Décision judiciaire de Raad van State, 24 octobre 2013

Date de Résolution24 octobre 2013
JuridictionDwangsom
Nature Arrest

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

IXe KAMER

A R R E S T

nr. 225.230 van 24 oktober 2013 in de zaak A. 208.753/IX-7997

In zake: Remi ZEEUWS woonplaats kiezend te 3040 Huldenberg Nijvelsebaan 31 A

tegen:

het BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Patrick Peeters en Thomas Dreier kantoor houdend te 1000 Brussel Terhulpsesteenweg 120 bij wie woonplaats wordt gekozen

-------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 6 mei 2013, strekt ertoe aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest “een tweede dwangsom op te leggen van 3.000.000 euro per dag dat [het] voort in gebreke blijft uitvoering te geven aan het vernietigingsarrest nr. [...] 187.957 van 17 november 2008 en deze dwangsom verbeurd te verklaren met ingang van de dertigste kalenderdag te rekenen vanaf de dag waarop het te dezen tussen te komen arrest aan [het Brussels Hoofdstedelijk Gewest] zal betekend worden en dit tot op de dag dat het formele gedagtekende eindbesluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering genotificeerd wordt aan [Remi Zeeuws] en gepubliceerd in het Belgische Staatsblad”.

    II. Verloop van de rechtspleging

  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.

    IX-7997-1/17

    Auditeur Joke Goris heeft een verslag opgesteld.

    De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 september 2013.

    Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht.

    De verzoekende partij en advocaat Thomas Dreier, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

    Auditeur Joke Goris heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven, behoudens wat het opleggen van een geldboete wegens kennelijk onrechtmatig beroep betreft.

    Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

    III. Feiten

    3.1. Verzoeker is attaché (rang A1) bij het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

    3.2. In mei 2001 worden 44 Nederlandstalige of Franstalige betrekkingen van eerste attaché in de rang A2 bij het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vacant verklaard. Eén van deze betrekkingen is een betrekking van expert van hoog niveau bij het Brussels Centrum voor Voedingsmiddelenexpertise, dat ressorteert onder het bestuur Economie en Werkgelegenheid, waar verzoeker op dat ogenblik is geaffecteerd.

    Drie personen stellen zich voor deze betrekking kandidaat, onder wie verzoeker en Liane Deweghe.

    IX-7997-2/17

    3.3. Op 21 november 2001 rangschikt de directieraad van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Liane Deweghe als eerste kandidaat en verzoeker als tweede kandidaat, en draagt hij Liane Deweghe voor benoeming voor.

    Bij besluit van 21 december 2001 benoemt de Brusselse Hoofdstedelijke Regering Liane Deweghe in de graad van eerste attaché, expert van hoog niveau (rang A2), bij het Brussels Centrum voor Voedingsmiddelenexpertise.

    3.4. Bij arrest nr. 187.957 van 17 november 2008 vernietigt de Raad van State, op vordering van verzoeker, het voormelde besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 december 2001 houdende de benoeming van Liane Deweghe tot eerste attaché en de daaraan voorafgaande voordracht en rangschikking van de kandidaten, opgesteld door de directieraad van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op 21 november 2001. Het middel waarin verzoeker onder meer aanvoert dat geen deugdelijke vergelijking van zijn titels en verdiensten met deze van Liane Deweghe heeft plaatsgevonden, wordt gegrond bevonden.

    3.5. Op 1 maart 2009 maant verzoeker de bevoegde staatssecretaris van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aan, met toepassing van artikel 36, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, om over te gaan tot de uitvoering van het voormelde vernietigingsarrest. Hij vraagt in het bijzonder om de aangevatte bevorderingsprocedure af te sluiten door de twee vernietigde beslissingen door nieuwe te vervangen.

    Op deze aanmaning volgt geen reactie.

    Bij arrest nr. 195.266 van 15 juli 2009 legt de Raad van State, op vordering van verzoeker, aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een dwangsom

    IX-7997-3/17

    op van 3.000 euro voor elke dag dat het in gebreke blijft uitvoering te geven aan vernietigingsarrest nr. 187.957 van 17 november 2008. De dwangsom kan pas worden verbeurd vanaf 1 maart 2010, opdat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest alsnog de mogelijkheid zou hebben om de nieuwe taalkaders vast te stellen die voor het nemen van een rechtsgeldige benoemingsbeslissing noodzakelijk zijn.

    Bij arrest nr. 202.728 van 1 april 2010 verwerpt de Raad van State de vordering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot opheffing of opschorting van de opgelegde dwangsom. De Raad van State overweegt dat de procedure tot vaststelling van nieuwe taalkaders nog aan de gang is en onafgewerkt en dat het rechtsherstel dat moet worden verleend ingevolge vernietigingsarrest nr. 187.957 van 17 november 2008 nog verre van verwezenlijkt is, ook al heeft de directieraad ondertussen op 25 februari 2010 een nieuwe rangschikking van de kandidaten vastgesteld (zie hierna randnummer 3.7).

    3.6. Met een aangetekende brief van 24 februari 2010 maant verzoeker de Brusselse Hoofdstedelijke Regering aan, met verwijzing naar artikel 14, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, om de aangevatte bevorderingsprocedure af te sluiten.

    3.7. Op 25 februari 2010 hervat de directieraad van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de procedure tot benoeming van een eerste attaché, expert van hoog niveau (rang A2), bij het Brussels Centrum voor Voedingsmiddelenexpertise. Na bespreking van de titels en verdiensten van de kandidaten, rangschikt de directieraad Liane Deweghe en verzoeker ex aequo.

    Zowel verzoeker als Liane Deweghe dienen tegen deze rangschikking bezwaar in.

    3.8. Met een brief van 24 maart 2010 antwoordt de kabinetsdirecteur van de staatssecretaris van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die bevoegd is voor het Openbaar Ambt, als volgt op verzoekers aanmaning van 24 februari 2010:

    IX-7997-4/17

    “[…]

    Het is u niet onbekend dat de leden van de Directieraad van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op 25 februari vergaderd hebben en dat ze, overeenkomstig met het Regeringsbesluit van diezelfde dag, de bevorderingsprocedure van 2001 hervat hebben, vanaf de vergelijking van de diploma’s en de verdiensten van de kandidaten.

    U werd ex aequo geklasseerd. De kennisgeving van uw rangschikking werd u persoonlijk overgemaakt op 8 maart laatstleden.

    Uw ingebrekestelling is bijgevolg niet gerechtvaardigd en het vervolg van de bevorderingsprocedure hangt af van de invoering van een...

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT