feitelijke situatie gewijzigd.

• Het is ook niet duidelijk waarom net voor deze twee windturbines bijkomende voorwaarden inzake slagschaduw en/of geluid nodig zouden zijn. Deze voorwaarden betekenen nochtans een serieuze meerkost voor de exploitant, bijkomende

VII-38.694-5/28

formaliteiten en mogelijks ook een rendementsverlies van de turbines zodat toch minstens mag worden verwacht dat wordt gemotiveerd waarom dergelijke supplementaire voorwaarden noodzakelijk zouden zijn. • De volledige motivering van het besluit beslaat welgeteld twee korte paragrafen. Niet alleen is deze zeer summiere motivering inhoudelijk niet draagkrachtig genoeg om de bestreden beslissing te motiveren, het besluit is ook formeel onvoldoende gemotiveerd. Nochtans dient een dergelijke vergaande afwijking, die - na het verlenen van een vergunning en het doen van de nodige investeringen door de exploitant - plots strengere voorwaarden oplegt dan voorzien in de Vlarem-reglementering, net zeer omstandig te worden gemotiveerd. Er wordt ook nergens uiteengezet in welk opzicht de situatie - los van een aantal klachten - intussen is gewijzigd waardoor de voorwaarden en de adviezen uit de milieuvergunning...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT