Vonnis van Raad van State, 27 maart 2014

Datum uitspraak:27 maart 2014
Jurisdictie:Schorsing
Nature:Arrest
SAMENVATTING

De constructies van de windturbines is een zaak van een bouwvergunning. Indien daaruit voor de verzoekers een moeilijk te herstellen ernstig nadeel zou kunnen voortvloeien, kunnen zij dergelijk nadeel niet aanvoeren bij hun verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de milieuvergunning die betrekking heeft op de exploitatie van de windturbines. De aangevoerde visuele hinder met betrekking ... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER

A R R E S T

nr. 226.897 van 27 maart 2014 in de zaak A. 210.097/VII-38.889.

In zake : 1. Toni VAN DER MEULEN 2. Demetre THAROURIATIS 3. Ruben PLEES bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michiel Deweirdt kantoor houdend te 8500 Kortrijk Doorniksewijk 66 bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Bronders kantoor houdend te 8400 Oostende Archimedesstraat 7 bij wie woonplaats wordt gekozen

Tussenkomende partijen : 1. de NV STORM DEVELOPMENT 2. de BVBA STORM GERAARDSBERGEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jan Bouckaert en Jennifer Dubrulle kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen

-------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 3 september 2013, strekt tot de

    schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Vlaamse minister van

    Leefmilieu, Natuur en Cultuur van 3 juli 2013 waarbij de beroepen aangetekend

    tegen de beslissing van de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen van 14 juli

    VII-38.889-1/20

    2011, houdende het verlenen van de milieuvergunning aan de BVBA Storm

    Development voor het exploiteren van twee windturbines, gelegen aan het

    Jonkheersveld en de Jonkersstraat te Geraardsbergen, gedeeltelijk gegrond worden

    verklaard en de beroepen beslissing wordt bevestigd, mits wijziging van de

    bijzondere vergunningsvoorwaarden.

    II. Verloop van de rechtspleging

  2. Bij arrest nr. 226.103 van 16 januari 2014 wordt het verzoek van

    de NV Storm Development en de BVBA Storm Geraardsbergen tot tussenkomst in

    het administratief kort geding ingewilligd, zijn de debatten heropend, werd de zaak

    verwezen naar de gewone rechtspleging en is het door de auditeur-generaal

    aangewezen lid van het auditoraat gelast met het onderzoek van de vordering tot

    schorsing.

    Eerste auditeur Peter Provoost heeft een verslag opgesteld.

    De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft

    plaatsgevonden op 13 maart 2014.

    Kamervoorzitter Luc Hellin heeft verslag uitgebracht.

    Advocaat Michiel Deweirdt, die verschijnt voor de verzoekers,

    advocaat Fauve Nowé, die loco advocaat Bart Bronders verschijnt voor de

    verwerende partij, en advocaat Jan Bouckaert, die tevens loco advocaat

    Stefanie François verschijnt voor de tussenkomende partijen, zijn gehoord.

    Eerste auditeur Peter Provoost heeft een andersluidend advies

    gegeven.

    VII-38.889-2/20

    Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der

    talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State,

    gecoördineerd op 12 januari 1973.

    III. Feiten

    3.1. Op 5 januari 2011 dient de eerste tussenkomende partij een

    milieuvergunningsaanvraag in voor de exploitatie van twee windturbines aan het

    Jonkheersveld en de Jonkersstraat te Geraardsbergen. De turbines zouden worden

    opgericht in landschappelijk waardevol agrarisch gebied. De verzoekers wonen op

    een afstand van respectievelijk ongeveer 250 meter, 283 meter en 469 meter.

    3.2. Tijdens het openbaar onderzoek worden er 91 bezwaarschriften

    ingediend, alsook een petitie met 598 ondertekenaars.

    Het college van burgemeester en schepenen van de stad

    Geraardsbergen geeft een ongunstig advies.

    3.3. Op 14 juli 2011 verleent de deputatie van de provincie

    Oost-Vlaanderen de gevraagde milieuvergunning.

    3.4. Er worden vijf administratieve beroepen ingediend, onder meer

    door de verzoekers.

    3.5. De volgende adviezen worden verleend :

    - het Directoraat-generaal Luchtvaart adviseert gunstig;

    - de afdeling Stedenbouwkundig Beleid en Onroerend Erfgoedbeleid adviseert

    ongunstig;

    - het Vlaams Energieagentschap adviseert gunstig;

    - de afdeling Milieuvergunningen adviseert gunstig, waarbij een wijziging van de

    vergunningsvoorwaarden wordt voorgesteld;

    VII-38.889-3/20

    - de Gewestelijke Milieuvergunningscommissie adviseert zoals de afdeling

    Milieuvergunningen.

    3.6. Op 3 juli 2013 wordt de vergunning verleend. De bijzondere

    vergunningsvoorwaarden worden gewijzigd, rekening houdend met de inmiddels

    in werking getreden sectorale milieuvoorwaarden.

    Dit is de bestreden beslissing, die luidt als volgt :

    "Gelet op de volgende beroepsargumenten van de omwonenden:

    - de aanvraag voldoet niet aan de principes van de omzendbrief

    RO/2006/02; de windturbines zijn niet gebundeld in een cluster van minstens 3 windturbines; ook aan het principe 'bundeling met grootschalige bedrijventerreinen' wordt niet voldaan aangezien het nabijgelegen industrieterrein 45 ha groot is en bestaat uit bedrijven van ambachtelijke aard, distributiebedrijven, dienstverlening en bedrijven met handelsfuncties; ook wordt niet voldaan aan de mogelijkheid om ruimtelijke bundeling met reeds aanwezige infrastructuur met een belangrijke ruimtelijk-landschappelijke impact na te streven aangezien de nabijgelegen spoorweg in een holle weg ligt; door het verlenen van de vergunning wordt de goede ruimtelijke ordening aangetast; - indien er 135 m hoge windturbines tussen de Oudenberg en het industrieterrein geplaatst zouden worden, kan men moeilijk zeggen dat de landschappelijke beleving niet sterk zal worden aangetast; vanop de Oudenberg heeft men een uitstekend zicht op het asymmetrisch karakter van de Dendervallei; de windturbines worden ingeplant op het vlakke deel en niet op het steile; de indruk van 'vlakte' wordt verbroken en de unieke asymmetrie zal niet zo sterk meer aanwezig zijn; er wordt geen rekening gehouden met de bescherming van de Oudenberg; - windturbine 1 ligt volgens het Windplan in een zone uitgesloten voor windenergie; - er wordt gevreesd voor geluidshinder; het specifieke geluid in de buurt van de woningen had moeten bepaald worden; aangezien dit niet gebeurd is, beschikt de overheid niet over voldoende informatie om over de toelaatbaarheid van de windturbines te oordelen; de dichtstbij gelegen woning ligt op 245 m afstand in plaats van 255 m; in het bestreden besluit wordt gesteld dat de kans reëel is dat de windturbines een aanzienlijke toename van het geluid zullen veroorzaken ter hoogte van de dichtste woningen; - de geluidsimpact kan gevolgen hebben voor de gezondheid van de omwonenden; - op basis van het beschikkende gedeelte in het bestreden besluit

    VII-38.889-4/20

    worden een aantal opgesomde bedrijven vrijgesteld van slagschaduw terwijl andere bedrijven geconfronteerd worden met 30 uur slagschaduw per jaar; het is duidelijk dat de slagschaduw voor alle bedrijven binnen de betrokken zone de werkzaamheden van het personeel in het gedrang kunnen brengen en de concentratie zullen bemoeilijken; - het toestaan van een inplanting op 225 m van een VEN-gebied, in een buffergebied dat door VEA al aangegeven is in het Windplan Vlaanderen als een zone die in principe niet geschikt is voor windenergie, schaadt de decretale doelstellingen van het milieubeleid; - het zou gepast zijn om de brandweer van Geraardsbergen te vragen hoe zij het risico op brand inschatten en in welke omstandigheden zij het haalbaar achten om in moeilijker toegankelijk gebied een mogelijke brand op 80 meter hoogte te bestrijden; - het advies van de spoorwegbeheerder is gunstig indien een attest van een erkend studiebureau op het vlak van stabiliteitsberekeningen kan voorgelegd worden; er werd wel een 'statement of compliance' voorgelegd maar geen attest van een erkend studiebureau zoals bedoeld door de spoorwegbeheerder; - EANDIS heeft geen expliciete instemming gegeven voor het project dat op ongeveer 60 m ligt van een pijpleiding onder lage druk;

    - verstoring van de bijenpopulatie; - om te verhinderen dat de toegangswegen een sluipweg worden, zullen deze na de realisatie van het project ontoegankelijk gemaakt worden; vermits het gaat om openbare weg is dit niet realistisch; bij aanleg van een grotere toegangsweg zal het risico ontstaan op sluipverkeer waardoor het betrokken gebied verder haar waarde als landbouwgebied en natuurbuffer zal verliezen; het lijkt logisch dat het dossier nu reeds wordt afgetoetst aan de nieuwe regelgeving voor windturbines;

    Gelet op de ligging van de inrichting in een landschappelijk waardevol agrarisch gebied volgens het gewestplan 'Aalst-Ninove-Geraardsbergen-Zottegem', vastgesteld bij het koninklijk besluit van 30 mei 1978;

    Gelet op de gunstige adviezen van 17 augustus 2011, 6 september 2011, 10 oktober 2011 en 13 oktober 2011 van het Vlaams Energieagentschap;

    Gelet op het ongunstige advies van 19 september 2011 van de afdeling Stedenbouwkundig Beleid en Onroerend Erfgoedbeleid van het departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed;

    Gelet op het gunstige advies van 27 september 2011 van de afdeling Milieuvergunningen van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie;

    Gelet op het gunstige advies van 30 september 2011 van de federale overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Luchtvaart;

    Gelet op het gunstige advies van 4 oktober 2011 van de gewestelijke milieuvergunningscommissie;

    VII-38.889-5/20

    Gelet op het horen op 4 oktober 2011 door de gewestelijke milieuvergunningscommissie van de exploitant die een nota overhandigt en het volgende verklaart:

    - de stedenbouwkundige vergunning werd verleend terwijl er nu in het kader van de milieuvergunning een ongunstig advies is van de afdeling Stedenbouwkundig Beleid en Onroerend Erfgoedbeleid;

    - het ongunstige advies wordt met de volgende 3 argumenten gestaafd: o er is geen clustering en de inplanting is precair: nochtans wordt in hetzelfde advies vermeld dat naar een inplanting onmiddellijk ten zuiden van het industriegebied zo ver mogelijk van bestaande woningen werd...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT